Operation Manual
U kunt een geheugenkaart beveiligen met een
wachtwoord om onbevoegd gebruik te voorkomen. Als
u een wachtwoord wilt instellen, selecteert u Opties >
Wachtw. instellen. Het wachtwoord mag acht tekens
lang zijn en is hoofdlettergevoelig. Het wachtwoord
wordt opgeslagen op het apparaat. U hoeft het niet
opnieuw in te voeren zolang u de geheugenkaart in
hetzelfde apparaat gebruikt. Als u de geheugenkaart
in een ander apparaat gebruikt, wordt naar het
wachtwoord gevraagd. Niet alle geheugenkaarten
ondersteunen beveiliging met een wachtwoord.
Als u het wachtwoord voor de geheugenkaart wilt
verwijderen, selecteert u Opties > Wachtw. verw..
Wanneer u het wachtwoord verwijdert, zijn de
gegevens op de geheugenkaart niet meer beveiligd
tegen onbevoegd gebruik.
Als u een geblokkeerde geheugenkaart wilt openen,
selecteert u Opties > Geh.kaart deblokk.. Voer uw
wachtwoord in.
Tekst invoeren
De invoermethoden die in het apparaat beschikbaar
zijn, kunnen verschillen, afhankelijk van de
verschillende verkoopmarkten.
Traditionele tekstinvoer
Uw apparaat is uitgerust met een volledig toetsenbord.
U kunt leestekens plaatsen door de betreffende toets
of toetsencombinatie te gebruiken.
Als u tussen de verschillende typen letters wilt
wisselen, drukt u op de Shift-toets. Op het scherm
wordt met
, of weergegeven welk
hoofdlettergebruik er is geselecteerd.
Als u de cijfers of tekens op de bovenkant van de
toetsen wilt invoegen, houdt u de betreffende toets
even ingedrukt of drukt u de toets in terwijl de
functietoets is ingedrukt.
Als u alleen de tekens op de bovenkant van de toetsen
wilt invoeren, drukt u snel twee keer achtereen op de
functietoets.
Als u een teken wilt verwijderen, drukt u op de
backspace-toets. Als u meerdere tekens wilt
verwijderen, drukt u op de backspace-toets en houdt u
deze ingedrukt.
Als u tekens die niet op het toetsenbord staan wilt
invoegen, drukt u op de Chr-toets.
Als u tekst wilt kopiƫren, houdt u de Shift-toets
ingedrukt en gaat u naar het woord, de woordgroep of
de tekstregel die u wilt kopiƫren, zodat die wordt
gemarkeerd. Druk op de functietoets + Chr + c. Ga
vervolgens naar de juiste plaats en drukt u op de
functietoets + Chr + v om de tekst in een document in
te voegen.
Als u de schrijftaal wilt wijzigen of de tekstvoorspelling
wilt in- of uitschakelen, drukt u op de functietoets +
spatiebalk en selecteert u een van de beschikbare
opties.
30










