Operation Manual
• Opgeslagen locaties — De locaties weergeven die u tijdelijk in uw apparaat hebt opgeslagen om u te ondersteunen bij de
navigatie.
Positieweergave
Plaatsbepalingsgegevens weergeven, zoals de lengte- en breedtecoördinaten en de hoogte van uw huidige locatie. U kunt ook
de nauwkeurigheid van deze info zien.
Selecteer Opties en maak een keuze uit de volgende opties:
• Positie opslaan — Uw huidige locatie opslaan als oriëntatiepunt of plaatsbepaling.
• Satellietstatus — De signaalsterkte weergeven van de satellieten die de positiegegevens voor navigatie verschaffen.
• Opgeslagen locaties — De locaties weergeven die u tijdelijk in uw apparaat hebt opgeslagen om u te ondersteunen bij de
navigatie.
Reismeterweergave
De reismeter berekent de gereisde afstand en de duur van uw reis en de gemiddelde en maximum reissnelheid.
Selecteer Opties en maak een keuze uit de volgende opties:
• Starten — De reismeter activeren.
• Stoppen — De reismeter afsluiten. De berekende waarden blijven op het scherm.
• Hervatten — De reismeter blijven gebruiken.
• Herstellen — De door de reismeter berekende waarden instellen op nul en de waarden opnieuw berekenen.
• Wissen — De waarden van de reismeter verwijderen nadat u de reismeter hebt gestopt.
• Positie opslaan — Uw huidige locatie opslaan als oriëntatiepunt of plaatsbepaling.
• Satellietstatus — De signaalsterkte weergeven van de satellieten die de positiegegevens voor navigatie verschaffen.
• Opgeslagen locaties — De locaties weergeven die u tijdelijk in uw apparaat hebt opgeslagen om u te ondersteunen bij de
navigatie.
Oriëntatiepunten beheren
Selecteer Positie > Opties > Opgeslagen locaties.
U kunt locaties tijdelijk in uw apparaat opslaan om te helpen bij navigatie.
Als u een locatie wilt opslaan in de weergave Navigatie, Positie of Tripafstand, selecteert u Opties > Positie opslaan.
Als u een tijdelijke locatie wilt opslaan als een meer permanente plaatsbepaling, selecteert u Opties > Opslaan als plaats.
Als u een locatie wilt verwijderen, gaat u naar de locatie en drukt u op Opties > Wissen.
Instellingen Navigator
Selecteer Opties > Instellingen.
Als u het gebruikte maatsysteem wilt wijzigen, selecteert u Maateenheid > Metrisch of Brits.
Als u de hoogteberekening wilt invoeren om de hoogte te corrigeren die ontvangen wordt van de satellieten, selecteert u
Hoogteberekening.
Plaatsbepalingen
Selecteer Menu > Instrum. > Plaatsen.
Plaatsbepalingen zijn de coördinaten naar geografische locaties die u op uw apparaat kunt opslaan voor later gebruik in
verschillende diensten op basis van locatie. De coördinaten worden uitgedrukt in graden en decimaalgraden volgens het
coördinatensysteem WGS-84.
U kunt plaatsbepalingen maken met behulp van een GPS-toebehoren op basis van Bluetooth of een netwerk (netwerkdienst).
Zie 'Navigator', p. 94.
Als u een plaatsbepaling wilt maken, selecteert u Opties > Nieuwe plaats. Selecteer Huidige positie om een netwerkverzoek te
verzenden voor de lengte- en breedtecoördinaten van uw huidige locatie, of selecteer Handmatig opgeven om de benodigde
informatie zelf in te vullen (bijvoorbeeld de naam, de categorie, het adres, de lengte- en breedtegraad en de hoogte).
Als u een plaatsbepaling wilt weergeven of bewerken, gaat u naar de plaatsbepaling en drukt u op de navigatietoets.
Als u een plaatsbepaling wilt verwijderen, gaat u naar de plaatsbepaling en drukt u op de wistoets.
Voor elke plaatsbepaling selecteert u Opties en maakt u een keuze uit de volgende opties:
• Toev. aan categorie — De plaatsbepaling indelen in een groep gelijksoortige plaatsbepalingen. Ga naar de categorie en druk
op de navigatietoets. Als u uw plaatsbepalingscategorieën wilt weergeven, drukt u de joystick naar rechts of naar links.
• Zenden — De plaatsbepaling verzenden naar compatibele apparaten.
• Categor. bewerken — De plaatsbepalingscategorieën toevoegen, bewerken of verwijderen.
I n s t r u m e n t e n
© 2007 Nokia. Alle rechten voorbehouden. 95










