Operation Manual

beide lijnen kunnen altijd worden beantwoord,
ongeacht de geselecteerde lijn. Als u Lijn 2 selecteert
en niet bent geabonneerd op deze netwerkdienst, kunt
u geen gesprekken voeren. Wanneer lijn 2 is
geselecteerd, wordt
weergegeven op het
startscherm.
Lijn wijzigen — Voorkom lijnselectie (netwerkdienst),
als dit door uw SIM-kaart wordt ondersteund. U hebt de
PIN2-code nodig om deze instelling te wijzigen.
Ruisonderdrukking — Actieve ruisonderdrukking
van het hoorgedeelte activeren.
Contact zoeken — Zoeken naar contactpersonen in
het startscherm activeren.
Netwerkinstellingen
Selecteer Menu > Bed. paneel > Instellingen en
Telefoon > Netwerk.
Selecteer Netwerkmodus en Dual mode, UMTS of GSM
om de netwerkmodus te selecteren. In de Dual mode
schakelt het apparaat automatisch over tussen
netwerken.
Tip: Als u UMTS selecteert, verloopt de
gegevensoverdracht sneller, maar gaat dit wel ten
koste van extra batterijcapaciteit, zodat batterij
minder lang meegaat. Als u in een gebied met GSM-
en UMTS-netwerken Dual mode selecteert, kan het
gebeuren dat voortdurend tussen beide netwerken
wordt gewisseld, wat ook ten koste van de
batterijcapaciteit gaat.
Selecteer Operatorselectie als u de operator wilt
selecteren en Handmatig om te kiezen uit beschikbare
netwerken of Automatisch om handmatig het apparaat
in te stellen voor het automatisch selecteren van het
netwerk.
Als u het apparaat zodanig wilt instellen dat wordt
aangegeven wanneer het wordt gebruikt in een MCN
(Micro Cellular Network), selecteert u Weergave info
dienst > Aan.
Verbindingsinstellinge
n
Selecteer Menu > Bed. paneel > Instellingen en
Verbinding.
Maak een keuze uit de volgende opties:
Bluetooth — De Bluetooth-instellingen wijzigen.
USB — De instellingen voor gegevenskabels wijzigen.
Bestemmingen — Nieuwe toegangspunten instellen
of bestaande toegangspunten bewerken. Sommige of
alle toegangspunten kunnen door de serviceprovider
vooraf zijn ingesteld voor het apparaat. Het is wellicht
niet mogelijk om nieuwe instellingen toe te voegen of
om instellingen te wijzigen of te verwijderen.
VPN — De instellingen voor virtueel particulier
netwerkgebruik beheren.
Packet-ggvns — Definieer wanneer het packet-
gegevensnetwerk wordt aangekoppeld en voer de
naam van het standaard packet-geschakelde
toegangspunt in dat moet worden gebruikt als u het
apparaat als modem voor een computer gebruikt.
Wireless LAN — Stel het apparaat zodanig in dat er
een symbool wordt weergegeven als een draadloos
135
Instellingen