Operation Manual

Altijd vragen — Elke keer dat een Java-toepassing een functionaliteit gebruikt, wordt eerst om bevestiging gevraagd.
1e keer vragen Alleen de eerste keer dat een Java-toepassing een functionaliteit gebruikt, wordt om bevestiging gevraagd.
Altijd toegestaan — De Java-toepassing mag de functionaliteit gebruiken zonder bevestiging. De beveiliginginstellingen
zorgen ervoor dat het apparaat wordt beveiligd tegen schadelijke Java-toepassing die zonder toestemming functies van het
apparaat gebruiken. Selecteer alleen Altijd toegestaan als u de leverancier en de betrouwbaarheid van de toepassing kent.
Niet toegestaan — De Java-toepassing mag de functionaliteit niet gebruiken.
Activeringssleutels
Selecteer > Instrumenten > Act.sleutels.
Sommige mediabestanden, zoals afbeeldingen, muziek of videoclips, worden beveiligd met digitale gebruiksrechten. Met de
activeringssleutels voor dergelijke bestanden wordt het gebruik ervan toegestaan of beperkt. Met sommige activeringssleutels
mag u bijvoorbeeld een muzieknummer een beperkt aantal keer beluisteren. Tijdens de afspeelsessie kunt u het nummer
terugspoelen, vooruitspoelen of onderbreken, maar zodra u het afspelen stopt, hebt u één van de toegestane keren gebruikt.
Als u uw activeringssleutels wilt weergeven op type, selecteert u Geldige sleutels, Ong. sleutels, of Niet-gebr. sl..
Als u de sleuteldetails wilt weergeven, selecteert u Opties > Sleutelgegevens.
De volgende details worden voor elk mediabestand weergegeven:
Status — De status is Activeringssleutel is geldig, Activ.sleutel vervallen of Act.sleutel nog niet geldig.
Inhoud verzendenToegestaan betekent dat u het bestand naar een ander apparaat kunt verzenden. Niet toegestaan
betekent dat u het bestand niet naar een ander apparaat kunt verzenden.
Inhoud op telefoon Ja betekent dat het bestand op het apparaat aanwezig is; het pad naar het bestand wordt weergegeven.
Nee betekent dat het bestand niet op het apparaat aanwezig is.
Als u een sleutel wilt activeren, gaat u naar de hoofdweergave van de activeringssleutels en selecteert u Ong. sleutels >
Opties > Activ.sleutel ophalen. Breng een netwerkverbinding tot stand wanneer daarom wordt gevraagd. U wordt doorgestuurd
naar een website waar u rechten op de media kunt aanschaffen.
Als u bestandsrechten wilt verwijderen, opent u het tabblad voor geldige sleutels of het tabblad voor niet-gebruikte sleutels,
gaat u naar het gewenste bestand en selecteert u Opties > Verwijderen. Als u meerdere rechten hebt op hetzelfde
mediabestand, worden alle rechten verwijderd.
In de weergave voor groepssleutels kunt u alle aan een groepsrecht gekoppelde bestanden bekijken. Als u meerdere
mediabestanden met dezelfde rechten hebt gedownload, worden die allemaal in deze weergave getoond. U kunt de
groepsweergave openen vanaf het tabblad voor geldige sleutels of het tabblad voor ongeldige sleutels. U hebt toegang tot deze
bestanden via de map voor groepsrechten.
Als u de naam van een groep wilt wijzigen, selecteert u Opties > Naam wijzigen. Voer de nieuwe naam in om de naam van de
groepsrechten te wijzigen.
Gegevenssynchronisatie
Selecteer > Instrumenten > Synchr..
Met Sync kunt u uw contacten, agenda-items, notities of postbussen synchroniseren met de betreffende toepassingen op een
compatibele computer of externe internetserver. Uw synchronisatie-instellingen worden opgeslagen in een
synchronisatieprofiel. De toepassing Sync maakt gebruik van SyncML-technologie voor synchronisatie op afstand. Als u meer
informatie wilt over SyncML-compatibiliteit, neemt u contact op met de leverancier van de toepassingen waarmee u uw apparaat
wilt synchroniseren.
U kunt de synchronisatie-instellingen ontvangen als een bericht van uw serviceprovider. De beschikbare toepassingen die u
kunt synchroniseren, kunnen verschillen. Neem voor meer informatie contact op met uw serviceprovider.
Een synchronisatieprofiel maken
Als u een profiel wilt maken, selecteert u Opties > Nw sync.profiel en wijst u een naam voor het profiel toe. Selecteer de
toepassingen die u met het profiel wilt synchroniseren en geef de benodigde verbindingsinstellingen op. Voor informatie neemt
u contact op met uw serviceprovider.
Toepassingen selecteren voor synchronisatie
1. Als u de toepassingen wilt selecteren die moeten worden gesynchroniseerd met een synchronisatieprofiel, selecteert u
Opties > Synchr. prof. bijw. > Toepassingen.
2. Selecteer de gewenste toepassing en selecteer Tijdens synchronisatie > Ja.
3. Geef de instellingen voor Externe database en Synchronisatietype op.
A p p a r a a t - e n g e g e v e n s b e h e e r
© 2007 Nokia. Alle rechten voorbehouden. 81