Operation Manual
4. Spraaktoepassingen
Uw apparaat bevat verschillende spraaktoepassingen.
Dictafoon
Selecteer Menu > Media > Dictafoon.
Met de Dictafoon kunt u een gesproken memo van maximaal 60 seconden opnemen, opslaan als geluidsclip en deze afspelen.
Dictafoon ondersteunt de indeling AMR.
Als u een gesproken memo wilt opnemen, selecteert u Opties > Geluidsclip opnemen. Selecteer Pauze als u de opname wilt
onderbreken en Opnemen als u de opname wilt hervatten. Wanneer u klaar bent met opnemen, selecteert u Stop. De geluidsclip
wordt automatisch opgeslagen.
De maximumduur van een spraakopname is 60 seconden, maar hangt tevens af van de beschikbare opslagruimte in het
apparaatgeheugen of op een geheugenkaart.
Een spraakopname afspelen
Als u een zojuist gemaakte spraakopname wilt beluisteren, selecteert u het afspeelpictogram.(
). Als u het afspelen wilt
annuleren, selecteert u Stop. De voortgangsbalk geeft de afspeeltijd, positie en lengte van een spraakopname aan.
Als u het afspelen van een spraakopname wilt onderbreken, selecteert u Pauze. Het afspelen wordt hervat wanneer u
Afspelen selecteert.
Spraakopnamen die u ontvangt of opneemt, zijn tijdelijke bestanden. U moet de bestanden die u wilt behouden, opslaan.
Spraakopdrachten
Selecteer Menu > Instrumenten > Spraakop..
U kunt spraakopdrachten gebruiken voor het voeren van gesprekken en het openen van toepassingen, profielen en andere
functies van het apparaat.
Het apparaat maakt een spraaklabel voor de items in de lijst met contacten en voor de functies die zijn ingesteld in de toepassing
Spraakop.. Wanneer een spraaklabel wordt uitgesproken, vergelijkt het apparaat de gesproken woorden met de spraaklabels
in het apparaat.
Spraakopdrachten zijn niet afhankelijk van de stem van de spreker. De spraakherkenning van het apparaat past zich echter aan
de stem van de hoofdgebruiker aan om spraakopdrachten beter te herkennen.
Bellen
Het spraaklabel voor een contact is de naam of bijnaam die is opgeslagen op de contactkaart in Contacten. Als u het spraaklabel
wilt beluisteren, opent u een contactkaart en selecteert u Opties > Sprklabel afspelen.
1. Als u een nummer wilt kiezen met een spraakopdracht, houdt u de spraaktoets ingedrukt.
2. Wanneer u de toon hoort of de melding op het scherm ziet, spreekt u de naam die is opgeslagen op de contactkaart duidelijk
uit.
3. Een computerstem spreekt het spraaklabel van het herkende contact uit in de geselecteerde apparaattaal en de naam en
het nummer worden weergegeven op het scherm. Na een time-out van 1,5 seconde wordt het nummer gekozen. Als het
herkende contact niet correct is, selecteert u Volgende om een lijst met andere overeenkomsten weer te geven of Stoppen
om het kiezen te annuleren.
Als voor een contact meerdere nummers zijn opgeslagen, wordt het standaardnummer geselecteerd als dit is ingesteld. Anders
wordt het eerst beschikbare nummer in de volgende velden geselecteerd: Mobiel, Mobiel (thuis), Mobiel (werk), Telefoon,
Telefoon (thuis) en Tel. (werk)
Toepassing starten
Het apparaat maakt spraaklabels voor de toepassingen die zijn ingesteld in de toepassing Spraakop..
Als u een toepassing wilt starten met een spraakopdracht, houdt u de spraaktoets ingedrukt en spreekt u de opdracht duidelijk
uit. Als de herkende toepassing niet correct is, selecteert u Volgende om een lijst met andere overeenkomsten weer te geven
of Stoppen om te annuleren.
Als u meer toepassingen wilt toevoegen aan de lijst, selecteert u Opties > Nieuwe toepassing.
Als u de spraakopdracht van een toepassing wilt wijzigen, gaat u naar de toepassing en selecteert u Opties > Opdracht
wijzigen. Typ de nieuwe spraakopdracht en selecteer OK.
© 2007 Nokia. Alle rechten voorbehouden. 34










