Operation Manual
• Netwerktype — Selecteer het internetprotocoltype
om gegevens over te dragen van en naar het apparaat.
De andere instellingen zijn afhankelijk van het
geselecteerde netwerktype.
• IP-adres telefoon (alleen voor IPv4) — Voer het IP-
adres van het apparaat in.
• DNS-adressen — Voer de IP-adressen van de primaire
en secundaire DNS-servers in (indien vereist voor de
serviceprovider). Neem voor deze adressen contact op
met uw internetprovider.
• Proxyserveradres — Voer het adres van de
proxyserver in.
• Proxypoortnummer — Voer het poortnummer van de
proxyserver in.
WLAN-internettoegangspunten
Selecteer Menu > Bedieningspan. > Instellingen en
Verbinding > Bestemmingen > Toegangspunt en
volg de instructies op het scherm. U kunt ook een van de
groepen met toegangspunten openen, een toegangspunt
selecteren waarvoor de aanduiding
wordt
weergegeven en vervolgens Bewerken selecteren.
Gebruik de instructies die u hebt ontvangen van uw
serviceprovider om de volgende opties te bewerken:
• WLAN-netwerknaam — Selecteer Handmatig
opgeven of Netw.namen zoeken. Als u een bestaand
netwerk selecteert, worden WLAN-netwerkmodus en
WLAN-beveiligingsmodus bepaald aan de hand van
de instellingen van het toegangspuntapparaat.
• Netwerkstatus — Hiermee geeft u aan of de naam van
het netwerk wordt weergegeven.
• WLAN-netwerkmodus — Selecteer Ad-hoc als u een
ad-hocnetwerk wilt maken en apparaten rechtstreeks
gegevens moeten kunnen verzenden en ontvangen.
Een WLAN-toegangspunt is niet nodig. In een ad-
hocnetwerk moeten alle apparaten dezelfde WLAN-
netwerknaam gebruiken.
• WLAN-beveiligingsmodus — Selecteer de gebruikte
codering: WEP, 802.1x (niet voor ad-hocnetwerken) of
WPA/WPA2. Als u Open netwerk kiest, wordt geen
codering gebruikt. De coderingstypen WEP, 802.1x en
WPA kunnen alleen worden gebruikt als deze door het
netwerk worden ondersteund.
• Toegangspunt gebruiken — Selecteer Na
bevestiging om het apparaat zodanig in te stellen dat
om bevestiging wordt gevraagd voordat de verbinding
die gebruikmaakt van dit toegangspunt tot stand
wordt gebracht, of selecteer Automatisch om het
apparaat zodanig in te stellen dat automatisch
verbinding met de bestemming wordt gemaakt via dit
toegangspunt.
Voer de instellingen voor de geselecteerde
beveiligingsmodus in en selecteer WLAN-
beveiligingsinstell..
Geavanceerde WLAN-instellingen
Selecteer Opties > Geavanc. instellingen en kies een
van de volgende opties:
• IPv4-instellingen — Voer het IP-adres van het
apparaat, het IP-adres van het subnet, de
standaardgateway en de IP-adressen van de primaire
en secundaire DNS-servers in. Neem voor deze adressen
contact op met uw internetprovider.
• IPv6-instellingen — Definieer het type DNS-adres.
• Ad-hoc kanaal (uitsluitend voor ad-hocnetwerken)
— Selecteer Door gebr. gedef. als u handmatig een
kanaalnummer (1-11) wilt invoeren.
173
Instellingen










