Operation Manual
17. Instellingen
Selecteer > Instrumenten > Instell..
U kunt verschillende instellingen op uw apparaat definiëren en wijzigen. Als u deze instellingen wijzigt, is dit van invloed op
de werking van verschillende toepassingen op het apparaat.
Sommige instellingen zijn vooraf op het apparaat ingesteld of worden door uw serviceprovider in een speciaal bericht aan u
verzonden. Het is mogelijk dat u dergelijke instellingen niet kunt wijzigen.
Selecteer de instelling die u wilt wijzigen voor de volgende opties:
• Wissel tussen twee waarden, bijvoorbeeld aan en uit.
• Selecteer een waarde uit een lijst.
• Open een teksteditor om een waarde in te voeren.
• Open een schuifregelaar om de waarde te verhogen of te verlagen door de regelaar naar links of naar rechts te schuiven.
Algemene instellingen
Selecteer
> Instrumenten > Instell. > Algemeen.
Maak een keuze uit de volgende opties:
• Persoonlijk — Wijzig de weergave-instellingen en pas het apparaat aan uw voorkeuren aan.
• Datum en tijd — Wijzig de datum en tijd.
• Toebehoren — Definieer de instellingen voor uw toebehoren.
• Beveiliging — Definieer de beveiligingsinstellingen.
• Fabrieksinstell. — Zet de oorspronkelijke apparaatinstellingen terug.
Aangepaste instellingen
Selecteer > Instrumenten > Instell. > Algemeen > Persoonlijk.
Scherminstellingen
Als u het niveau wilt instellen van het omgevingslicht waarbij het apparaat de achtergrondverlichting inschakelt, selecteert u
Weergave > Lichtsensor.
Als u de tekstgrootte wilt wijzigen, selecteert u Weergave > Lettergrootte.
Als u de tijd wilt instellen die het scherm stand-by kan blijven voordat de screensaver wordt geactiveerd, selecteert u
Weergave > Time-out spaarstand.
Als u een welkomsttekst of welkomstlogo voor het apparaat wilt instellen, selecteert u Weergave > Welkomstnotitie/logo. U
kunt de standaardwelkomsttekst kiezen, zelf tekst invoeren of een afbeelding selecteren.
Als u wilt instellen hoe snel het scherm na de laatste toetsdruk verduistert, selecteert u Weergave > Time-out verlichting.
Als u wilt instellen dat de actieve toepassing bij het sluiten van de communicator op het coverscherm wordt weergegeven,
selecteert u Weergave > Bureaublad actief > Uit.
Instellingen voor de stand-by modus
Als u wilt instellen of u de actieve stand-by modus wilt gebruiken, selecteert u Standby-modus > Act. standby.
Als u de navigatietoets en de selectietoetsen als sneltoets voor bepaalde functies wilt instellen, selecteert u Standby-modus >
Snelkopp.. Deze sneltoetsen zijn niet beschikbaar in de actieve stand-by modus.
Als u sneltoetsen aan toepassingen wilt toewijzen, selecteert u Standby-modus > Toepass. standby.
Als u wilt instellen of het operatorlogo moet worden weergegeven of verborgen, selecteert u Operatorlogo > Aan of Uit.
Selecteer Standby-modus > Mailbox act. standby om de inbox of de postbus te selecteren die in de actieve stand-by modus
wordt weergegeven.
Selecteer Standby-modus > Plug-ins act. standby om de plug-ins te selecteren die in de actieve stand-by modus worden
weergegeven. U kunt bijvoorbeeld zien hoeveel voicemails u hebt. De beschikbare plug-ins kunnen variëren.
Signaalinstellingen
Als u een beltoon voor spraak- of video-oproepen wilt instellen, selecteert u Tonen > Beltoon of Toon video-oproep.
Als u het type beltoon wilt instellen, selecteert u Tonen > Beltoontype. Voor personen in uw contactenlijst kunt u ook instellen
dat het apparaat een signaal laat horen dat een combinatie vormt van de gesproken naam van de beller en de geselecteerde
beltoon. Selecteer Tonen > Naam beller uitspr..
© 2007 Nokia. Alle rechten voorbehouden. 72










