Operation Manual
Als het zoeken naar draadloze LAN-netwerken is uitgeschakeld en u geen verbinding hebt met een draadloos LAN-netwerk,
wordt in de actieve stand-by modus WLAN-scan uit weergegeven. Als u het zoeken naar beschikbare draadloze LAN-netwerken
wilt inschakelen, gaat u naar de rij met de status en drukt u op de navigatietoets.
U kunt het zoeken naar beschikbare draadloze LAN-netwerken starten door naar de rij met de status te gaan, op de navigatietoets
te drukken en Zoeken naar WLAN te selecteren. U kunt het zoeken uitschakelen door naar de rij met de status te gaan, op de
navigatietoets te drukken en WLAN-scan uitschakln te selecteren.
Wanneer Browsen starten wordt geselecteerd, stelt de WLAN-wizard automatisch een internettoegangspunt in voor het
geselecteerde draadloze LAN-netwerk. Het toegangspunt kan ook worden gebruikt met andere toepassingen waarvoor een
draadloze LAN-verbinding is vereist.
Als u een beveiligd draadloos LAN-netwerk selecteert, wordt u gevraagd de vereiste toegangscodes in te voeren. Als u verbinding
wilt maken met een verborgen netwerk, moet u de juiste SSID (Service Set Identifier) voor het verborgen netwerk invoeren.
WLAN-toegangspunten
Als u wilt zoeken naar draadloze LAN-netwerken die zich binnen bereik bevinden, selecteert u
> Connect. > WLAN-wiz.. Als
u een internettoegangspunt in een draadloos LAN-netwerk wilt instellen, selecteert u Opties > Toeg.punt definiëren. Als u de
gegevens van een netwerk in de lijst wilt weergeven, selecteert u Opties > Details.
Wanneer u wordt gevraagd een toegangspunt te selecteren, selecteert u het ingestelde toegangspunt. U kunt ook een
internettoegangspunt instellen door Zoeken naar WLAN te selecteren, of door Verbindingsbeheer te gebruiken. Zie
'Verbindingsbeheer ', p. 49.
Handmatig een WLAN-internettoegangspunt instellen
1. Selecteer
> Instrumenten > Instell. > Verbinding > Toegangspunten.
2. Selecteer Opties > Nieuw toegangspunt om een nieuw toegangspunt te maken, of selecteer een bestaand toegangspunt
in de lijst en vervolgens Opties > Toegangspt dupliceren om het toegangspunt te gebruiken als basis voor het nieuwe
toegangspunt.
3. Definieer de volgende instellingen:
• Naam verbinding — Voer een omschrijvende naam in voor de verbinding.
• Drager gegevens — Selecteer Wireless LAN.
• WLAN-netwerknaam — Als u de SSID (Service Set Identifier) wilt invoeren waarmee het specifieke draadloze LAN-netwerk
wordt aangeduid, selecteert u Handmat. opgeven. Als u een van de draadloze LAN-netwerken wilt selecteren die binnen
bereik zijn, selecteert u Netw.namen zken.
• Netwerkstatus — Selecteer Verborgen als het netwerk waarmee u verbinding maakt verborgen is, of Openbaar als het
niet verborgen is.
• WLAN-netwerkmodus — Als u Infrastructuur selecteert, kunnen apparaten met elkaar en met andere LAN-apparaten
communiceren via een WLAN-toegangspunt. Als u Ad-hoc selecteert, kunnen apparaten onderling rechtstreeks gegevens
verzenden en ontvangen en is er geen WLAN-toegangspunt nodig.
• WLAN-beveil.modus — U moet dezelfde beveiligingsmodus selecteren als voor het WLAN-toegangspunt wordt gebruikt.
Als u WEP (Wired Equivalent Privacy), 802.1x of WPA/WPA2 (Wi-Fi Protected Access) selecteert, moet u ook de relevante
aanvullende instellingen configureren.
• WLAN-beveil.instell. — Bewerk de beveiligingsinstellingen voor de geselecteerde WLAN-beveil.modus.
• Homepage — Geef het webadres op van de pagina die u als startpagina op het scherm wilt weergeven wanneer u dit
toegangspunt gebruikt.
Geavanceerde instellingen voor WLAN-internettoegangspunten
Nadat u de basisinstellingen voor het internettoegangspunt voor draadloze LAN-netwerken hebt ingesteld, selecteert u
Opties > Geavanc. instell. en definieert u de volgende geavanceerde instellingen:
• IPv4-instellingen — Voer het IP-adres en naamserveradres (DNS) van het apparaat in voor het IPv4-internetprotocol.
• IPv6-instellingen — Selecteer of typ de naamserveradressen voor het IPv6-internetprotocol.
• Ad-hoc kanaal — Het kanaal wordt meestal automatisch gekozen. Als u het kanaalnummer (1-11) handmatig wilt invoeren,
selecteert u Door gebr. gedef..
• Proxyserveradres — Voer het adres van de proxyserver in.
• Proxypoortnummer — Voer het poortnummer van de proxyserver in.
Welke instellingen kunnen worden gewijzigd, kan verschillen. Neem voor meer informatie contact op met uw serviceprovider.
WLAN-instellingen
Zie 'WLAN-instellingen', p. 75.
D r a a d l o o s L A N - n e t w e r k ( W L A N )
© 2007 Nokia. Alle rechten voorbehouden. 56










