Operation Manual
• SIP-instellingen — Geef SIP-profielen (Session
Initiation Protocol) weer of stel deze in.
• Internettelefoon — Definieer instellingen voor
internetoproepen.
• Configuraties — Geef vertrouwde servers weer
waarvan uw apparaat configuratie-instellingen kan
ontvangen of verwijder deze.
• Tgpt.namen bhr. — Packet-
gegevensverbindingen beperken
Zie 'Packet-
gegevens beperken', p. 151.
Toegangspunten
Selecteer Menu > Instrumenten > Instell. >
Verbinding > Toegangspunten.
Een internettoegangspunt is een verzameling
instellingen, die bepaalt hoe het apparaat een
gegevensverbinding met het netwerk tot stand brengt.
Als u e-mail en multimediadiensten wilt gebruiken en
webpagina's wilt weergeven, moet u eerst
toegangspunten voor deze diensten definiëren.
Mogelijk zijn sommige of alle toegangspunten voor uw
apparaat vooraf door uw serviceprovider ingesteld. U
kunt ze dan niet zelf maken, bewerken of verwijderen.
Selecteer Opties > Nieuw toegangspunt om een
nieuw toegangspunt te maken, of selecteer een
bestaand toegangspunt in de lijst en vervolgens
Opties > Toegangspt dupliceren om het
toegangspunt te gebruiken als basis voor het nieuwe
toegangspunt.
Instellingen voor packet-
gegevens (GPRS)
Selecteer Menu > Instrumenten > Instell. >
Verbinding > Packet-ggvns.
Uw apparaat ondersteunt packet-
gegevensverbindingen, zoals GPRS bij het GSM-
netwerk. Wanneer u uw apparaat gebruikt in het GSM-
of UMTS-netwerk, kunnen meerdere
gegevensverbindingen tegelijk actief zijn.
Toegangspunten kunnen een gegevensverbinding
delen en gegevensverbindingen blijven actief, ook
tijdens spraakoproepen.
Zie
'Verbindingsbeheer', p. 124.
Als u de packet-gegevensinstellingen wilt definiëren,
selecteert u Packet-ggvnsverb.. Selecteer vervolgens
Autom. bij signaal om uw apparaat te registreren bij
het packet-gegevensnetwerk zodra u het in een
ondersteund netwerk inschakelt, of selecteer
Wanneer nodig om alleen een packet-
gegevensverbinding tot stand te brengen als dit voor
een bepaalde toepassing of handeling is vereist.
Selecteer Toegangspunt en voer de naam in van het
toegangspunt dat de serviceprovider u heeft
opgegeven om het apparaat te kunnen gebruiken als
packet-gegevensmodem voor uw computer. Als u een
netwerkverbinding met hoge snelheid wilt gebruiken,
selecteert u Snelle toeg. packet-geg. >
Ingeschakeld.
Deze instellingen gelden voor alle toegangspunten
voor packet-gegevensverbindingen.
146










