Operation Manual

Connectiviteit
100
Copyright © 2006 Nokia. All rights reserved.
Synchronisatie
Druk op en selecteer Persoonlijk > Synchr. Met
Synchr. kunt u uw notities, agenda- en contactgegevens
en e-mailberichten synchroniseren met diverse andere
compatibele agenda- en adresboektoepassingen op een
compatibele computer of op internet. U kunt ook
synchronisatie-instellingen definiëren of bewerken.
In de synchronisatietoepassing wordt SyncML-
technologie gebruikt voor het synchroniseren van
gegevens. Voor informatie over de compatibiliteit met
SyncML neemt u contact op met de leverancier van de
toepassing waarmee u de gegevens op uw apparaat wilt
synchroniseren.
U kunt synchronisatie-instellingen ontvangen in een
speciaal SMS-bericht. Zie ‘Gegevens en instellingen’ op
pag. 47.
Gegevens synchroniseren
In de hoofdweergave Synchr. kunt u de verschillende
synchronisatieprofielen bekijken.
1 Selecteer een synchronisatieprofiel en kies vervolgens
Opties > Synchroniseren. De status van de
synchronisatie wordt op het scherm weergegeven.
Als u de synchronisatie tussentijds wilt afbreken, kiest
u Annuleer.
U ontvangt een melding wanneer de synchronisatie is
voltooid.
2 Kies Ja om het logbestand met de synchronisatiestatus
te bekijken en na te gaan hoeveel items zijn
toegevoegd, bijgewerkt, verwijderd of overgeslagen
(niet gesynchroniseerd) in het apparaat of op de server.
Apparaatbeheer
Druk op en selecteer Persoonlijk > App.beh. U
ontvangt mogelijk serverprofielen en verschillende
configuratie-instellingen van uw netwerkoperator,
serviceprovider of afdeling voor informatiebeheer van uw
bedrijf. Deze configuratie-instellingen kunnen
toegangspuntinstellingen voor gegevensverbindingen en
andere instellingen voor verschillende toepassingen in het
apparaat bevatten.
Als u verbinding wilt maken met een server en
configuratie-instellingen wilt ontvangen voor het
apparaat, bladert u naar een profiel en kiest u Opties >
Configuratie starten.
Als u het ontvangen van configuratie-instellingen van
serviceproviders wilt toestaan of weigeren, kiest u
Opties > Conf. inschakelen of Conf. uitschakelen.