Operation Manual
Met de coderingsmethode WEP (Wired Equivalent Privacy)
worden gegevens voor verzending gecodeerd. Gebruikers
die niet over de vereiste WEP-sleutels beschikken, krijgen
geen toegang tot het netwerk. Wanneer de WEP-
beveiligingsmodus is ingeschakeld en uw apparaat
packet-gegevens ontvangt die niet met de WEP-sleutels
zijn gecodeerd, worden deze gegevens genegeerd.
In een ad-hocnetwerk moet op alle apparaten dezelfde
WEP-sleutel worden gebruikt.
Selecteer WLAN-beveiligingsinstell. en maak een keuze
uit de volgende opties:
• WEP-sleutel in gebruik — Selecteer de gewenste
WEP-sleutel.
• Verificatietype — Selecteer Open of Gedeeld.
• Instellingen WEP-sleutel — Wijzig de instellingen
voor de WEP-sleutel.
WEP-sleutelinstellingen
In een ad-hocnetwerk moet op alle apparaten dezelfde
WEP-sleutel worden gebruikt.
Selecteer WLAN-beveiligingsinstell. > Instellingen
WEP-sleutel en maak een keuze uit de volgende opties:
• WEP-codering — Stel de gewenste lengte van de WEP-
sleutel in.
• Indeling WEP-sleutel — Stel in of u de WEP-
sleutelgegevens wilt invoeren in de indeling ASCII of
Hexadecimaal.
• WEP-sleutel — Voer de WEP-sleutelgegevens in.
802.1x-
beveiligingsinstellingen
Selecteer 802.1x als de WLAN-beveiligingsmodus.l
802.1x verifieert en autoriseert apparaten voor toegang
tot een draadloos netwerk en voorkomt toegang als het
autorisatieproces mislukt.
Selecteer WLAN-beveiligingsinstell. en een van de
volgende opties:
• WPA/WPA2 — Selecteer EAP (Extensible
Authentication Protocol) of Vooraf ged. sleutel (een
geheime sleutel die wordt gebruikt voor identificatie
van het apparaat).
• Instellingen EAP-plug-in — Als u WPA/WPA2 >
EAP hebt geselecteerd, selecteert u welke EAP-plug-ins
in uw apparaat zijn gedefinieerd voor gebruik met het
toegangspunt.
• Vooraf ged. sleutel — Als u WPA/WPA2 > Vooraf
ged. sleutel hebt geselecteerd, voert u de gedeelde
privésleutel in waarmee uw apparaat wordt
geïdentificeerd op het WLAN-netwerk waarmee u
verbinding maakt.
WPA-beveiligingsinstellingen
Selecteer WPA/WPA2 als de WLAN-beveiligingsmodus.
Selecteer WLAN-beveiligingsinstell. en een van de
volgende opties:
• WPA/WPA2 — Selecteer EAP (Extensible
Authentication Protocol) of Vooraf ged. sleutel (een
geheime sleutel die wordt gebruikt voor identificatie
van het apparaat).
141
Instellingen










