Gebruikershandleiding Nokia E63 9211430 Uitgave 2
CONFORMITEITSVERKLARING Hierbij verklaart NOKIA CORPORATION dat het product RM-437 in overeenstemming is met de essentiële eisen en andere relevante bepalingen van richtlijn 1999/5/EG. Een exemplaar van de conformiteitsverklaring kunt u vinden op de volgende website: http://www.nokia.com/phones/declaration_of_conformity/. © 2008 Nokia. Alle rechten voorbehouden. Nokia, Nokia Connecting People, Eseries, Nokia E63 en Visual Radio zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Nokia Corporation.
DE INHOUD VAN DIT DOCUMENT WORDT ZONDER ENIGE VORM VAN GARANTIE VERSTREKT. TENZIJ VEREIST KRACHTENS HET TOEPASSELIJKE RECHT, WORDT GEEN ENKELE GARANTIE GEGEVEN BETREFFENDE DE NAUWKEURIGHEID, BETROUWBAARHEID OF INHOUD VAN DIT DOCUMENT, HETZIJ UITDRUKKELIJK HETZIJ IMPLICIET, DAARONDER MEDE BEGREPEN MAAR NIET BEPERKT TOT IMPLICIETE GARANTIES BETREFFENDE DE VERKOOPBAARHEID EN DE GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL.
Inhoudsopgave Inhoudsopgave Veiligheid...................................................11 Over dit apparaat..........................................................11 Netwerkdiensten...........................................................12 Belangrijkste functies................................14 Toetsen en onderdelen..............................15 Het apparaat instellen...............................17 De SIM-kaart en de batterij plaatsen...........................17 De batterij opladen.........
Telefoon.....................................................38 Spraakoproepen............................................................38 Een oproep beantwoorden.......................................38 Een oproep plaatsen..................................................38 Een conferentiegesprek voeren................................39 Video-oproepen.............................................................39 Een video-oproep plaatsen.......................................40 Een video delen.........
Inhoudsopgave SMS-berichten................................................................59 SMS-berichten schrijven en verzenden....................59 Verzendopties voor SMS-berichten...........................59 SMS-berichten op de SIM-kaart.................................60 Beeldberichten weergeven.......................................60 Beeldberichten doorsturen.......................................60 Multimediaberichten....................................................
Media..........................................................91 Camera...........................................................................91 Een afbeelding vastleggen........................................91 Een videoclip opnemen.............................................92 Camera-instellingen...................................................92 Nokia Podcasting..........................................................92 Podcasts afspelen en beheren..................................
Inhoudsopgave Weergavevolgorde wijzigen......................................107 Een thema downloaden.............................................107 3D-beltonen.................................................................107 Nokia-kantoortoepassingen....................108 Actieve notities ..........................................................108 Notities maken en bewerken .................................108 Instellingen voor Actieve notities..........................108 Rekenmachine ..........
Instellingen..............................................138 Algemene instellingen...............................................138 Aan uw eigen voorkeuren aangepaste instellingen...............................................................138 Scherminstellingen...............................................139 Instellingen voor de stand-by modus.................139 Signaalinstellingen................................................139 Taalinstellingen...................................................
Inhoudsopgave Controleren van de echtheid van Nokiabatterijen.....................................................................163 De echtheid van het hologram controleren..........164 Wat als de batterij niet origineel is?......................164 Behandeling en onderhoud.....................165 Verwijdering................................................................166 Aanvullende veiligheidsinformatie.........167 Kleine kinderen...........................................................
Lees deze eenvoudige richtlijnen. Het niet opvolgen van de richtlijnen kan gevaarlijk of onwettig zijn. Lees de volledige gebruikershandleiding voor meer informatie. SCHAKEL HET APPARAAT ALLEEN IN ALS HET VEILIG IS Schakel het apparaat niet in als het gebruik van mobiele telefoon verboden is of als dit storing of gevaar zou kunnen opleveren. STORING Alle draadloze apparaten kunnen gevoelig zijn voor storing. Dit kan de werking van het apparaat negatief beïnvloeden.
Veiligheid 12 schadelijke inhoud. Wees voorzichtig met berichten, verbindingsverzoeken, browsen en downloaden. Installeer en gebruik alleen diensten en andere software van betrouwbare bronnen die adequate beveiliging en bescherming tegen schadelijke software bieden, zoals toepassingen die Symbian Signed zijn of de Java Verified™-test hebben doorstaan. Overweeg de installatie van antivirus- en andere beveiligingssoftware op het apparaat en eventuele aangesloten computers.
Veiligheid in het menu van uw apparaat weergegeven. Uw apparaat kan ook beschikken over een speciale configuratie, zoals veranderingen in menunamen, menuvolgorde en pictogrammen. Neem voor meer informatie contact op met uw serviceprovider. Dit apparaat ondersteunt WAP 2.0-protocollen (HTTP en SSL) die werken met TCP/IP-protocollen. Voor sommige functies van dit apparaat, zoals e-mail, browsing, en multimedia messaging (MMS), is netwerkondersteuning voor de betreffende technologieën vereist.
Belangrijkste functies Belangrijkste functies Modelnummer: Nokia E63-1 (RM-437). Hierna aangeduid als Nokia E63. Met de nieuwe Nokia E63 kunt u zakelijke en persoonlijke gegevens beheren. De belangrijkste functies worden hier uitgelicht: Contacten en agenda-items van uw oude apparaat verplaatsen naar uw Nokia E63 met Overdracht. Gegevens van zakenpartners en persoonlijke vrienden beheren met de nieuwe toepassing Contacten. Oproepen plaatsen via IP-services met Internettel..
5 — Beltoets 6 — Microfoon 7 — Laderaansluiting 8 — Backspace-toets 9 — Aan/uit- / Eindetoets. Druk op de toets om een oproep te weigeren, actieve oproepen te beëindigen en in de wachtstand te zetten, of om een ander profiel te activeren. Houd de toets ingedrukt om het apparaat in of uit te schakelen. 10 — Selectietoets 11 — Lichtsensor 12 — Hoofdtelefoonaansluiting 1 — Luidspreker 2 — Luistergedeelte 3 — Navi™-toets, hierna voluit navigatietoets genoemd.
Toetsen en onderdelen 16 1 — Functietoets. Als u cijfers of tekens die grijs op de toetsen staan weergegeven wilt invoeren, houdt u de functietoets ingedrukt en drukt u op de betreffende toets, of u houdt alleen de betreffende toets ingedrukt. 2 — Shift-toets. Als u wilt wisselen tussen kleine letters en hoofdletters, drukt u op de Shift-toets. 3 — Chr-toets. Met de Chr-toets kunt u tekens invoeren die niet op het toetsenbord staan. 4 — Ctrl-toets.
Stel uw Nokia E63 in volgens deze instructies. De SIM-kaart en de batterij plaatsen 1. Om de achtercover van het apparaat te openen, moet u met de achterzijde van het apparaat naar u toe gericht op de ontgrendelingsknop drukken en de achtercover optillen. 3. Plaats de SIM-kaart. Zorg ervoor dat de contactpunten naar boven zijn gericht en dat de afgeschuinde hoek van de geheugenkaart naar de bovenkant van het apparaat wijst. Het apparaat instellen Het apparaat instellen 4. Plaats de batterij.
Het apparaat instellen 18 De geheugenkaart plaatsen De batterij opladen 1. Sluit een compatibele lader aan op een stopcontact. 2. Sluit de lader aan op het apparaat. Als de batterij helemaal leeg is, kan het even duren voordat de indicator wordt weergegeven. 3. Wanneer de batterij volledig is opgeladen, maakt u eerst de lader los van het apparaat en vervolgens haalt u de lader uit het stopcontact. De batterij is al opgeladen in de fabriek, maar het laadniveau kan variëren.
Belangrijk: Verwijder de geheugenkaart niet op het moment dat er een bewerking wordt uitgevoerd waarbij de kaart wordt gebruikt. Als u de kaart tijdens een dergelijke bewerking verwijdert, kan schade ontstaan aan de geheugenkaart en het apparaat en kunnen de gegevens die op de kaart zijn opgeslagen, beschadigd raken. 1. Druk kort op de aan/uit-toets en selecteer Geheugenkrt verw.. 2. Open de cover voor de geheugenkaartsleuf. 3. Druk op het uiteinde van de geheugenkaart om deze uit de sleuf te verwijderen.
Het apparaat instellen
Wanneer u het apparaat hebt ingesteld, kunt u het inschakelen en de nieuwe functies van de Eseries verkennen. Eerste keer starten 1. Houd de aan/uit-toets ingedrukt totdat u het apparaat voelt trillen. 2. Voer desgevraagd de PINcode of blokkeringscode in en selecteer OK. 3. Als u daarom wordt gevraagd, voert u het land waarin u zich bevindt en de huidige datum en tijd in. Voer de eerste letters van uw land in om deze te zoeken.
Aan de slag • Operator bevat een koppeling naar de portal van uw eigen operator. Als u de toepassing Welkom later wilt openen, selecteert u Menu > Help > Welkom. De beschikbare items kunnen per regio verschillen. De Instelwizard Selecteer Menu > Instrumenten > Instelwizard. Met de Instelwizard kunt u het apparaat configureren voor instellingen die zijn gebaseerd op de gegevens van uw netwerkoperator.
Menu Selecteer Menu. Het menu is een beginpunt van waaruit u alle toepassingen op het apparaat of op een geheugenkaart kunt openen. Het menu bevat toepassingen en mappen, dit zijn groepen gelijksoortige toepassingen. Alle toepassingen die u zelf op het apparaat installeert, worden standaard opgeslagen in de map Installatie. Als u een toepassing wilt openen, gaat u ernaartoe en drukt u op de navigatietoets.
Aan de slag type inhoud dat u kunt overdragen is afhankelijk van het model van het apparaat. Als het andere apparaat synchronisatie ondersteunt, kunt u ook de gegevens tussen de twee apparaten synchroniseren of gegevens van dit apparaat naar het andere apparaat versturen. Als u gegevens van uw vorige apparaat overdraagt, kan het zijn dat u gevraagd wordt de SIM-kaart te plaatsen. Uw nieuwe Eseries-apparaat heeft geen SIM-kaart nodig bij het overdragen van gegevens.
Er is een alarmsignaal actief. Verstuur gegevens van uw nieuwe Eseriesapparaat naar het andere apparaat. Bluetooth is geactiveerd. Haal gegevens van het andere apparaat op naar uw nieuwe Eseries-apparaat. Scherm-indicatoren Het apparaat wordt gebruikt in een UMTSnetwerk (netwerkdienst). Het batterijniveau. Hoe hoger de balk, hoe meer de batterij opgeladen is. U hebt een of meer ongelezen berichten in de map Inbox in Berichten. U hebt nieuwe e-mail ontvangen in uw externe mailbox.
Aan de slag U hebt op het apparaat ingesteld dat gezocht moet worden naar draadloze LAN-netwerken (WLAN) en er is een WLAN-netwerk beschikbaar. Er is een teksttelefoon aangesloten op het apparaat. Er is een WLAN-verbinding actief in een nietgecodeerd netwerk. Er is een actieve P2T (Push to Talk)-verbinding. Er is een WLAN-verbinding actief in een gecodeerd netwerk. Uw apparaat is met een USB-kabel aangesloten op een computer. De tweede telefoonlijn is in gebruik (netwerkdienst).
Selecteer Terug om de instellingen die u in een toepassing geconfigureerd hebt, op te slaan. Als u een bestand wilt opslaan, selecteert u Opties > Opslaan. Afhankelijk van de gebruikte toepassing zijn er verschillende opslagmogelijkheden. Als u een bestand wilt verzenden, selecteert u Opties > Zenden. U kunt een bestand in een e-mailbericht of een multimediabericht verzenden, of gebruikmaken van verschillende verbindingsmethoden.
Aan de slag Als u de toetsen handmatig wilt vergrendelen vanaf het startscherm, drukt u op de linkerselectietoets en op de functietoets. Als u de toetsen handmatig wilt vergrendelen in het menu of in een openstaande toepassing, drukt u kort op de aan/uit-toets en selecteert u Toetsenblok blokkeren. Als u de toetsen wilt vrijgeven, drukt u op de linkerselectietoets en op de functietoets.
Als u tekstvoorspelling wilt inschakelen, drukt u op de functietoets + spatiebalk en selecteert u wordt Tekstvoorspelling > Aan. De indicator op het scherm weergegeven. Wanneer u een woord begint te schrijven, worden er automatisch mogelijke woorden voorgesteld. Als het goede woord erbij staat, gaat u ernaartoe om het te bevestigen. U kunt tijdens het schrijven ook een lijst met voorgestelde woorden aflopen. Als het gewenste woord in de lijst staat, gaat u ernaartoe en drukt u op de navigatietoets.
Nieuw in de Eseries Nieuw in de Eseries Op uw nieuwe Nokia Eseries staan nieuwe versies van de toepassingen Agenda en Contacten, en ook het startscherm is helemaal vernieuwd. U hebt met het apparaat ook toegang tot de Ovi-diensten. Snelle toegang tot taken Als u het pictogram op het startscherm, in Contacten of in Agenda ziet, drukt u de navigatietoets naar rechts om een lijst met beschikbare acties weer te geven. U sluit de lijst door naar links te gaan.
Werken op het startscherm Als u contacten wilt zoeken vanaf het startscherm, begint u de naam van het contact te typen. Er worden automatisch bijpassende contacten gezocht. Ga naar het gewenste contact. Deze functie is mogelijk niet beschikbaar in alle talen. Druk op de beltoets om het nummer te bellen. Als u het zoeken naar contacten wilt uitschakelen, selecteert u Opties > Contact zoeken uit. Als u wilt zien of er berichten zijn ontvangen, gaat u naar het berichtenvak in het meldingengebied.
Nieuw in de Eseries 1 — Home-toets 2 — Contactentoets 3 — Agendatoets 4 — E-mailtoets Home-toets Als u naar het startscherm wilt, drukt u kort op de home-toets. Druk nogmaals kort op de home-toets om het menu te openen. Als u een lijst van actieve toepassingen wilt zien, drukt u een aantal seconden op de home-toets. Als de lijst is geopend, drukt u kort op de home-toets om door de lijst te navigeren.
Als u een andere weergave wilt, selecteert u Opties > Weergave wijzigen en kiest u de gewenste weergave. Tip: Als u de weekweergave wilt openen, gaat u naar een weeknummer en drukt u op de navigatietoets. Als u in de maand-, week-, dag- of agendaweergave de volgende of vorige dag wilt weergeven, navigeert u naar rechts of links. Als u de standaardweergave wilt wijzigen, selecteert u Opties > Instellingen > Standaardweergave.
Nieuw in de Eseries 34 Als u een agenda-item wilt maken, gaat u naar een datum en selecteert u Opties > Nieuw item en het type item. Tip: Als u een afspraak wilt maken, voert u eerst het onderwerp in. Afspraken, memo's, taken en jaarlijks terugkerende items maken 1. Voer het onderwerp in. 2. Voer voor afspraken een begin- en eindtijd in of selecteer Gebrt. hele dag. 3. Voer voor afspraken en memo's de begin- en einddatum in. Voer voor jaarlijks terugkerende items de datum in en voor taken de einddatum.
Selecteer Opties > Nieuw contact en voer de gegevens van de contact in. Als u contactgegevens van een geheugenkaart wilt kopiëren, selecteert u Opties > Kopiëren > Van geheugenkaart. Contactgroepen Selecteer de contacten die u aan de contactgroep wilt toevoegen, selecteer Opties > Markeringen aan/ uit > Markeren om e te markeren, selecteer Opties > Groepen > Toev. aan groep > Nieuwe groep maken > Groepsnaam en voer een naam in voor de groep.
Nieuw in de Eseries Als u de weergave van contactnamen wilt wijzigen, selecteert u Naamweergave. Als u wilt instellen welk contactenbestand wordt geopend wanneer u de toepassing Contacten start, selecteert u Standaardcontactlijst. Multitasking U kunt verschillende toepassingen tegelijk gebruiken. Als u naar een andere actieve toepassing wilt, houdt u de home-toets ingedrukt, gaat u naar de toepassing en drukt u op de navigatietoets.
Zo installeert u Bestanden op Ovi: 1. Selecteer Menu > Installatie en Bestanden op Ovi. 2. Lees de informatie op het scherm en selecteer Doorgaan. 3. Activeer het veld E-mail en voer uw e-mailadres in. 4. Selecteer Gereed. 5. Selecteer Zenden. U ontvangt een e-mailbericht van de dienst Bestanden op Ovi met informatie over hoe u moet beginnen. Ga voor ondersteuning naar http://files.ovi.com/ support.
Telefoon Telefoon Voordat u een oproep kunt plaatsen of ontvangen, moet het apparaat zijn ingeschakeld, voorzien zijn van een geldige SIM-kaart en zich binnen het bereik van een netwerk bevinden. Als u een internetoproep wilt verzenden of ontvangen, moet uw apparaat verbinding hebben met een dienst voor internetoproepen. Als u verbinding wilt maken met een internetoproepdienst, moet uw apparaat zich binnen de dekking van een verbindingsnetwerk bevinden, zoals een WLAN-toegangspunt.
3. Nadat u alle deelnemers hebt gebeld, selecteert u Opties > Conferentie om de oproepen samen te voegen tot een conferentiegesprek. Als u een oproep wilt plaatsen aan een opgeslagen contact, drukt u op de contactentoets. Voer de eerste letters van de naam in, ga naar de naam en druk op de beltoets. Zie 'Nokia-contacten voor Eseries', p. 34. Als u een deelnemer uit het conferentiegesprek wilt verwijderen, gaat u naar de desbetreffende deelnemer en selecteert u Opties > Conferentie > Deelnemer verwijd..
Telefoon Een video-oproep plaatsen Waarschuwing: Houd het apparaat niet dicht bij uw oor wanneer de luidspreker wordt gebruikt, aangezien het volume erg luid kan zijn. Als u een video-oproep wilt plaatsen, voert u het telefoonnummer in of selecteert u de ontvanger van de video-oproep in Contacten. Selecteer vervolgens Opties > Bellen > Video-oproep. Als de videooproep begint, wordt de camera geactiveerd Is de camera reeds in gebruik, dan wordt het verzenden van videobeelden uitgeschakeld.
Als u een uitnodiging voor video delen ontvangt, wordt er een bericht weergegeven met de naam of het SIPadres van de beller. Als u de uitnodiging wilt accepteren en het delen beginnen, selecteert u Accept.. Als u de uitnodiging wilt weigeren, selecteert u Weigeren. De spraakoproep blijft dan gewoon actief. Internetoproepen Selecteer Menu > Communic. > Internettel.. Met uw apparaat kunt u gesprekken via het internet (netgesprekken) voeren.
Telefoon 3. Selecteer Internettelefoon > Opties > Nieuw profiel. Voer een naam in voor het profiel en selecteer het SIP-profiel dat u zojuist hebt gemaakt. Als u wilt instellen welk profiel moet worden gebruikt als u automatisch verbinding maakt met de dienst voor internetoproepen, selecteert u Menu > Communic. > Internettel. > Voorkeursprofiel.
worden gedetecteerd door de dienst voor internetoproepen wilt weergeven, selecteert u Opgeslagen verb. netw.. Als u internetoproepen wilt instellen als het voorkeursoproeptype voor uitgaande oproepen, selecteert u Menu > Communic. > Internettel. > Opties > Instellingen > Standaardoproeptype > Internetoproep. Als het apparaat verbinding heeft met een dienst voor internetoproepen, worden alle oproepen verzonden als internetoproepen.
Telefoon 44 Oproepen omleiden Selecteer Menu > Instrumenten > Instell. > Telefoon > Doorschakelen. U kunt inkomende oproepen omleiden naar uw voicemail of naar een ander telefoonnummer. Neem contact op met uw serviceprovider voor meer informatie. Kies of u spraak-, gegevens- of faxoproepen wilt omleiden en maak een keuze uit de volgende opties: • Alle spraakoproepen, Alle gegevensoproepen, of Alle faxoproepen — Alle inkomende spraak-, gegevens- of faxoproepen omleiden.
Als u de status van oproepblokkeringen wilt controleren, selecteert u de blokkeeroptie en Opties > Controleer status. Als u alle spraakoproepen wilt blokkeren, selecteert u een blokkeeroptie en selecteert u Opties > Alle blokk. annul.. Als u het wachtwoord voor het blokkeren van spraak-, fax- en gegevensoproepen wilt wijzigen, selecteert u Sprkoproepen blokkeren > Opties > Blokk. wachtw. wijz.. Voer het huidige wachtwoord in en voer vervolgens tweemaal het nieuwe wachtwoord in.
Telefoon Voicemail Selecteer Menu > Communic. > Opr.mailbox. Wanneer u de voicemailtoepassing voor het eerst opent, wordt u gevraagd om het nummer van de voicemail in te voeren. Als u de voicemail wilt bellen, selecteert u Opties > Voicemailbox bellen. Als u internetoproepen in uw apparaat heeft geconfigureerd, en een mailbox heeft voor internetoproepen, dan selecteert u Mlbx vr intrnetoprpn > Opties > Mlbx intrnetopr. bell. om deze te bellen.
Een oproep plaatsen Een spraaklabel voor een contact is de naam of bijnaam die opgeslagen is bij het contact in Contacten. Opmerking: Het gebruik van spraaklabels kan moeilijkheden opleveren in een drukke omgeving of tijdens een noodgeval. Voorkom dus onder alle omstandigheden dat u uitsluitend van spraaklabels afhankelijk bent. Als u een spraaklabel wilt beluisteren, opent u een contact en selecteert u Opties > Sprklabel afspelen. 1.
Telefoon Profielen wijzigen Het apparaat maakt voor elk profiel een spraaklabel. Als u een profiel wilt inschakelen met een spraakopdracht, houdt u de spraaktoets ingedrukt en spreekt u de naam van het profiel uit. Als u de spraakopdracht wilt wijzigen, selecteert u Profielen > Opties > Opdracht wijzigen.
Als u een P2T-oproep aan een contact wilt plaatsen, selecteert u Opties > 1-op-1 praten. Een P2T-oproep plaatsen Als u een contact wilt maken, selecteert u Opties > Opslaan in Contacten. Waarschuwing: Houd het apparaat niet dicht bij uw oor wanneer de luidspreker wordt gebruikt, aangezien het volume erg luid kan zijn. Als u een P2T-oproep wilt plaatsen, selecteert u Opties > Contacten. Vervolgens selecteert u een of meer contacten in de lijst en drukt u op de spraaktoets.
Telefoon Selecteer het kanaal waarbij u zich wilt aanmelden en druk op de spraaktoets. Als u een gebruiker wilt uitnodigen bij een kanaal, selecteert u Opties > Uitnodiging verzenden. Als u de actieve deelnemers aan het kanaal wilt weergeven, selecteert u Opties > Actieve leden. Wanneer u zich aanmeldt bij P2T (Push to Talk), wordt u automatisch verbonden met de kanalen die de laatste keer dat de toepassing werd gesloten, actief waren.
Selecteer Opties > Opslaan in Contacten als u het telefoonnummer uit een communicatiegebeurtenis aan Contacten wilt toevoegen, en selecteer het om een nieuwe contact te maken of om het telefoonnummer toe te voegen aan een bestaande contact. Selecteer Opties > Nummer gebruiken > Kopiëren als u het nummer wilt kopiëren, bijvoorbeeld om het in een SMS te plakken.
Berichten 52 Berichten Selecteer Menu > Communic. > Berichten. In Berichten (netwerkdienst) kunt u SMS-berichten, multimediaberichten, audioberichten en emailberichten verzenden en ontvangen. U kunt ook webdienstberichten, infodienstberichten en speciale berichten met gegevens ontvangen en dienstopdrachten verzenden.
Berichten indelen Als u een nieuwe map wilt maken, selecteert u Mijn mappen > Opties > Nieuwe map. Als u de naam van een map wilt wijzigen, selecteert u Opties > Naam map wijzigen. Alleen de naam van mappen die u zelf hebt gemaakt kunt u wijzigen. Als u een bericht naar een andere map wilt verplaatsen selecteeert u het bericht, Opties > Verplaats naar map, de map en OK. Als u berichten in een bepaalde volgorde wilt sorteren, selecteert u Opties > Sorteren op.
Berichten Als u de spreeksnelheid wilt instellen, selecteert u Spraakinstellingen > Snelheid. Als u het spreekvolume wilt instellen, selecteert u Spraakinstellingen > Volume. Als u een stem wilt beluisteren, opent u het spraaktabblad, selecteert u de gewenste stem en kiest u Opties > Spraak afspelen. E-mailberichten 54 Selecteer Menu > Berichten > Mailbox. Om e-mail te kunnen ontvangen en verzenden, moet u beschikken over een externe mailbox.
1. Blader vanuit het startscherm naar de E-mailwizard en druk op de navigatietoets. 2. Selecteer E-mail inst. starten. 3. Lees de informatie op het scherm en selecteer Starten. 4. Selecteer Ja om het apparaat toegang tot het netwerk te geven. 5. Selecteer Nokia E-mail. 6. Selecteer Ja om de toepassing Nokia E-mail te installeren. 7. Lees de informatie op het scherm en selecteer Doorgaan. Na het installeren van de toepassing Nokia E-mail kunt u de dienst instellen. Zo stelt u de dienst Nokia E-mail in: 1.
Berichten informatie, moet u contact opnemen met de ITafdeling van uw bedrijf. Het gebruik van een blokkeercode kan bij Mail for Exchange verplicht zijn. De standaardblokkeercode van Nokia E63 is 12345, maar het is ook mogelijk dat de ITbeheerder van het bedrijf een andere code heeft ingesteld. Tijdens de installatie van Mail for Exchange kunnen verschillende pop-ups met informatie over uw bedrijf worden getoond. Lees de pop-ups en selecteer Doorgaan, OK, Volgende of Ja om door te gaan.
alleen berichten op te halen die u in de externe mailbox hebt geselecteerd of Alle om alle berichten op te halen die u nog niet eerder hebt opgehaald. 4. Als u uw e-mailberichten offline wilt beheren om de kosten van de verbinding te beperken en te werken in omstandigheden waarin geen gegevensverbinding mogelijk is, selecteert u Opties > Verbind. verbreken om de verbinding met de externe mailbox te beëindigen.
Berichten Tip: Als u een e-mailbericht wilt verzenden dat bestanden als bijlage bevat, worden de bijlagen niet in het antwoord opgenomen. Als u het ontvangen e-mailbericht doorstuurt, worden de bijlagen wel opgenomen. Als u een e-mailbericht wilt doorsturen, selecteert u Opties > Doorsturen. Als u een bestand als bijlage wilt toevoegen aan een emailbericht, selecteert u Opties > Invoegen en de bijlage die u wilt toevoegen.
Als u mappen in uw IMAP4-mailbox wilt weergeven, brengt u een verbinding tot stand en selecteert u Opties > E-mailinstellingen > Inst. voor ophalen > Mapabonnementen. Als u een externe map wilt weergeven, selecteert u een map en Opties > Abonneren. De mappen waarop u bent geabonneerd, worden elke keer wanneer u verbinding maakt, bijgewerkt. Als de mappen groot zijn, kan dit even duren. Als u de lijst met mappen wilt bijwerken, selecteert u een map en Opties > Mappenlijst bijwrkn.
Berichten SMS-berichten op de SIMkaart Selecteer Menu > Communic. > Berichten > Opties > SIM-berichten. U kunt SMS-berichten op de SIM-kaart opslaan. Als u de SIM-berichten wilt weergeven, moet u de berichten eerst kopiëren naar een map op het apparaat. Wanneer u de berichten naar een map hebt gekopieerd, kunt u ze weergeven in deze map of ze van de SIM-kaart verwijderen. 1. Selecteer Opties > Markeringen aan/uit > Markeren of Alle markeren om alle berichten te markeren. 2. Selecteer Opties > Kopiëren. 3.
Multimediaberichten opstellen en verzenden Belangrijk: Wees voorzichtig met het openen van berichten. Berichten kunnen schadelijke software bevatten of anderszins schadelijk zijn voor het apparaat of de pc. 1. Als u een nieuw bericht wilt opstellen, selecteert u Nieuw bericht > Multimediabericht. 2. Ga naar het veld Naar en voer het nummer of emailadres van de ontvanger in, of druk op de navigatietoets om een ontvanger toe te voegen vanuit Contacten.
Berichten 62 Multimediaberichten ontvangen en beantwoorden Belangrijk: Wees voorzichtig met het openen van berichten. Berichten kunnen schadelijke software bevatten of anderszins schadelijk zijn voor het apparaat of de pc. Tip: Als u multimediaberichten ontvangt met objecten die niet door het apparaat worden ondersteund, kunt u deze niet openen. Probeer dergelijke objecten naar een ander apparaat, bijvoorbeeld een computer, te verzenden en open ze daar. 1.
Als u de presentatie wilt bekijken, selecteert u Opties > Voorbeeld. Multimediapresentaties kunnen alleen worden weergegeven op compatibele apparaten met ondersteuning voor presentaties. De weergave kan per apparaat verschillen. Presentaties weergeven Als u een presentatie wilt weergeven, kunt u dat in de map Inbox doen. Ga naar de presentatie en druk op de navigatietoets. Als u de presentatie wilt onderbreken, drukt u op een van beide selectietoetsen.
Berichten of e-mailadressen invoert, moet u deze door een puntkomma scheiden. 2. Bewerk het bericht eventueel en selecteer Opties > Zenden. Tip: Als u de afleverinstellingen van het bericht wilt bewerken, selecteert u Opties > Zendopties. Een geluidsclip verzenden 1. Als u een audiobericht wilt opstellen, selecteert u Nieuw bericht > Audiobericht. 2. Ga naar het veld Naar en voer het nummer of emailadres van de ontvanger in, of druk op de navigatietoets om een ontvanger toe te voegen vanuit Contacten.
meldt u zich in de hoofdweergave bij de server aan door Opties > Aanmelden te selecteren. Voer uw gebruikers-ID en wachtwoord in wanneer u daarom wordt gevraagd. Uw gebruikersnaam, wachtwoord en andere aanmeldingsinstellingen ontvangt u van uw serviceprovider wanneer u zich registreert. Chatinstellingen definiëren Een gesprek beginnen Als u de instellingen van de chattoepassing wilt definiëren, selecteert u Opties > Instellingen > Chatinstellingen.
Berichten Als u een gesprekspartner wilt opslaan bij uw chatcontacten, selecteert u Opties > Toev. aan chatcont.. Als u een gesprek wilt opslaan terwijl u in de gespreksweergave bent, selecteert u Opties > Chat opnemen. Het gesprek wordt opgeslagen als een tekstbestand dat kan worden geopend en weergegeven in de toepassing Notities. Chatgroepen Open Chatgroepen. Chatgroepen is alleen beschikbaar als u bij een chatserver bent aangemeld en deze chatgroepen ondersteunt.
Als u geen berichten van andere chatgebruikers wilt ontvangen, selecteert u Opties > Nwe cont. blokkeren. Selecteer de chatgebruiker in de lijst met chatcontacten of voer de gebruikers-ID in. Chattoepassingsinstellingen Selecteer Opties > Instellingen > Chatinstellingen en definieer de volgende opties: • Schermnaam gebr. — Als u de naam wilt wijzigen waaronder u bekend bent in chatgroepen, selecteert u Ja. • Mijn beschikb.
Berichten Dienstberichten Dienstberichten zijn berichten die door serviceproviders naar uw apparaat worden verzonden. Deze kunnen meldingen bevatten, zoals nieuws, diensten of koppelingen waarmee de inhoud van het bericht kan worden gedownload. Als u de instellingen voor dienstberichten wilt definiëren, selecteert u Opties > Instellingen > Dienstbericht. Als u de dienst of de berichtinhoud wilt downloaden, selecteert u Opties > Bericht downloaden.
Berichtinstellingen Selecteer Menu > Communic. > Berichten > Opties > Instellingen. Vul alle velden in die zijn gemarkeerd met Te definiëren of met een rood sterretje. Mogelijk wordt in uw apparaat de SIM-kaartprovider herkend en worden de juiste instellingen voor SMSberichten, multimediaberichten en GPRS automatisch geconfigureerd.
Berichten 70 • Grootte afbeelding — Selecteer Klein of Groot om de grootte van afbeeldingen in multimediaberichten aan te passen. Selecteer Origineel om de oorspronkelijke grootte van afbeeldingen te behouden. • MMS-aanmaakmodus — Selecteer Beperkt om te voorkomen dat uw apparaat inhoud in multimediaberichten invoegt, die niet wordt ondersteund door het netwerk of door het ontvangende apparaat. Selecteer Met begeleiding als u een waarschuwing wilt ontvangen voor dergelijke inhoud.
Verbindingsinstellingen Als u de verbindingsinstellingen wilt opgeven, selecteert u een e-mailaccount en Opties > Bewerken > Verbindingsinstellingen. Als u de instellingen voor de door u ontvangen e-mail wilt bewerken, selecteert u Inkomende e-mail. Als u de instellingen voor de door u verzonden e-mail wilt bewerken, selecteert u Uitgaande e-mail.
Berichten van die mappen ophalen. Deze instelling is alleen bedoeld voor IMAP4-mailboxen. Instellingen voor automatisch ophalen Als u de instellingen voor automatisch ophalen voor een e-mailaccount wilt opgeven, selecteert u eerst de account, vervolgens Opties > Bewerken > Automatisch ophalen en geeft u de volgende instellingen op: • E-mail ophalen — Selecteer Ingeschakeld om nieuwe e-mailberichten automatisch uit uw externe mailbox op te halen, of Uitsl.
Berichten • Gebruikt geheugen — Geef aan waar berichten moeten worden opgeslagen. U kunt berichten alleen op de geheugenkaart opslaan als er een is geïnstalleerd. • Mappenweergave — Geef aan hoe de berichten in Inbox moeten worden weergegeven.
Internet 74 Internet Met de nieuwe Eseries kunt u surfen op internet en op het intranet van uw bedrijf en nieuwe toepassingen naar het apparaat downloaden en ze installeren. Het apparaat kan ook gebruikt worden als een modem, zodat u met uw pc verbinding kunt maken met internet. aanbieder kan u ook instructies geven voor het gebruik van deze diensten.
Bookmarks Om tijdens het browsen bij de weergave Bookmarks te komen, selecteert u Opties > Bookmarks. Selecteer de bookmark om een webpagina te bekijken. Selecteer Opties > Ga naar webadres om naar een andere webpagina te browsen, voer het webadres in en selecteer Ga naar. Als u tijdens het browsen een bookmark wilt toevoegen, selecteert u Opties > Opslaan als bookmark. Selecteer Opties > Bookmarkbeheer om de bookmarks in de weergave Bookmarks te ordenen.
Internet Een verbinding verbreken Als u de verbinding wilt verbreken en de browserpagina offline wilt weergeven, selecteert u Opties > Instrumenten > Verbind. verbreken. Als u de verbinding wilt verbreken en de browser wilt sluiten, selecteert u Opties > Afsluiten. Webinstellingen Selecteer Menu > Web > Opties > Instellingen. De webinstellingen zijn in vier groepen verdeeld: • Algemeen bevat de instellingen van het toegangspunt, de startpagina en de beveiligingsinstellingen voor browsen.
Aankoopgeschiedenis Als u het geselecteerde item wilt aanschaffen, selecteert u Opties > Kopen. Als u bestandsgegevens van het geselecteerde item wilt weergeven, selecteert u Opties > Gegevens bekijken. U kunt een item openen of de inhoud van een map of catalogus weergeven, door ernaartoe te gaan en op de navigatietoets te drukken. Als u een gratis item wilt downloaden, selecteert u Opties > Ophalen. Als u een item wilt zoeken, selecteert u Opties > Zoeken.
Internet Internettoegangspun ten Een internettoegangspunt is een verzameling instellingen, die bepaalt hoe het apparaat een gegevensverbinding met het netwerk tot stand brengt. Als u e-mail en multimediadiensten wilt gebruiken en webpagina's wilt weergeven, moet u eerst toegangspunten voor deze diensten definiëren. Mogelijk zijn sommige of alle toegangspunten voor uw apparaat vooraf door uw serviceprovider ingesteld. U kunt ze dan niet zelf maken, bewerken of verwijderen.
Selecteer Menu > Instrumenten > Instell. > Verbinding > Toegangspunten. Nadat u de basisinstellingen voor het internettoegangspunt voor packet-gegevens (GPRS) hebt gedefinieerd, selecteert u Opties > Geavanc. instell. en definieert u de volgende geavanceerde instellingen: • Netwerktype — Selecteer IPv4 of IPv6 als het type internetprotocol. Het internetprotocol definieert hoe gegevens naar en van het apparaat worden overgebracht. • IP-adres telefoon — Voer het IP-adres van het apparaat in.
Internet bedrade LAN-apparaten communiceren. Als u Ad-hoc selecteert, kunnen apparaten rechtstreeks gegevens naar elkaar verzenden en ontvangen, zonder dat er een WLANtoegangspunt nodig is. • WLAN-beveil.modus — U moet dezelfde beveiligingsmodus selecteren die wordt gebruikt in het WLAN-toegangspunt. Als u WEP (wired equivalent privacy), 802.1x of WPA/WPA2 (Wi-Fi protected access) selecteert, moet u ook de relevante bijkomende instellingen configureren. • WLAN-beveil.instell.
Internet pc zijn ingeschakeld. Als dat niet zo is, kunt u het bestand setup.exe op de cd-rom van de pc zelf uitvoeren.
Op reis Op reis Hebt u een routebeschrijving nodig? Zoekt u een restaurant? Met de Eseries hebt u alles om te komen waar u wilt zijn. GPS en satellietsignalen 82 Als u GPS wilt gebruiken, hebt u een compatibele GPSontvanger nodig. Om verbinding te maken met de GPSontvanger gebruikt u Bluetooth-connectiviteit. Als u een compatibele GPS-ontvanger met Bluetoothconnectiviteit wilt gebruiken, selecteert u Menu > Connect. > Bluetooth.
Als uw apparaat geen satellietsignaal kan vinden, zou u het volgende kunnen doen: • Als u zich binnenshuis bevindt, ga dan naar buiten voor een beter signaal. • Als u zich buiten bevindt, ga dan naar een plek met meer open ruimte. • De sterkte van de signalen kan worden beïnvloed door slechte weersomstandigheden. • Het tot stand brengen van een GPS-verbinding duurt een paar seconden tot enkele minuten.
Op reis informatie over het installeren van Nokia Map Loader op een compatibele pc. Het downloaden van kaarten kan de overdracht van grote hoeveelheden gegevens via het netwerk van uw serviceprovider met zich meebrengen. Neem contact op met uw serviceprovider voor meer informatie over de kosten van gegevensoverdracht. Wanneer u Kaarten voor het eerst gebruikt, moet u mogelijk een toegangspunt kiezen voor het downloaden van kaarten.
Scherm-indicatoren De GPS-indicator rechtsonder in het scherm geeft aan wat de beschikbaarheid en sterkte van het satellietsignaal is. Eén balk staat voor één satelliet. Wanneer het apparaat probeert een satelliet te vinden, is de balk geel. Wanneer het apparaat voldoende gegevens van de satelliet heeft ontvangen om een GPS-verbinding tot stand te brengen, wordt de balk groen. Hoe meer groene balken, hoe sterker de GPS-verbinding.
Op reis Een route plannen Als u een route wilt plannen, selecteert u het beginpunt op de kaart of zoekt u naar een locatie. Vervolgens drukt u op de navigatietoets en selecteert u Toevoegen aan route. Als u de bestemming wilt definiëren en meer locaties voor uw route wilt opgeven, selecteert u Opties > Routepunt toevoegen en zoekt u de locatie. Selecteer Opties > Instellingen > Transportmodus om te wisselen tussen lopen en rijden.
Als u een licentie voor voetgangers- en autonavigatie met gesproken begeleiding wilt aanschaffen, selecteert u Opties > Extra's > Rijden/lopen. De licentie is regiospecifiek en kan alleen in het geselecteerde gebied worden gebruikt. Tip: Als u navigatie drie dagen wilt uitproberen met een gratis licentie, drukt u op de navigatietoets en selecteert u Hierheen rijden. Er wordt gecontroleerd of er een gratis licentie beschikbaar is voor het apparaat. Als u de licentie wilt activeren, selecteert u OK.
Op reis Het downloaden van reisgidsen kan de overdracht van grote hoeveelheden gegevens via het netwerk van uw serviceprovider met zich meebrengen. Neem contact op met uw serviceprovider voor meer informatie over de kosten van gegevensoverdracht. De toepassing moet plaatsbepalingsgegevens ontvangen van ten minste drie satellieten voordat u de toepassing als hulp onderweg kunt gebruiken. De tripmeter heeft een beperkte nauwkeurigheid en er kunnen afrondingsfouten voorkomen.
Als u de hoogtecalibratie wilt invoeren om de hoogte die u van de satellieten hebt ontvangen, te corrigeren, selecteert u Opties > Instellingen > Hoogteberekening. Plaatsbepalingen Selecteer Menu > Instrumenten > Plaatsen. Plaatsbepalingen zijn coördinaten van geografische locaties die u op uw apparaat kunt opslaan om later te gebruiken in andere toepassingen op basis van locatie. U kunt plaatsbepalingen creëren met een Bluetooth GPS-accessoire of netwerk (netwerkdienst).
Op reis Als u de plaatsbepalingen in een categorie wilt weergeven, gaat u naar de categorie en drukt u op de navigatietoets. Als u een nieuwe categorie wilt maken, selecteert u Opties > Categor. bewerken > Opties > Nieuwe categorie. Als u een plaatsbepaling van de ene naar de andere categorie wilt verplaatsen, opent u het tabblad voor plaatsbepalingen, selecteert u de plaatsbepaling en Opties > Toev. aan categorie. Selecteer de oude categorie om de markering ernaast te verwijderen.
Media Media Op het apparaat bevindt zich een aantal mediatoepassingen voor zakelijk gebruik en als vrijetijdsbesteding. Raadpleeg voor meer informatie de uitgebreide gebruikershandleiding via internet. Camera Selecteer Menu > Media > Camera. Een afbeelding vastleggen Uw apparaat ondersteunt een beeldresolutie van ten hoogste 1600x1200 pixels. De beeldresolutie kan in deze documentatie anders zijn weergegeven.
Media Een videoclip opnemen 1. Druk op de navigatietoets om de opname van een videoclip te starten. De resterende opnametijd wordt boven in het scherm getoond. 2. Als u de opname wilt onderbreken, selecteert u Pauze. Als u de opname wilt hervatten, selecteert u Doorgaan. 3. Als u de opname wilt beëindigen, selecteert u Stop. De videoclip wordt opgeslagen in de Galerij of in de map die u hebt gedefinieerd. 4. Als u de opgenomen videoclip niet wilt bewaren, selecteert u Opties > Verwijderen.
Als u een OPML-bestand dat op uw apparaat is opgeslagen wilt importeren, selecteert u Opties > OPML-best. importeren. Op sommige poscasts kunt u reageren door opmerkingen aan de makers te schrijven of uw stem uit te brengen. Als u hiervoor verbinding met internet wit maken, selecteert u Opties > Opmerkingen weerg.. Podcasts zoeken Als u de website van de podcast wilt openen (netwerkdienst) selecteert u Opties > Webpagina openen. Webmappen Selecteer Mappen.
Media Instellingen voor Podcasting U kunt muziek van andere, compatibele apparaten overbrengen naar uw apparaat. Zie 'Muziek overdragen vanaf de computer', p. 95. Als u de downloadinstellingen wilt bewerken, selecteert u Opties > Instellingen > Downloaden. Een liedje of een podcastepisode afspelen Als u de verbindingsinstellingen wilt bewerken, selecteert u Opties > Instellingen > Verbinding.
Afspeellijsten Als u uw afspeellijsten wilt weergeven of beheren, selecteert u Muziek > Afspeellijsten. Als u een nieuwe afspeellijst wilt maken, selecteert u Opties > Afspeellijst maken. Als u liedjes aan de afspeellijst wilt toevoegen, selecteert u het liedje en vervolgens Opties > Toev. aan afspeellijst > Opgesl. afspeellijst of Nieuwe afspeellijst. Als u de liedjes in een afspeellijst opnieuw wilt ordenen, gaat u naar het liedje dat u wilt verplaatsen en selecteert u Opties > Lijst opnieuw ordenen.
Media 2. Ga in het linkernavigatiescherm naar de muziekbestanden op uw computer die u wilt synchroniseren. 3. Sleep de liedjes naar de Synchronisatielijst aan de rechterkant. Boven de Synchronisatielijst wordt weergegeven hoeveel geheugen er beschikbaar is op uw apparaat. 4. Als u liedjes of albums wilt verwijderen, selecteert u een item in de Synchronisatielijst, klikt u met de rechtermuisknop en selecteert u Verwijderen uit lijst. 5. Klik op Beginnen met synchroniseren om het synchroniseren te starten.
Online delen Selecteer Menu > Media > Online delen. U kunt afbeeldingen en videoclips met anderen delen via compatibele onlinealbums, blogs of via onlineservices op internet. U kunt materiaal uploaden, onvoltooide posts opslaan om ze later af te maken en de inhoud van albums weergeven. Welke typen inhoud worden ondersteund, kan per serviceprovider verschillen. Om bestanden online te kunnen delen, moet u een account hebben bij een onlineservice voor het delen van bestanden.
Media Als u het afspelen van een opgenomen clip wilt onderbreken, selecteert u Pauze. Het afspelen wordt hervat wanneer u Afspelen selecteert. Dictafooninstellingen De opnamen worden automatisch opgeslagen in het apparaatgeheugen, tenzij u de standaardlocatie wijzigt. Gewijzigde instellingen zijn van toepassing op alle opnamen die u na de wijziging maakt of ontvangt. Als u de standaardlocatie van opgeslagen spraakopnamen wilt wijzigen, selecteert u Opties > Instellingen > Gebruikt geheugen.
RealPlayer Als u de afbeelding wilt draaien, selecteert u Opties > Roteren. Selecteer Naar rechts om de afbeelding 90 graden rechtsom te draaien en Naar links om de afbeelding 90 graden linksom te draaien. Selecteer Menu > Media > RealPlayer. RealPlayer kan videoclips en audiobestanden afspelen die in het geheugen van het apparaat of op een geheugenkaart zijn opgeslagen, die via e-mail of een compatibele pc naar het apparaat zijn overgebracht, of die vanaf het web op het apparaat worden afgespeeld.
Media bestand verwijst. Voordat de content begint te streamen, moet het apparaat verbonden zijn met een website en de content bufferen. Als er door een netwerkverbindingsprobleem een afspeelfout wordt veroorzaakt, probeert RealPlayer automatisch opnieuw met het internettoegangspunt te verbinden. Als u een mediaclip in een bericht wilt verzenden, stelt u een multimediabericht op, selecteert u de clip die u wilt toevoegen en selecteert u Object invoegen > Videoclip of Geluidsclip.
Flash-bestanden beheren Plaats een geheugenkaart in uw apparaat om het gebruik van Flash-speler te optimaliseren Als u een flash-bestand wilt afspelen, gaat u naar het bestand en drukt u op de navigatietoets. Als u een flash-bestand wilt verzenden naar compatibele apparaten, selecteert u Opties > Verzenden. Het is mogelijk dat bepaalde flashbestanden niet mogen worden verzonden in verband met copyrightbepalingen.
Media Navigeer naar links of rechts om het volume aan te passen. Als u bij het beluisteren van de radio wilt schakelen tussen het gebruik van de headset en de luidspreker, selecteert u Opties > Luidspreker aan. Als u wilt terugkeren naar het startscherm en de FMradio op de achtergrond wilt laten spelen, selecteert u Opties > Afsp. in achtergrond.
Selecteer Menu > Media > Internetradio. Naar internetradiozenders luisteren Waarschuwing: Luister naar muziek op een gematigd geluidsvolume. Voortdurende blootstelling aan een hoog geluidsvolume kan uw gehoor beschadigen. Houd het apparaat niet dicht bij uw oor wanneer de luidspreker wordt gebruikt, aangezien het volume erg luid kan zijn.
Media Als u zendergegevens wilt weergeven, naar een zender hoger of lager in de lijst wilt gaan, of een zender wilt verwijderen uit de favorieten, selecteert u Opties > Zender en de gewenste optie. Als u uitsluitend zenders wilt weergeven die beginnen met bepaalde letters of cijfers, voert u deze tekens in. De overeenkomende zenders worden weergegeven.
U kunt uw apparaat aanpassen aan uw eigen voorkeuren door bijvoorbeeld de beltonen, achtergrondafbeeldingen en schermbeveiligingen te wijzigen. Profielen Selecteer Menu > Instrumenten > Profielen. U kunt voor verschillende gebeurtenissen, omgevingen of groepen bellers beltonen, waarschuwingssignalen en andere signalen instellen. Het actieve profiel wordt boven aan het startscherm weergegeven. Als het actieve profiel echter Algemeen is, wordt alleen de huidige datum weergegeven.
Aan uw eigen voorkeuren aanpassen 106 Voor oproepen van andere nummers geldt een stille waarschuwing. Als u de berichttoon wilt wijzigen, selecteert u Opties > Aanpassen > Berichtensignaaltoon. Profielen aanpassen Selecteer Opties > Aanpassen en definieer de volgende opties: • Beltoon — Selecteer een beltoon in de lijst, of selecteer Geluiden downldn om een map te openen met daarin een lijst met bookmarks voor het downloaden van tonen via de browser.
Selecteer Menu > Instrumenten > Thema's. Als u het thema wilt wijzigen dat voor alle toepassingen wordt gebruikt, selecteert u de map Algemeen. Als u het thema van het hoofdmenu wilt wijzigen, selecteert u de map Menuweerg.. Als u het thema van een bepaalde toepassing wilt wijzigen selecteert u de map van de toepassing. Als u de achtergrondafbeelding van het startscherm wilt wijzigen, selecteert u de map Achtergrond. Als u een animatie wilt kiezen voor de screensaver, selecteert u de map Spaarstand.
Nokia-kantoortoepassingen Nokia-kantoortoepassingen De Nokia-kantoortoepassingen leveren ondersteuning voor mobiel zaken doen en zorgen voor een effectieve communicatie met uw zakelijke partners. Actieve notities Selecteer Menu > Kantoor > Act. notities. Met Actieve notities kunt u verschillende soorten notities maken, bewerken en weergeven, zoals vergadermemo's, hobbyaantekeningen of boodschappenlijstjes. U kunt afbeeldingen, video's en geluid invoegen in de notities.
Als u een notitie op de achtergrond wilt zien als u belt of gebeld wordt, selecteert u Notitie wrg. bij gesprek > Ja. Tip: Als u tijdelijk de notities niet wilt zien tijdens telefoongesprekken, selecteert u Notitie wrg. bij gesprek > Nee. Op deze manier hoeft u de koppelingen tussen notities en contactkaarten niet te verwijderen. Rekenmachine Selecteer Menu > Kantoor > Rekenm.. Deze rekenmachine heeft een beperkte nauwkeurigheid en is ontworpen voor eenvoudige berekeningen.
Nokia-kantoortoepassingen navigatietoets. De mappen en bestanden waarvan de namen de zoektekst bevatten, worden weergegeven. Als u gegevens over het geselecteerde bestand wilt weergeven, selecteert u Opties > Gegevens bekijken. Als u meer gegevens over het onlinebestand wilt weergeven, selecteert u Opties > Aanvullende details. Quickoffice Selecteer Menu > Kantoor > Quickoffice.
Wanneer u de basisvaluta wijzigt, moet u de nieuwe wisselkoersen invoeren, aangezien alle eerder ingestelde koersen op nul worden teruggezet. Voordat u valuta kunt converteren, moet u een basisvaluta instellen en wisselkoersen invoeren. De koers van de basisvaluta is altijd 1. De basisvaluta bepaalt de wisselkoers van de andere valuta. 1. Als u de wisselkoers voor de valuta-eenheid wilt instellen, gaat u naar het veld Type en selecteert u Opties > Wisselkoersen. 2.
Nokia-kantoortoepassingen Voordat u begint met afdrukken moet uw apparaat op de juiste wijze op de printer zijn aangesloten. Als u een document wilt afdrukken, selecteert u Opties > Afdrukopties > Afdrukken. Als u wilt afdrukken naar een bestand, selecteert u Opties > Afdrukopties > Afdrukken > Afdrukken naar bestand en bepaalt u de locatie voor het bestand. Als u de afdrukopties wilt wijzigen, selecteert u Opties > Afdrukopties.
Selecteer Menu > Kantoor > Klok. In Klok kunt u uw lokale tijd- en tijdzonegegevens weergeven, alarmsignalen instellen en bewerken, of de instellingen voor datum en tijd wijzigen. Wekker Open het tabblad voor de wekker. Als u een alarm wilt instellen, selecteert u Opties > Nieuw alarm. Als een alarm is ingesteld, wordt weergegeven. Als u het alarm wilt uitschakelen, selecteert u Stop of Snooze om het alarm gedurende 5 minuten te onderbreken.
Nokia-kantoortoepassingen Notities Selecteer Menu > Kantoor > Notities. U kunt notities maken en verzenden naar andere compatibele apparaten en u kunt ontvangen tekstbestanden (indeling .txt) opslaan in Notities. Notities schrijven en verzenden Als u een notitie wilt schrijven, begint u gewoon tekst in te voeren. De notitie-editor wordt dan automatisch geopend. Als u een notitie wilt openen, gaat u naar de desbetreffende notitie en drukt u op de navigatietoets.
Nokia-kantoortoepassingen 7. Als u wordt gevraagd naar een toetsenbordindeling, selecteert u er een uit de lijst op het apparaat. Als de naam van het toetsenbord wordt weergegeven, wijzigt de status naar Toetsenbord verbonden terwijl de indicator van het toetsenbord langzaam knippert; het toetsenbord is klaar voor gebruik. Raadpleeg de handleiding van het toetsenbord voor meer informatie over het gebruik en onderhoud ervan.
Connectiviteit Connectiviteit Het apparaat biedt verschillende mogelijkheden om verbinding met internet, een bedrijfsintranet of een ander apparaat of een computer te maken. Nokia PC Suite U kunt Nokia PC Suite installeren vanaf de cd-rom of vanaf het web. U kunt Nokia PC Suite gebruiken met Windows XP en Windows Vista.
Als u wilt dat er om de modus wordt gevraagd, telkens wanneer u een USB-gegevenskabel op het apparaat aansluit, selecteert u Menu > Connect. > USB > Vragen bij verbinding > Ja. Bluetooth Selecteer Menu > Connect. > Bluetooth. Over Bluetooth Met Bluetooth-technologie kunnen elektronische apparaten binnen een bereik tot 10 meter draadloos met elkaar worden verbonden.
Connectiviteit 118 vorige zoekresultaten. Als u naar meer Bluetooth-apparaten wilt zoeken, selecteert u Meer apparaten. 6. Selecteer het apparaat waar u een verbinding mee wilt maken. Als het andere apparaat eerst gekoppeld moet worden voordat er gegevens overgedragen kunnen worden, wordt u gevraagd een wachtwoord in te voeren. Nadat er een verbinding tot stand gekomen is, verschijnt Gegevens worden verzonden in beeld.
Als u het gekoppelde apparaat een bijnaam wilt geven, selecteert u Opties > Korte naam toewijz.. De bijnaam wordt alleen op uw eigen apparaat weergegeven. Als u een koppeling wilt verwijderen, selecteert u het apparaat waarvoor u de koppeling wilt verwijderen en Opties > Verwijderen. Als u alle koppelingen wilt verwijderen, selecteert u Opties > Alle verwijderen.
Connectiviteit 120 moet u eerst de externe SIM-modus verlaten. Als het apparaat is vergrendeld, moet u eerst de beveiligingscode invoeren om deze te ontgrendelen. Zie de Nokia-website en de gebruikershandleiding bij uw carkit voor meer informatie over carkits en compatibiliteit met uw apparaat. Het SIM-toegangsprofiel gebruiken 1. Selecteer Menu > Connect. > Bluetooth > Externe SIM-modus > Aan. 2. Activeer Bluetooth in de carkit. 3. Gebruik uw carkit om het zoeken naar compatibele apparaten te starten.
Belangrijk: Schakel altijd één van de beschikbare encryptiemethoden in om de beveiliging van uw draadloze LAN-verbinding te vergroten. Het gebruik van encryptie verkleint het risico van onbevoegde toegang tot uw gegevens. Als u gebruik wilt maken van WLAN, moet u in het draadloze LAN-netwerk een internettoegangspunt instellen. Gebruik het toegangspunt voor toepassingen waarvoor een internetverbinding nodig is.
Connectiviteit te scannen op beschikbare WLAN's en geeft het hiervan een overzicht weer. Als u de lijst met beschikbare draadloze LANnetwerken wilt bijwerken, selecteert u Opties > Vernieuwen. Als u draadloze LAN-netwerken wilt markeren in de lijst met gevonden netwerken, selecteert u WLANnetwrkn filteren. De volgende keer dat de toepassing naar draadloze LAN-netwerken zoekt, worden de geselecteerde netwerken uitgefilterd.
Als u het gevonden WLAN-netwerk wilt gebruiken voor een verbinding met een dienst voor internetoproepen, gaat u naar de rij met de status en drukt u op de navigatietoets. Selecteer Gebruik voor, de gewenste internetoproepservice en het WLAN dat u wilt gebruiken. Verbindingsbeheer WLAN zoeken Als u wilt zoeken naar draadloze LAN-netwerken die zich binnen bereik bevinden, selecteert u Beschk. WLAN.
Beveiligings- en gegevensbeheer 124 Beveiligings- en gegevensbeheer De gegevens en software op het apparaat beheren en voor de veiligheid van het apparaat en de inhoud zorgen. Belangrijk: Het apparaat ondersteunt slechts één antivirustoepassing. Het gebruik van meer dan één toepassing met antivirusfunctionaliteit kan een negatieve invloed hebben op de prestaties en werking of ervoor zorgen dat het apparaat het niet meer doet.
Er zijn twee typen geheugens waarin u gegevens kunt opslaan of toepassingen kunt installeren: apparaatgeheugen en geheugenkaart. Vrij geheugen Als u wilt zien hoeveel geheugen er momenteel wordt gebruikt, hoeveel geheugen er nog vrij is en hoeveel geheugen wordt gebruikt door elk gegevenstype, selecteert u Menu > Opties > Gegevens geheugen > Geheugen of Geheugenkaart.
Beveiligings- en gegevensbeheer verloren. Vraag uw leverancier of het nodig is de geheugenkaart te formatteren voordat u deze kunt gebruiken. Als u de naam van de geheugenkaart wilt wijzigen, selecteert u Opties > Naam geh.kaart. Beveiliging van de geheugenkaart Selecteer Menu > Instrumenten > Geheugen. U kunt een geheugenkaart beveiligen met een wachtwoord om onbevoegd gebruik te voorkomen. Als u een wachtwoord wilt instellen, selecteert u Opties > Wachtw. instellen.
Geheugen en geheugenkaart decoderen Decodeer altijd het apparaatgeheugen en/of de geheugenkaart voordat u de software van het apparaat bijwerkt. Als u het apparaatgeheugen wilt decoderen, selecteert u Telefoongeheugen. Als u de geheugenkaart wilt decoderen zonder de coderingssleutel te vernietigen, selecteert u Geheugenkaart > Decoderen. Als u de geheugenkaart wilt decoderen én de coderingssleutel wilt vernietigen, selecteert u Geheugenkaart > Decoderen en coderen uitschakelen.
Beveiligings- en gegevensbeheer 128 Certificaatbeheer Selecteer Menu > Instrumenten > Instell. > Algemeen > Beveiliging > Certificaatbeheer. Digitale certificaten worden gebruikt om de oorsprong van software te controleren, maar ze bieden geen waarborg voor de veiligheid. Er zijn vier typen certificaten: autorisatiecertificaten, persoonlijke certificaten, vertrouwde certificaten en servercertificaten. Tijdens een beveiligde verbinding kan een server een servercertificaat naar uw apparaat verzenden.
Belangrijk: Hoewel het gebruik van certificaten de risico's van externe verbindingen en de installatie van software aanzienlijk beperkt, moet u de certificaten wel op de juiste wijze gebruiken om te kunnen profiteren van een verbeterde beveiliging. De aanwezigheid van een certificaat biedt op zichzelf geen enkele bescherming. De beveiliging wordt pas verbeterd als de certificaten correct, authentiek of vertrouwd zijn. Certificaten hebben een beperkte geldigheid.
Beveiligings- en gegevensbeheer 130 Back-ups maken van gegevens Het is raadzaam om de gegevens in het apparaatgeheugen regelmatig naar de geheugenkaart of een compatibele computer te kopiëren. Als u een back-up van gegevens in het apparaatgeheugen wilt maken op een geheugenkaart, selecteert u Menu > Instrumenten > Geheugen > Opties > Reservekopie. Als u gegevens van de geheugenkaart wilt terugzetten naar het apparaatgeheugen, selecteert u Menu > Instrumenten > Geheugen > Opties > Herst. vanaf kaart.
Selecteer Opties > Configuratie starten als u verbinding wilt maken met de server om de configuratie-instellingen voor uw apparaat te ontvangen. Als u het configuratielogboek van het geselecteerde profiel wilt weergeven, selecteert u Opties > Logboek bekijken. Toepassingsbeheer Selecteer Menu > Installatie > Toep.beh..
Beveiligings- en gegevensbeheer 132 bronnen, zoals toepassingen die Symbian Signed zijn of die de Java Verified™-test hebben doorstaan. Als u software van internet wilt downloaden en installeren, selecteert u Toep. downldn. Selecteer de toepassing en Opties > Installeren. Als u de details van een geïnstalleerd softwarepakket wilt weergeven, selecteert u de toepassing en vervolgens Opties > Gegevens bekijken. Als u het installatielogboek wilt weergeven, selecteert u Opties > Logboek bekijken.
toegestaan als u de leverancier en de betrouwbaarheid van de toepassing kent. • Niet toegestaan — De Java-toepassing mag de functionaliteit niet gebruiken. Activeringssleutels Selecteer Menu > Instrumenten > Act.sleutels. Sommige mediabestanden, zoals afbeeldingen, muziek of videoclips, worden beveiligd met digitale gebruiksrechten. Met de activeringssleutels voor dergelijke bestanden wordt het gebruik ervan toegestaan of beperkt.
Beveiligings- en gegevensbeheer 134 inhoud moeten worden hersteld, niet overdragen, waardoor u de OMA DRM-beveiligde inhoud niet meer kunt gebruiken nadat u het apparaatgeheugen hebt geformatteerd. U moet mogelijk ook de activeringssleutels herstellen als de bestanden op uw apparaat beschadigd zijn geraakt. Als uw apparaat WMDRM-beveiligde inhoud bevat, zullen zowel de activeringssleutels als de inhoud verloren gaan als het apparaatgeheugen wordt geformatteerd.
Selecteer Menu > Instrumenten > Synchr.. Met Sync kunt u uw contacten, agenda-items of notities synchroniseren met de betreffende toepassingen op een compatibele computer of een externe internetserver. Uw synchronisatie-instellingen worden opgeslagen in een synchronisatieprofiel. De toepassing Sync maakt gebruik van SyncMLtechnologie voor synchronisatie op afstand.
Beveiligings- en gegevensbeheer • Toegangspunt — Selecteer het toegangspunt dat u wilt gebruiken voor de synchronisatieverbinding of maak een nieuw toegangspunt. U kunt ook aangeven dat u wordt gevraagd welk toegangspunt u wilt gebruiken telkens wanneer u begint met synchroniseren. • Hostadres — Voer het webadres in van de server waarop zich de database bevindt waarmee u uw apparaat wilt synchroniseren. • Poort — Voer het poortnummer van de externe databaseserver in.
VPN-toegangspunten maken Selecteer Instell. > Verbinding > VPN. Een toegangspunt is het punt waar uw telefoon een verbinding met het netwerk maakt. Als u e-mail en multimediadiensten wilt gebruiken en webpagina's wilt weergeven, moet u eerst internettoegangspunten voor deze diensten definiëren. VPN-toegangspunten koppelen VPN-beleid aan normale internettoegangspunten, zodat er beveiligde verbindingen ontstaan.
Instellingen 138 Instellingen Selecteer Menu > Instrumenten > Instell.. U kunt verschillende instellingen op uw apparaat definiëren en wijzigen. Als u deze instellingen wijzigt, is dit van invloed op de werking van verschillende toepassingen op het apparaat. Sommige instellingen zijn vooraf op het apparaat ingesteld of worden door uw serviceprovider in een speciaal bericht aan u verzonden. Het is mogelijk dat u dergelijke instellingen niet kunt wijzigen.
Als u het niveau wilt instellen van het omgevingslicht waarbij het apparaat de achtergrondverlichting inschakelt, selecteert u Weergave > Lichtsensor. Als u de tekstgrootte wilt wijzigen, selecteert u Weergave > Lettergrootte. Als u de tijd wilt instellen die het scherm stand-by kan blijven voordat de screensaver wordt geactiveerd, selecteert u Weergave > Time-out spaarstand. Als u een welkomsttekst of welkomstlogo voor het apparaat wilt instellen, selecteert u Weergave > Welkomstnotitie/logo.
Instellingen Taalinstellingen Datum- en tijdinstellingen Als u wilt instellen in welke taal u notities en berichten schrijft, selecteert u Taal > Invoertaal. Als u de huidige datum wilt instellen, selecteert u Datum en Tijd. Als u wilt instellen welke taal er op het apparaat wordt weergegeven, selecteert u Taal > Displaytaal. Als u wilt instellen of u tekstvoorspelling wilt gebruiken, selecteert u Taal > Tekstvoorspelling. Als u de instellingen voor tekstvoorspelling wilt opgeven, selecteert u Inst.
Bij de meeste toebehoren hebt u de volgende opties: Als u wilt bepalen welk profiel wordt geactiveerd wanneer u bepaalde toebehoren op uw apparaat aansluit, selecteert u het betreffende accessoire en Standaardprofiel. Als u het apparaat 5 seconden nadat toebehoren zijn aangesloten automatisch telefoonoproepen wilt laten beantwoorden, selecteert u Autom. antwoorden > Aan. Als het beltoontype in het geselecteerde profiel is ingesteld op Eén piep of Stil, is automatische beantwoording uitgeschakeld.
Instellingen time-out op of selecteer Geen als u de automatische blokkering wilt uitschakelen. Wanneer het apparaat is geblokkeerd, kunt u nog steeds inkomende oproepen beantwoorden en kunt u in sommige gevallen ook nog het alarmnummer kiezen dat in uw apparaat is geprogrammeerd. Als u een nieuwe beveiligingscode wilt instellen, selecteert u Telefoon en SIM-kaart > Blokkeringscode. De vooraf ingestelde blokkeringscode is 12345. Voer de huidige code in en vervolgens tweemaal de nieuwe code.
Als u automatisch een SMS-bericht wilt verzenden naar de persoon die u belt om deze te laten weten waarom u diens inkomende oproep niet kunt beantwoorden, selecteert u Oproep > Opr. weig. met SMS > Ja. Als u de tekst van het bericht wilt instellen, selecteert u Oproep > Berichttekst. Als u het zoeken naar contacten vanaf het startscherm wilt uitschakelen, selecteert u Oproep > Contact zoeken > Uit. Netwerkinstellingen Selecteer Menu > Instrumenten > Instell. > Telefoon > Netwerk.
Instellingen • Gegev.oproep — Stel de time-out in waarna gegevensverbindingen automatisch moeten worden verbroken. • SIP-instellingen — Geef SIP-profielen (Session Initiation Protocol) weer of stel deze in. • Internettelefoon — Definieer instellingen voor internetoproepen. • Configuraties — Geef vertrouwde servers weer waarvan uw apparaat configuratie-instellingen kan ontvangen of verwijder deze. • Tgpt.namen bhr. — Packetgegevensverbindingen beperken Zie 'Packetgegevens beperken', p. 149.
Als u het tijdsinterval wilt selecteren voor het zoeken naar beschikbare draadloze LAN-netwerken en voor het bijwerken van de indicator, selecteert u Zoeken naar netwerken. Deze instelling is alleen beschikbaar als u Beschkbrhd WLAN tonen > Ja selecteert. Geavanceerde WLANinstellingen Selecteer Opties > Geavanc. instellingen. De geavanceerde instellingen voor draadloze LANnetwerken worden gewoonlijk automatisch gedefinieerd en het wordt afgeraden deze instellingen te wijzigen.
Instellingen beschikken, krijgen geen toegang tot het netwerk. Wanneer de WEP-beveiligingsmodus is ingeschakeld en uw apparaat packet-gegevens ontvangt die niet met de WEP-sleutels zijn gecodeerd, worden deze gegevens genegeerd. In een ad-hocnetwerk moet op alle apparaten dezelfde WEP-sleutel worden gebruikt. Selecteer WLAN-beveil.instell. en maak een keuze uit de volgende opties: • WEP-sleutel in gebr. — Selecteer de gewenste WEP-sleutel. • Verificatietype — Selecteer Open of Gedeeld. • Instell.
Plug-ins voor draadloos LAN Selecteer Menu > Instrumenten > Instell. > Verbinding > Toegangspunten. De EAP-plug-ins (Extensible Authentication Protocol) worden gebruikt in draadloze netwerken om draadloze apparaten en verificatieservers te verifiëren, en dankzij de verschillende EAP-plug-ins kunnen er diverse EAP-methoden worden gebruikt (netwerkservice). U kunt de EAP-plug-ins bekijken die momenteel op het apparaat zijn geïnstalleerd (netwerkservice). EAP-plug-ins 1.
Instellingen SIP-protocollen (Session Initiation Protocol) worden gebruikt voor het maken, wijzigen en beëindigen van bepaalde typen communicatiesessies met een of meer deelnemers (netwerkdienst). Deze communicatievorm wordt vooral gebruikt voor video delen en internetoproepen. SIP-profielen bevatten instellingen voor deze sessies. Het SIP-profiel dat standaard voor een communicatiesessie wordt gebruikt, is onderstreept. Als u een SIP-profiel wilt maken, selecteert u Opties > Nieuw SIP-profiel > Std.
Selecteer Opties > Nieuw SIP-profiel of Bewerken > Registrarserver. Maak een keuze uit de volgende opties: • Registrarserveradres — Voer de hostnaam of het IP-adres van de gebruikte registratieserver in. • Beveiligingsdomein — Voer het adres van het registratieserverdomein in. • Gebruikersnaam en Wachtwoord — Voer uw gebruikersnaam en wachtwoord voor de registratieserver in. • Overdrachtstype — Selecteer UDP, Auto of TCP. • Poort — Voer het poortnummer van de registratieserver in.
Instellingen wilt toevoegen, selecteert u Opties > Naam handm. opgeven. Maak een leeg toegangspunt als u verbindingen met een door de operator beschikbaar gesteld toegangspunt wilt inschakelen. Als u een toegangspunt uit de lijst wilt verwijderen, selecteert u Opties > Verwijderen. Toepassingsinstelling en Selecteer Menu > Instrumenten > Instell. > Toepassingen. Selecteer een toepassing in de lijst om daarvan de instellingen aan te passen.
Hier volgen enkele sneltoetsen die u kunt gebruiken. Door het gebruik van sneltoetsen kunt u op een efficiëntere manier met toepassingen werken. Algemene sneltoetsen Cijfertoets (2–9) Hiermee kunt u een telefoonnummer bellen via snelkeuze. Activeer eerst de snelkeuzefunctie via Menu > Instrumenten > Instell. > Telefoon > Oproep > Snelkeuze > Aan. Aan/uit-toets Web Algemene sneltoetsen Houd deze toets ingedrukt als u het apparaat wilt in- of uitschakelen. Druk eenmaal om van profiel te wisselen.
Sneltoetsen 152 De Afbeeldingsviewer Beltoets Hiermee verzendt u de afbeelding.. 0 Hiermee zoomt u uit.. 5 Hiermee zoomt u in. 7 Hiermee zoomt u in. Druk tweemaal op deze toets voor de volledige schermgrootte. 4 Hiermee gaat u naar links in de afbeelding waarop is ingezoomd. 6 Hiermee gaat u naar rechts in de afbeelding waarop is ingezoomd. 2 Hiermee gaat u omhoog in de afbeelding waarop is ingezoomd. 8 Hiermee gaat u omlaag in de afbeelding waarop is ingezoomd.
Woordenlijst 3G Derde generatie mobiele communicatie. Een digitaal systeem voor mobiele communicatie dat gericht is op algemeen gebruik en die een vergrote bandbreedte biedt. 3G geeft een gebruiker van een mobiel apparaat toegang tot een grote verscheidenheid aan diensten, zoals multimedia. Ad hoc, Een WLAN-netwerkmodus waar twee werkingsmo of meer apparaten rechtstreeks via een dus WLAN met elkaar verbonden zijn zonder WLAN-toegangspunt.
Woordenlijst GPRS GPS 154 General packet radio service. GPRS maakt draadloze toegang van mobiele telefoons tot gegevensnetwerken mogelijk (netwerkdienst). GPRS maakt gebruik van packetgegevenstechnologie als informatie in de vorm van kleine stukjes gegevens over het mobiele netwerk wordt verzonden. Het voordeel van het verzenden van gegevens in kleine pakketjes is dat het netwerk dan alleen bezet is tijdens het verzenden of ontvangen van gegevens.
De PIN2-code wordt meegeleverd met de SIM-kaart. De PIN2-code is nodig voor bepaalde functies die worden ondersteund door de SIM-kaart. De PIN2-code bestaat uit 4 tot 8 cijfers. POP3 Post office protocol, versie 3. Een algemeen mailprotocol waarmee u toegang hebt tot uw externe mailbox. PUK en PUK2 Personal Unblocking Key. U hebt de PUK- en de PUK2-codes nodig om een geblokkeerde PIN- of PIN2-code te veranderen. De code bestaat uit 8 cijfers. SIP Session Initiation Protocol.
Woordenlijst 156 VPN Virtual private network. VPN creëert een veilige verbinding met compatibele zakelijke intranets en diensten zoals e-mail. WAP Wireless application protocol. WAP is een internationale standaard voor draadloze communicatie. WEP Wired equivalent privacy. WEP is een coderingsmethode die gegevens versleutelt voordat ze in het WLAN worden verzonden. WLAN Wireless Local Area Network. WPA Wi-Fi Protected Access. Een beveiligingsmethode voor WLAN. WPA2 Wi-Fi Protected Access 2.
Als u veelgestelde vragen over uw apparaat wilt zien, ga dan naar de pagina's met productondersteuning op de Nokia-website. V: Wat is mijn blokkerings-, PIN- of PUKcode? A: De standaardblokkeringscode is 12345. Als u de blokkeringscode bent vergeten of kwijtgeraakt, neemt u dan contact op met de leverancier van uw apparaat. Als u uw PIN- of PUK-code bent vergeten of kwijtgeraakt, of zo'n code niet heeft ontvangen, neemt u dan contact op met uw serviceprovider.
Ondersteuning V: Waarom kan ik geen WLAN-toegangspunt vinden, ook al weet ik zeker dat ik binnen het bereik ben? A: Controleer of het Offline-profiel niet in gebruik is in uw apparaat. Het WLAN-toegangspunt gebruik mogelijk een verborgen SSID (Service Set Identifier). U kunt alleen toegang krijgen tot netwerken die een verborgen SSID gebruiken, als u de juiste SSID heeft, en een WLANtoegangspunt voor het netwerk heeft gemaakt op uw Nokia-apparaat.
A: De contactkaart heeft geen telefoonnummer, adres of e-mailadres. Selecteer Menu > Communic. > Contacten en bewerk de contactkaart. V: De tekst Bericht wordt opgehaald wordt kort weergegeven. Wat gebeurt er? A: Het apparaat probeert een multimediabericht op te halen van de multimediaberichtencentrale. Deze notitie wordt alleen weergegeven als Menu > Communic. > Berichten > Opties > Instellingen > Multimediabericht > Multimedia ophalen > Altijd automatisch is geselecteerd.
Ondersteuning 160 • Voorkom dat het apparaat automatisch nieuwe kaarten download via de toepassing Kaarten. Selecteer Menu > GPS > Kaarten > Opties > Instellingen > Internet > Netwerk gebruiken > Uit. • Wijzig de time-out waarna de achtergrondverlichting wordt uitgeschakeld. Selecteer Menu > Instrumenten > Instell. > Algemeen > Persoonlijk > Weergave > Timeout verlichting. • Sluit toepassingen die u niet gebruikt. Houd de home-toets ingedrukt.
Waarschuwing: Gebruik alleen batterijen, laders en toebehoren die door Nokia zijn goedgekeurd voor gebruik met dit specifieke model. Het gebruik van alle andere typen kan de goedkeuring of garantie doen vervallen en kan gevaarlijk zijn. Vraag uw leverancier naar de beschikbaarheid van goedgekeurde toebehoren. Trek altijd aan de stekker en niet aan het snoer als u toebehoren losmaakt.
Informatie over de batterij en de lader 162 Informatie over de batterij en de lader Informatie over de batterij en de lader Het apparaat werkt op een oplaadbare batterij. De batterij die bedoeld is om in dit apparaat te worden gebruikt, is BP-4L. Nokia kan eventueel ook andere batterijmodellen voor dit apparaat beschikbaar stellen. Dit apparaat is bedoeld voor gebruik met één van de volgende laders: AC-8. Het exacte modelnummer van de oplader is afhankelijk van het type stekker.
Controleren van de echtheid van Nokiabatterijen Gebruik altijd originele Nokia-batterijen voor uw veiligheid. Verzeker u ervan dat u een originele Nokia batterij koopt door de batterij bij een erkende Nokia dealer of een Nokia servicecentrum aan te schaffen en het hologramlabel volgens de onderstaande stappen te inspecteren: Een succesvolle uitvoering van de stappen biedt geen totale garantie voor de echtheid van de batterij.
Informatie over de batterij en de lader 164 De echtheid van het hologram controleren 1. Wanneer u het hologram op het label bekijkt, hoort u vanuit de ene hoek het Nokiasymbool met de handen te zien en vanuit de andere hoek het Nokia Original Enhancementslogo. 2. Wanneer u het hologram onder een hoek naar links, rechts, omlaag en omhoog houdt, hoort u op iedere zijde respectievelijk 1, 2, 3 en 4 stippen te zien.
Uw apparaat is een product van toonaangevend ontwerp en vakmanschap en moet met zorg worden behandeld. De volgende tips kunnen u helpen om de garantie te behouden. • Houd het apparaat droog. Neerslag, vochtigheid en allerlei soorten vloeistoffen of vocht kunnen mineralen bevatten die corrosie van elektronische schakelingen veroorzaken. Wordt het apparaat toch nat, verwijder dan de batterij en laat het apparaat volledig opdrogen voordat u de batterij terugplaatst.
Behandeling en onderhoud 166 • Voor optimale prestaties kunt het apparaat het beste zo nu en dan resetten door de stroom uit te schakelen en de batterij te verwijderen. Deze tips gelden voor het apparaat, de batterij, de lader en andere toebehoren. Neem contact op met het dichtstbijzijnde bevoegde servicepunt als een apparaat niet goed werkt.
Kleine kinderen Uw apparaat en toebehoren kunnen kleine onderdelen bevatten. Houd ze buiten het bereik van kleine kinderen. Bepaalde delen van het apparaat zijn magnetisch. Metalen voorwerpen kunnen worden aangetrokken door het apparaat. Houd creditcards en andere magnetische opslagmedia uit de buurt van het apparaat, omdat de gegevens die op deze media zijn opgeslagen, kunnen worden gewist.
Aanvullende veiligheidsinformatie 168 Geïmplanteerde medische apparatuur Om mogelijke storing van geïmplanteerde medisch apparatuur zoals een pacemaker of een geïmplanteerde defibrillator te voorkomen, raden fabrikanten van medische apparatuur aan om draadloze apparaten altijd op minimaal 15,3 centimeter afstand te houden.
Explosiegevaarlijke omgevingen Schakel het apparaat uit als u op een plaats met explosiegevaar bent en volg alle aanwijzingen en instructies op. Dergelijke plaatsen zijn bijvoorbeeld plaatsen waar u gewoonlijk wordt geadviseerd de motor van uw auto af te zetten. Vonken kunnen op dergelijke plaatsen een explosie of brand veroorzaken, waardoor er gewonden of zelfs doden kunnen vallen. Schakel het apparaat uit bij benzinestations.
Aanvullende veiligheidsinformatie 170 • Wijzig uw profiel van Offline of Vlucht in een actief profiel. 2. Druk zo vaak als nodig is op de end-toets om het scherm leeg te maken en het apparaat gereed te maken voor een oproep. 3. Toets het alarmnummer in voor het gebied waar u zich bevindt. Alarmnummers verschillen per locatie. 4. Druk op de beltoets. Geef alle noodzakelijke informatie zo nauwkeurig mogelijk op wanneer u een alarmnummer belt.
Symbolen/Numeriek 3D-beltonen 107 802.
Index Bestandsbeheer 109 bestemming instelling 88 verwijderen 88 beveiliging apparaat en SIM-kaart 141 Bluetooth 119 geheugenkaart 126 Java-toepassing 132 beveiligingsmodule 129 bijlagen e-mail 57 geluidsclips 64 multimediaberichten 63 blogs 75 blokkeren apparaat 124 apparaat automatisch blokkeren 141 toetsenbord 141 blokkeren op afstand 124 blokkeringscode 124, 141 Bluetooth apparatuur goedkeuren 118 beveiliging 119 gegevens ontvangen 117 gegevens verzenden 117 koppeling 118 toegangscode 118 bookmarks 75
F feeds G 75 Galerij 98 gegevensoverdracht 24 geheugen 125 geheugenkaart back-ups maken 130 blokkeren 126 formatteren 125 microSD 125 plaatsen 18 uitnemen 19 vergrendelen 125 wachtwoorden 126 wachtwoord instellen 109, 125 geluidsclips opnemen 97 verzenden 64 gesprekken conferentiegesprek 39 gesproken hulp 46 GPRS geavanceerde toegangspuntinstellingen 79 instellingen 144 toegangspuntinstellingen 78 H home-toets 32 hoofdtelefoon aansluiten 19 hoogtecalibratie 88 I identificatie 142 indicatoren 25 inf
Index 174 taal 140 terugzetten 142 tijd 140 toebehoren 141 toepassingen 150 toepassingsinstellingen 132 toetsblokkering 141 web 76 WEP-beveiliging 145 WLAN 144 WLAN beveiliging 145 WLAN-instellingen voor toegangspunten 79 WLAN-toegangspunt 80 instelwizard 22 internet 74 verbindingen beëindigen 76 internetoproepen 42, 43 blokkeren 45 instellingen 149 oproep plaatsen 42 profielen 41, 149 verbinding maken 42 waarschuwingen instellen 142 Internetradio instellingen 104 luisteren 103 zenders opslaan 103 zoeken 1
netwerk instellingen 143 Nokia PC Suite 116 Notities 114 O ondersteuning 157 oorspronkelijke instellingen 142 oorspronkelijke instellingen terugzetten 142 operator logo 139 selecteren 143 opnemen geluidsclips 97 videoclips 92 oproepen beantwoorden 38 bellen vanuit het Logboek 51 beltoon dempen 38 identificatie 142 instellingen 142 internetoproepen blokkeren 45 internetoproepen verzenden 42 in wachtrij 142 P2T 49 plaatsen 38 snelkeuze 43 spraaklabel 47 spraakopdrachten 47 PDF-reader 111 PIN-code wijzigen
Index R radio beluisteren 101 instellingen 102 opgeslagen zenders 102 visuele inhoud weergeven 102 RealPlayer bestanden verzenden 100 clipgegevens weergeven 100 instellingen 100 mediaclips afspelen 99 reisbestemming 88 reismeter 88 Rekenmachine 109 S 176 scherm indicatoren 25 instellingen 139 uiterlijk wijzigen 107 schermbeveiliging 139 screensaver 107 screensaver met animatie 107 Session Initiation Protocol Zie SIP signaalsterkte 25 signaalsterkte satelliet 88 signalen instellingen 139 SIM-kaart plaat
U UPIN-code wijzigen 141 USB-gegevenskabel 116 V vaste nummers 127 verbindingen beëindigen 123 GPRS-instellingen 78, 79 pc-verbinding 80 WLAN-instellingen 79 verbindingsmethoden Bluetooth 117 gegevenskabel 116 vergrendelen toetsen 27 verzenden bestanden 26, 109 via Bluetooth 117 video's 40 videoclips 92 afspelen 99 gegevens 100 verzenden 100 video delen 40 uitnodigingen ontvangen video-oproepen bellen 40 overschakelen naar spraakoproep 40 virtual private network toegangspunten 137 virtual private networ
Index WPAbeveiligingsinstellingen 146 Z zaklantaarn 36 zipbeheer 111 zoeken beschikbare WLANnetwerken 123 zoekmodi wisselen 35 178