Operation Manual

Oproepinstellingen
Selecteer Bellen en maak een keuze uit de volgende opties:
Identificatie verz. — Selecteer Ja om het telefoonnummer weer te geven aan de persoon met wie u belt of selecteer Ingst.
door netw. om het netwerk te laten bepalen of uw beller-ID wordt verzonden.
Oproep in wachtrij — Selecteer Activeren om een melding van een inkomende oproep te ontvangen wanneer u in gesprek
bent, of selecteer Controleer status om te controleren of de functie actief is in het netwerk.
Opr. weig. met SMS — Selecteer Ja om automatisch een tekstbericht te verzenden aan de persoon die u belt om deze te laten
weten waarom u de inkomende oproep niet kunt beantwoorden.
Berichttekst — Voer de tekst in die moet worden verzonden wanneer u een inkomende oproep niet kunt beantwoorden en
automatisch een tekstbericht wilt verzenden als antwoord.
Afb. in video-oproep — Selecteer Gesel. gebruiken als u tijdens een video-oproep een stilstaande afbeelding wilt weergeven
in plaats van videobeelden of Geen als u helemaal geen beelden wilt weergeven.
Autom. herkiezen Selecteer Aan om een nummer opnieuw te kiezen als dit bezet was tijdens de eerste poging. Het apparaat
doet maximaal tien pogingen om de verbinding tot stand te brengen.
Samenvatting na opr. — Selecteer Aan om kort de geschatte duur van het laatste gesprek weer te geven.
Snelkeuze — Selecteer Aan om snelkeuze in uw apparaat te activeren. Als u een telefoonnummer wilt kiezen dat is
toegewezen aan een van de snelkeuzetoetsen (2-9), houdt u de betreffende snelkeuzetoets ingedrukt.
Zie 'Snelkeuze', p. 24.
Aannem. willek. toets — Selecteer Aan om een inkomende oproep te beantwoorden door kort op een willekeurige toets te
drukken, met uitzondering van de eindetoets.
Lijn in gebruik — Selecteer Lijn 1 of Lijn 2 om de telefoonlijn voor uitgaande oproepen en tekstberichten te wijzigen
(netwerkdienst). Deze instelling wordt alleen weergegeven als de SIM-kaart het wisselen van lijnen ondersteunt en u een
abonnement hebt op twee telefoonlijnen.
Lijn wijzigen Selecteer Uitschakelen om lijnselectie te voorkomen (netwerkdienst). Als u deze instelling wilt wijzigen, hebt
u de PIN2-code nodig.
Verbindingsinstellingen
Selecteer Menu > Instrum. > Instell. > Verbinding en maak een keuze uit de volgende opties:
Toegangspunten — Nieuwe toegangspunten instellen of bestaande toegangspunten bewerken. Sommige of alle
toegangspunten kunnen vooraf voor uw apparaat zijn ingesteld door uw serviceprovider, waardoor u ze niet kunt maken,
bewerken of verwijderen.
Toegangspuntengr. — Nieuwe toegangspuntengroepen instellen of bestaande toegangspuntengroepen bewerken die
worden gebruikt voor het automatisch tot stand brengen van verbindingen en e-mailroaming.
Packet-gegevens — Vaststellen welke packet-gegevensverbindingen worden gebruikt en het toegangspunt invoeren als u
uw apparaat als modem voor een computer gebruikt.
Instell. internettelefoon — Instellingen voor internetoproepen definiëren.
SIP-instellingen — SIP-profielen (Session Initiation Protocol) weergeven of instellen.
Data-oproep — De time-out instellen waarna gegevensverbindingen automatisch moeten worden verbroken.
VPN — VPN-beleid installeren en beheren, VPN-beleidsservers beheren, het VPN-logboek bekijken en VPN-toegangspunten
maken en beheren.
Wireless LAN Bepalen of het op het apparaat moet worden aangegeven als er een draadloos LAN-netwerk beschikbaar is,
en hoe vaak op het apparaat naar netwerken wordt gezocht.
Configuraties — Weergeven en verwijderen van vertrouwde servers waarvan uw apparaat configuratie-instellingen kan
ontvangen.
Neem voor informatie over draadloze LAN-netwerken of over een abonnement op een packetgegevensdienst en de
bijbehorende verbindings en configuratieinstellingen contact op met uw netwerkoperator of serviceprovider.
De instellingen die gewijzigd kunnen worden, kunnen verschillen.
Toegangspunten
Selecteer Menu > Instrum. > Instell. > Verbinding > Toegangspunten.
Een toegangspunt is het punt waar uw apparaat via een gegevensverbinding verbinding maakt met het netwerk. Als u e-mail-
en multimediadiensten wilt gebruiken en webpagina's wilt weergeven, moet u eerst toegangspunten definiëren voor deze
diensten.
Sommige of alle toegangspunten kunnen vooraf voor uw apparaat zijn ingesteld door uw serviceprovider, waardoor u ze niet
kunt maken, bewerken of verwijderen.
Zie 'Internettoegangspunten', p. 64.
Toegangspuntengroepen
Selecteer Menu > Instrum. > Instell. > Verbinding > Toegangspuntengr..
I n s t e l l .
© 2007 Nokia. Alle rechten voorbehouden. 88