Operation Manual

Profielen wijzigen
Het apparaat maakt een spraaklabel voor elk profiel. Als u een profiel wilt inschakelen met een spraakopdracht, houdt u de
spraaktoets ingedrukt en spreekt u de naam van het profiel uit.
Als u de spraakopdracht wilt wijzigen, gaat u naar het gewenste profiel en selecteert u Profielen > Opties > Opdracht
wijzigen.
Instellingen voor spraakopdrachten
Selecteer Opties > Instellingen.
Als u de computerstem wilt uitschakelen die herkende spraaklabels en opdrachten uitspreekt in de geselecteerde taal, selecteert
u Synthesizer > Uit.
Als u het leren van spraakherkenning opnieuw wilt instellen wanneer de hoofdgebruiker van het apparaat is veranderd,
selecteert u Spraakaanp. herstellen.
Gesproken hulp
Selecteer Menu > Instrum. > Gesproken hulp.
De toepassing voor gesproken hulp leest de tekst op het scherm hardop, zodat u de basisfuncties van het apparaat kunt
gebruiken zonder op het scherm te kijken.
Maak een keuze uit de volgende opties:
Contacten — De items in uw lijst met contacten beluisteren. Gebruik deze optie niet als u meer dan 500 contacten hebt.
Rcnte oproepen — Gegevens van gemiste en ontvangen oproepen, gekozen nummers en vaak herhaalde nummers
beluisteren.
Voicemailbox — Spraakberichten ophalen en beluisteren.
Bellen — Een telefoonnummer kiezen.
Klok — De huidige tijd en datum beluisteren.
Als u meer opties wilt horen, selecteert u Opties.
Luisteren naar uw berichten
Gereedheid van de berichtlezer
De berichtlezer leest uw ontvangen tekstberichten hardop voor. Deze toepassing is in het Engels beschikbaar op uw apparaat.
U kunt meer talen downloaden door www.nokia.com te bezoeken.
Selecteer Menu > Kantoor > Berichtlezer.
Selecteer het tekstbericht dat u wilt laten lezen en selecteer Afspelen. U kunt Berichtlezer ook activeren door de
linkerselectietoets ingedrukt te houden wanneer u een tekstbericht ontvangt.
U kunt het volgende bericht in uw Inbox laten voorlezen door de joystick naar rechts te drukken. U kunt het vorige bericht laten
voorlezen door de joystick naar links te drukken.
U kunt het voorlezen onderbreken door de linkerselectietoets kort in te drukken. U kunt doorgaan door de linkerselectietoets
nogmaals kort in te drukken.
Als u het voorlezen wilt beëindigen, drukt u op de eindtoets.
Spraak
U kunt de instellingen voor de kunstmatige spraak wijzigen door Menu > Instrumenten > Spraak te selecteren.
Maak een keuze uit de volgende opties:
Taal — De taal voor de spraak instellen.
Stem — De stem voor de spraak instellen. De stem is taalafhankelijk.
Spraakinstellingen — De stemeigenschappen aanpassen.
Stemeigenschappen
U kunt de stemeigenschappen voor de kunstmatige spraak wijzigen door Menu > Instrumenten > Spraak >
Spraakinstellingen te selecteren.
Maak een keuze uit de volgende opties:
Snelheid — De gewenste spreeksnelheid selecteren.
Volume — Het volume voor de spraak instellen.
S p r a a k t o e p a s s i n g e n
© 2007 Nokia. Alle rechten voorbehouden. 35