Operation Manual
Als u een flash-bestand wilt verzenden naar compatibele apparaten, selecteert u Opties > Verzenden. Het is mogelijk dat
bepaalde flash-bestanden niet mogen worden verzonden in verband met copyrightbepalingen.
Als u wilt schakelen tussen flash-bestanden die zijn opgeslagen in het geheugen van het apparaat of op de geheugenkaart,
opent u de desbetreffende tabbladen.
Als u de flash-bestandskwaliteit wilt wijzigen, selecteert u Opties > Kwaliteit wanneer het flash-bestand wordt afgespeeld. Als
u Hoog selecteert, is het mogelijk dat sommige flash-bestanden onregelmatig en langzaam worden afgespeeld als gevolg van
de oorspronkelijke instellingen. Wijzig de kwaliteitsinstelling van dergelijke bestanden in Normaal of Laag om het afspelen te
verbeteren.
Camera
Selecteer > Media > Camera.
Met de ingebouwde camera kunt u afbeeldingen vastleggen of videoclips opnemen. De camera slaat afbeeldingen op in de .jpeg-
indeling en videoclips in de .mp4- of .3gpp-indeling.
Een afbeelding vastleggen
Dit apparaat ondersteunt een beeldresolutie van 2048 x 1536 pixels.
Als u een afbeelding wilt vastleggen, gebruikt u het scherm als zoeker, richt u het apparaat op het onderwerp en drukt u de
vastlegtoets half in. De camera wordt scherp gesteld op het onderwerp. Druk vervolgens de vastlegtoets helemaal in. De
afbeelding wordt opgeslagen in de Galerij.
Tip: Als u wilt in- of uitzoomen voordat u een afbeelding vastlegt, gaat u naar links of rechts.
De werkbalk Camera
De werkbalk bevat voor en na het vastleggen van een afbeelding of het opnemen van een video snelkoppelingen naar
verschillende acties en instellingen. Ga naar de gewenste actie en druk op de navigatietoets.
Als u de werkbalk voor en na het vastleggen van een afbeelding of het opnemen van een video wilt weergeven, selecteert u
Opties > Pictogram weergaven.
Als u de werkbalk wilt verbergen, selecteert u Opties > Pictogram verbergen. Als u de werkbalk weer wilt weergeven, drukt u
op de navigatietoets.
De volgende acties zijn beschikbaar:
Schakelen tussen de video- en afbeeldingsmodus.
De scène selecteren. Met een scène kunt u de juiste kleur- en belichtingsinstellingen zoeken voor de huidige omgeving.
De flitser gebruiken (alleen afbeeldingen).
De timer activeren (alleen afbeeldingen).
De reeksmodus activeren (alleen afbeeldingen).
Een kleureffect selecteren.
De witbalans aanpassen.
De belichtingscompensatie aanpassen (alleen afbeeldingen).
De lichtgevoeligheid aanpassen (alleen afbeeldingen).
Welke opties beschikbaar zijn, is afhankelijke van de vastlegmodus en de weergave waarin u zich bevindt.
Na het vastleggen van een afbeelding
Als u de vastgelegde afbeelding wilt verwijderen, selecteert u Verwijd. uit de werkbalk. Selecteer Terug om terug te gaan naar
de zoeker en nog een afbeelding vast te leggen.
Als u de afbeelding wilt afdrukken, selecteert u Afdrukken uit de werkbalk.
Als u de afbeelding wilt instellen als achtergrondafbeelding in de actieve stand-by modus, selecteert u Opties > Instell. als
achtergrond.
Als u de afbeelding wilt toewijzen aan een contactpersoon, selecteert u Inst. als opr. afb. contct.
Als u afbeeldingen wilt weergeven en wijzigen, selecteert u > Media > Galerij > Afbeeldingen.
M e d i a t o e p a s s i n g e n
© 2007 Nokia. Alle rechten voorbehouden. 68










