Operation Manual

Verbinding maken met de dienst voor internetoproepen
Als u een internetoproep wilt verzenden of ontvangen, moet uw apparaat verbinding hebben met een dienst voor
internetoproepen. Selecteer Menu > Connect. > Internettel..
Als u hebt gekozen voor automatisch aanmelden, wordt automatisch verbinding gemaakt met de dienst voor internetoproepen.
Als u zich handmatig bij de dienst voor internetoproepen aanmeldt, kiest u een beschikbaar netwerk in de lijst en selecteert u
Selecteer om verbinding te maken met de dienst. De opgeslagen netwerken, die met een sterretje zijn gemarkeerd, worden als
eerste in de lijst weergegeven. Als u het tot stand brengen van een verbinding ongedaan wilt beëindigen, selecteert u
Annuleer.
Selecteer Opties en maak een keuze uit de volgende opties:
Verb. maken met serv. — om een verbinding met een dienst tot stand te brengen, als er een dienst voor netwerkoproepen
beschikbaar is, evenals een geschikt netwerk.
Verb. met serv. verbr. — om de verbinding met de dienst voor internetoproepen te beëindigen.
Service wijzigen — om de dienst voor internetoproepen te kiezen voor uitgaande oproepen als het apparaat verbinding
heeft met meerdere diensten. Deze optie wordt alleen weergegeven als meerdere geconfigureerde diensten beschikbaar
zijn.
Service configureren — om nieuwe diensten te configureren. Deze optie wordt alleen weergegeven als er diensten zijn die
nog niet zijn geconfigureerd.
Netwerk opslaan — om het netwerk op te slaan waarmee u momenteel verbinding hebt. De eerder opgeslagen netwerken
zijn gemarkeerd met een sterretje in de lijst met netwerken. Deze optie wordt alleen weergegeven als u verbinding hebt
met een draadloos LAN-netwerk dat nog niet is opgeslagen.
Verborgen netw. gebr. — om verbinding te maken met een dienst voor internetoproepen met behulp van een verborgen
draadloos LAN-netwerk.
Vernieuwen — om handmatig de lijst met verbindingsnetwerken te vernieuwen. Gebruik deze optie als uw draadloze LAN-
netwerk niet in de lijst staat. De lijst wordt automatisch elke 15 seconden vernieuwd.
De beschikbare opties kunnen verschillen.
Uw apparaat kan tegelijkertijd slechts op één toegangspunt voor een draadloos LAN-netwerk zijn aangesloten. Als u twee of
meer diensten voor internetoproepen gebruikt die hetzelfde toegangspunt gebruiken, kunt u verbinding maken met meerdere
diensten tegelijkertijd. De dienst die wordt gebruikt voor uitgaande internetoproepen, verschijnt in de lijst met
verbindingsnetwerken en kan worden gewijzigd door Service wijzigen te selecteren.
Wanneer u verbinding hebt gemaakt met een dienst, kunt u het gebruikte draadloze LAN-netwerk opslaan als een bekend
toegangspunt.
Verbinding maken met behulp van een snelkoppeling
Mogelijk is er al een snelkoppeling aanwezig voor Internettel. in de actieve stand-by modus, maar u kunt desgewenst ook een
snelkoppeling toevoegen. Zie 'Instellingen voor stand-by modus', p. 87. Door gebruik te maken van de snelkoppeling kunt u
zich handmatig aanmelden als er een dienst voor internetoproepen en een toegangspunt beschikbaar zijn. Als u al verbinding
hebt met een dienst voor netwerkoproepen, wordt u gevraagd of u de verbinding met de dienst wilt verbreken.
Internetoproepen verzenden
Als u Internetoproep hebt ingesteld als het gewenste oproeptype en uw apparaat verbinding heeft met een dienst voor
internetoproepen, worden oproepen automatisch als internetoproepen verzonden.
Als u het gewenste oproeptype wilt instellen voor uitgaande oproepen, selecteert u Menu > Connect. > Internettel. >
Opties > Instellingen > Voorkeursoproeptype > Mobiel of Internetoproep.
U kunt een internetoproep verzenden vanuit alle toepassingen waarmee u een reguliere spraakoproep kunt verzenden.
Als u een internetoproep wilt verzenden in de stand-by modus, voert u het telefoonnummer of internetadres in en drukt u op
de beltoets.
Als u een internetoproep wilt verzenden naar een adres dat niet met een cijfer begint, drukt u op een willekeurige cijfertoets
wanneer het apparaat in de stand-by modus staat en drukt u vervolgens op # om het scherm te wissen en over te schakelen
van de cijfermodus naar de lettermodus. Toets het adres in en druk op de beltoets.
U kunt ook een internetoproep verzenden vanuit Contacten en Logboek. Als u een oproep wilt verzenden vanuit Contacten,
selecteert u Menu > Contacten en gaat u naar de gewenste contactpersoon. Selecteer Opties > Bellen > Internetoproep.
Als u een oproep wilt verzenden vanuit Logboek, selecteert u Menu > Logboek > Recente opr. en Gemiste opr., Ontvngn opr.
of Gebelde nrs. en gaat u naar de gewenste contactpersoon. Selecteer Opties > Bellen > Internetoproep.
Service-instellingen
Selecteer Menu > Connect. > Internettel. > Opties > Instellingen > Inst.:.
Selecteer Login-type om de manier waarop Internettel. verbinding maakt met de dienst voor internetoproepen, te bekijken of
wijzigen. Maak een keuze uit de volgende opties:
T e l e f o o n
© 2007 Nokia. Alle rechten voorbehouden. 30