Operation Manual

2. Druk op de bladertoets en selecteer Toevoegen aan
route.
3. Als u een ander routepunt wilt toevoegen, selecteert u
Nieuw routepunt toev. en het juiste punt.
De volgorde van routepunten wijzigen
1. Ga naar een routepunt.
2. Druk op de bladertoets en selecteer Verplaatsen.
3. Ga naar de plaats waarnaar u het routepunt wilt
verplaatsen en selecteer OK.
De locatie van een routepunt bewerken — Ga naar het
routepunt, druk op de bladertoets en selecteer Bewerken
en de gewenste optie.
De route op de kaart weergeven — Selecteer Route
weerg..
Navigeren naar de bestemming — Selecteer Route
weerg. > Opties > Rit starten of Wandeling starten.
De instellingen voor een route wijzigen
De route-instellingen hebben betrekking op de navigatie-
instructies en de manier waarop de route op de kaart
wordt weergegeven.
1. Open in de weergave met de routeplanner het tabblad
Instellingen. Selecteer Opties > Routepunten of Lijst
met routepunten.
2. Stel de transportmodus in op Per auto of Te voet. Als
u Te voet selecteert, worden eenrichtingsstraten als
gewone straten beschouwd en kunnen ook
wandelpaden en routes door bijvoorbeeld parken en
winkelcentra worden gebruikt.
3. Selecteer de gewenste optie.
De wandelmodus selecteren — Open het tabblad
Instellingen en selecteer Te voet > Voorkeursroute >
Straten of Rechte lijn. Rechte lijn is handig voor routes
buiten bestaande straten omdat ook de wandelrichting
wordt aangegeven.
De snellere of kortere route gebruiken — Open het
tabblad Instellingen en selecteer Per auto >
Routeselectie > Snellere route of Kortere route.
De geoptimaliseerde route gebruiken — Open het
tabblad Instellingen en selecteer Per auto >
Routeselectie > Geoptimaliseerd. De geoptimaliseerde
route combineert de voordelen van de kortere en de
snellere route.
U kunt ook aangeven dat u bijvoorbeeld snelwegen,
tolwegen of veerboten wilt toestaan of uitsluiten.
Sneltoetsen Kaarten
Algemene sneltoetsen
Als u wilt inzoomen of uitzoomen op de kaart, drukt u op *
of #.
Als u wilt terugkeren naar uw huidige locatie, drukt u op
0.
Als het kaarttype wilt wijzigen, drukt u op 1.
Druk op 2 of 8 om de kaart te kantelen.
Druk op 4 of 6 om de kaart te draaien. Druk op 5 om de
kaart weer terug te draaien, met het noorden boven.
Snelkoppelingen voor voetgangersnavigatie
Druk op 2 om een locatie op te slaan.
90
Kaarten