Operation Manual

Uw apparaat ondersteunt packet-
gegevensverbindingen, zoals GPRS bij het GSM-
netwerk. Wanneer u uw apparaat gebruikt in het GSM-
of UMTS-netwerk, kunnen meerdere
gegevensverbindingen tegelijk actief zijn.
Toegangspunten kunnen een gegevensverbinding
delen en gegevensverbindingen blijven actief, ook
tijdens spraakoproepen.
Zie
'Verbindingsbeheer', p. 126.
Als u de packet-gegevensinstellingen wilt definiëren,
selecteert u Packet-ggvnsverb.. Selecteer vervolgens
Autom. bij signaal om uw apparaat te registreren bij
het packet-gegevensnetwerk zodra u het in een
ondersteund netwerk inschakelt, of selecteer
Wanneer nodig om alleen een packet-
gegevensverbinding tot stand te brengen als dit voor
een bepaalde toepassing of handeling is vereist.
Selecteer Toegangspunt en voer de naam in van het
toegangspunt dat de serviceprovider u heeft
opgegeven om het apparaat te kunnen gebruiken als
packet-gegevensmodem voor uw computer. Als u een
netwerkverbinding met hoge snelheid wilt gebruiken,
selecteert u Snelle toeg. packet-geg. >
Ingeschakeld.
Deze instellingen gelden voor alle toegangspunten
voor packet-gegevensverbindingen.
WLAN-instellingen
Selecteer Menu > Instrumenten > Instell. >
Verbinding > Wireless LAN.
Als u wilt dat er een indicator wordt weergegeven als
er een draadloos LAN-netwerk (WLAN) beschikbaar is
op uw huidige locatie, selecteert u Beschkbrhd WLAN
tonen > Ja.
Als u het tijdsinterval wilt selecteren voor het zoeken
naar beschikbare draadloze LAN-netwerken en voor
het bijwerken van de indicator, selecteert u Zoeken
naar netwerken. Deze instelling is alleen beschikbaar
als u Beschkbrhd WLAN tonen > Ja selecteert.
Geavanceerde WLAN-
instellingen
Selecteer Opties > Geavanc. instellingen. De
geavanceerde instellingen voor draadloze LAN-
netwerken worden gewoonlijk automatisch
gedefinieerd en het wordt afgeraden deze instellingen
te wijzigen.
Als u de instellingen handmatig wilt bewerken,
selecteert u Autom. configuratie > Uitgeschakeld
en definieert u de volgende instellingen:
Lange probeerlimiet — Voer het maximum aantal
verzendpogingen in voor als er geen
ontvangstbevestiging van het netwerk wordt
ontvangen.
Korte probeerlimiet — Voer het maximumaantal
verzendpogingen in voor als er geen gereedmelding
voor verzenden van het netwerk wordt ontvangen.
RTS-drempel — Stel voor gegevens de
pakketgrootte in waarbij het toegangspunt voor het
draadloze LAN-netwerk vraagt of de gegevens
moeten worden verzonden, alvorens dit ook
daadwerkelijk te doen.
149