Operation Manual
toegangspunt en definieert u een toegangspunt
dat WLAN als gegevensdrager gebruikt.
2. Selecteer 802.1x of WPA/WPA2 als
beveiligingsmodus.
3. Selecteer WLAN-beveil.instell. > WPA/WPA2 >
EAP > Instell. EAP-plug-in.
EAP-plug-ins gebruiken
Als u een EAP-plug-in wilt gebruiken wanneer u via het
toegangspunt verbinding maakt met een draadloos
LAN-netwerk, selecteert u de gewenste plug-in en kiest
u Opties > Inschakelen. De EAP-plug-ins die voor dit
toegangspunt kunnen worden gebruikt, zijn
gemarkeerd. Als u geen gebruik wilt maken van een
plug-in, selecteert u Opties > Uitschakelen.
Als u de instellingen voor EAP-plug-ins wilt bewerken,
selecteert u Opties > Bewerken.
Als u de prioriteit van een EAP-plug-in wilt wijzigen,
selecteert u Opties > Prioriteit verhogen om,
wanneer u via het toegangspunt verbinding met het
netwerk maakt, de desbetreffende plug-in eerder te
gebruiken dan andere plug-ins, of Opties > Prioriteit
verlagen om deze plug-in pas voor netwerkverificatie
te gebruiken nadat andere plug-ins zijn geprobeerd.
Zie de Help bij het apparaat voor meer informatie over
EAP-plug-ins.
SIP-instellingen (Session
Initiation Protocol)
Selecteer Menu > Instrumenten > Instell. >
Verbinding > SIP-instellingen.
SIP-protocollen (Session Initiation Protocol) worden
gebruikt voor het maken, wijzigen en beëindigen van
bepaalde typen communicatiesessies met een of meer
deelnemers (netwerkdienst). Deze communicatievorm
wordt vooral gebruikt voor video delen en
internetoproepen. SIP-profielen bevatten instellingen
voor deze sessies. Het SIP-profiel dat standaard voor
een communicatiesessie wordt gebruikt, is
onderstreept.
Als u een SIP-profiel wilt maken, selecteert u Opties >
Nieuw SIP-profiel > Std.profiel gebrkn of
Bestaand prof. gebr..
Als u het SIP-profiel wilt selecteren dat u standaard
voor communicatiesessies wilt gebruiken, selecteert u
Opties > Standaardprofiel.
SIP-profielen bewerken
Selecteer Opties > Bewerken en maak een keuze uit
de volgende opties:
• Profielnaam — Voer een naam in voor het SIP-
profiel.
• Dienstprofiel — Selecteer IETF of Nokia 3GPP.
• Stndrdtoegangspunt — Selecteer het
toegangspunt dat u voor de internetverbinding wilt
gebruiken.
• Openb. gebr.naam — Voer uw gebruikersnaam in
die u hebt ontvangen van uw serviceprovider.
• Compressie gebruiken — Stel in of
gegevenscompressie wordt gebruikt.
• Registratie — Selecteer de wijze van registratie.
152










