Gebruikershandleiding Nokia E61i 9255104 Uitgave 1
CONFORMITEITSVERKLARING Hierbij verklaart NOKIA CORPORATION dat het productRM-227 in overeenstemming is met de essentiële eisen en andere relevante bepalingen van richtlijn 1999/5/EG. Een kopie van de conformiteitsverklaring kunt u vinden op de volgende website: http://www.nokia.com/phones/declaration_of_conformity/. De doorgestreepte container wil zeggen dat het product binnen de Europese gemeenschap voor gescheiden afvalverzameling moet worden aangeboden aan het einde van de levensduur van het product.
Inhoudsopgave Voor uw veiligheid.......................................................................6 Over dit apparaat.......................................................................................6 Netwerkdiensten........................................................................................7 Toebehoren, batterijen en laders.........................................................7 1. Aan de slag................................................................................
Inhoudsopgave Spraakopdrachten...................................................................................43 Bellen........................................................................................................43 Toepassing starten..............................................................................44 Profielen wijzigen................................................................................44 Instellingen voor spraakopdrachten..............................................
Inhoudsopgave Tracklijsten.............................................................................................80 Equalizer..................................................................................................80 Dictafoon....................................................................................................81 Een spraakopname afspelen.............................................................81 Flash-speler..................................................................
Voor uw veiligheid Lees deze eenvoudige richtlijnen. Het niet opvolgen van de richtlijnen kan gevaarlijk of onwettig zijn. Lees de volledige gebruikershandleiding voor meer informatie. SCHAKEL HET APPARAAT ALLEEN IN ALS HET VEILIG IS Schakel het apparaat niet in als het gebruik van mobiele telefoons verboden is of als dit storing of gevaar zou kunnen opleveren. VERKEERSVEILIGHEID HEEFT VOORRANG Houd u aan de lokale wetgeving. Houd terwijl u rijdt uw handen vrij om uw voertuig te besturen.
Voor uw veiligheid installatie van antivirussoftware met een periodieke updateservice en het gebruik van een firewall om de beveiliging van het apparaat te vergroten. Waarschuwing: Als u andere functies van dit apparaat wilt gebruiken dan de alarmklok, moet het apparaat zijn ingeschakeld. Schakel het apparaat niet in wanneer het gebruik van draadloze apparatuur storingen of gevaar kan veroorzaken.
1. Aan de slag Modelnummer: Nokia E61i-1. Hierna aangeduid als Nokia E61i. De SIM-kaart en de batterij plaatsen Raadpleeg de leverancier van uw SIM-kaart over beschikbaarheid en voor informatie over het gebruik van SIM-diensten. Dit kan de serviceprovider of een andere leverancier zijn. 1. Schakel het apparaat altijd uit en ontkoppel de lader voordat u de batterij verwijdert. Houd de achterzijde van het apparaat naar u toe gericht.
Aan de slag In plaats van een SIM-kaart kunt u ook gebruikmaken van een USIM-kaart. Deze uitgebreide variant van de SIM-kaart wordt ondersteund door mobiele UMTS-telefoons (netwerkdienst). Neem contact op met uw serviceprovider voor meer informatie. Een geheugenkaart plaatsen en verwijderen Gebruik alleen compatibele microSD-kaarten die door Nokia zijn goedgekeurd voor gebruik met dit apparaat.
Aan de slag Tip: Wanneer u het apparaat inschakelt, wordt mogelijk de SIM-kaartprovider herkend en worden de juiste instellingen voor tekstberichten, multimediaberichten en GPRS automatisch geconfigureerd. Als dat niet het geval is, neemt u contact op met uw serviceprovider voor de juiste instellingen of gebruikt u de toepassing Instelwizrd. Het apparaat kan zonder de netwerkafhankelijke telefoonfuncties worden gebruikt wanneer er geen SIM-kaart is geplaatst of wanneer het profiel Offline is geselecteerd.
Aan de slag 1 — Luidspreker 2 — Volumetoetsen 3 — Spraaktoets Toetsfuncties Selectietoetsen Druk op een van de twee selectietoetsen om de functie uit te voeren die boven de selectietoets wordt weergegeven in het display. Zie 'Standby-modi', p. 13. Als u de snelkoppelingen in de standby-modus wilt wijzigen, selecteert u Menu > Instrum. > Instellingen > Telefoon > Standby-modus. Selecteer de toepassingen bij Linkerselectietoets en Rechterselectietoets.
Aan de slag Als u Bluetooth wilt activeren, drukt u tegelijkertijd op de blauwe functietoets en de Ctrl-toets. Als u Bluetooth wilt uitschakelen, drukt u nogmaals op de blauwe functietoets en de Ctrl-toets. Als u infrarood wilt activeren, drukt u tegelijkertijd op de blauwe functietoets en de Chr-toets. Menu-toets. Als toepassingen op de achtergrond worden uitgevoerd, vergt dit extra batterijcapaciteit en neemt de gebruiksduur van de batterij af.
Aan de slag Infraroodpoort Antenne's Uw apparaat heeft interne antennes. Opmerking: Zoals voor alle radiozendapparatuur geldt, dient onnodig contact met een antenne te worden vermeden wanneer de antenne in gebruik is. Bijvoorbeeld, vermijdt contact met de antenne gedurende een telefoongesprek.
Aan de slag Als u toepassingen wilt selecteren om deze te kunnen openen vanuit actieve standby, selecteert u Menu > Instrum. > Instellingen > Telefoon > Standby-modus > Toep. actief standby. Ga naar de verschillende snelkoppelingsinstellingen en druk op de bladertoets. Ga naar de gewenste toepassing en druk op de bladertoets. In de actieve standby-modus kunt u de berichten in een berichtenmap weergeven, zoals uw inbox of mailbox. Selecteer Menu > Instrum. > Instell.
Aan de slag Er is een GPRS- of EGPRS-packet-gegevensverbinding actief. Er is een UMTS-packet-gegevensverbinding actief. Er staat een GPRS- of EGPRS-packet-gegevensverbinding in de wachtstand. Er staat een UMTS-packet-gegevensverbinding in de wachtstand. U hebt ingesteld dat het apparaat zoekt naar een wireless LAN. Er is een wireless LAN beschikbaar. Er is een wireless LAN-verbinding actief in een netwerk dat niet is gecodeerd. Er is een wireless LAN-verbinding actief in een netwerk dat is gecodeerd.
Aan de slag Ondersteuning en contactgegevens Nokia Ga naar www.nokia.com/support of naar de Nokia-website voor uw land voor de nieuwste versie van deze handleiding, voor aanvullende informatie, downloads en diensten voor uw Nokia-product. Op de website vindt u informatie over het gebruik van Nokia-producten en -diensten. Als u contact wilt opnemen met de klantenservice, raadpleegt u de lijst met plaatselijke Nokia Care-contactcentra op www.nokia.com/customerservice.
2. Informatie over uw apparaat Menu Het Menu is een beginpunt van waaruit u alle toepassingen in de communicator of op een geheugenkaart kunt openen. Het Menu bevat toepassingen en mappen, waarin soortgelijke toepassingen zijn samengebracht. Gebruik de bladertoets om omhoog en omlaag over het scherm te bewegen. Toepassingen die u zelf in het apparaat installeert, worden standaard opgeslagen in de map Installatie. U opent een toepassing door er naartoe te gaan en op de bladertoets te drukken.
Informatie over uw apparaat Tekst knippen en plakken 1. Houd de Shift-toets ingedrukt om letters en woorden te selecteren. Druk de bladertoets tegelijkertijd in de gewenste richting om een woord, zin of regel te markeren. Alle tekst die u op deze manier selecteert, wordt gemarkeerd. 2. Als u tekst naar het Klembord wilt kopiëren, drukt u op Ctrl+C. Als u tekst in een document wilt invoegen, drukt u op Ctrl+V. De invoertaal wijzigen Tijdens het invoeren van tekst kunt u de invoertaal wijzigen.
Informatie over uw apparaat oproep of Packet-ggvns Let wel: alle gegevens op de geheugenkaart worden permanent verwijderd als u de geheugenkaart formatteert. Geheugenkaart formatteren Wanneer een geheugenkaart wordt geformatteerd, gaan alle gegevens op de kaart definitief verloren.Recente opr., Duur oproep of Packet-ggvns Raadpleeg uw leverancier om te achterhalen of u de geheugenkaart moet formatteren voor het eerste gebruik. Recente opr.
Informatie over uw apparaat Maak een keuze uit de volgende opties: • Taal — De taal voor de stem instellen. • Stem — De stem voor de gesproken tekst instellen. De stem is taalafhankelijk. • Spraakinstellingen — De stemeigenschappen aanpassen. Stemeigenschappen Als u de stemeigenschappen voor de computergestuurde spraak wilt bewerken, selecteert u Menu > Instrumenten > Spraak > Spraakinstellingen. Maak een keuze uit de volgende opties: • Snelheid — Selecteer de gewenste spreeksnelheid.
Informatie over uw apparaat Als u een beltoon wilt instellen, gaat u naar een profiel en selecteert u Opties > Aanpassen > Beltoon. Selecteer een beltoon in de lijst of selecteer Beltoondownl. om een map te openen met een lijst met bookmarks voor het downloaden van beltonen met de browser. Gedownloade tonen worden opgeslagen in de Galerij.
3. Inhoud overbrengen tussen apparaten U kunt inhoud, zoals contactpersonen, van een compatibel Nokia-apparaat overbrengen naar uw Nokia E61i via Bluetooth of infrarood. Het soort inhoud dat kan worden overgebracht, is afhankelijk van het type apparaat. Als het andere apparaat synchronisatie ondersteunt, kunt u ook gegevens synchroniseren tussen het andere apparaat en uw Nokia E61i.
4. Berichten Selecteer Menu > Berichten. In Berichten (netwerkdienst) kunt u tekstberichten, multimediaberichten en e-mailberichten verzenden en ontvangen. U kunt ook webdienstberichten,cell broadcast-berichten en speciale berichten met gegevens ontvangen en dienstopdrachten verzenden. Voordat u berichten kunt verzenden of ontvangen, moet u wellicht het volgende doen: • Een geldige SIM-kaart in het apparaat plaatsen en controleren of het apparaat zich binnen het bereik van het netwerk bevindt.
Berichten Voordat u e-mailberichten kunt verzenden, ontvangen, beantwoorden en doorsturen, moet u eerst: • Een internettoegangspunt (IAP) configureren. Er zijn mogelijk al toegangspunten geconfigureerd in uw apparaat. Zie 'Toegangspunten', p. 86. • Een e-mailaccount instellen en de juiste instellingen configureren. Afhankelijk van uw apparaat, kunt u de wizard voor mailboxconfiguratie of de instelwizard gebruiken, of de instellingen handmatig definiëren.
Berichten Als u e-mail wilt ophalen met uw apparaat, selecteert u Opties > E-mail ophalen > Nieuw om nieuwe berichten op te halen die u nog niet gelezen of opgehaald hebt, Geselecteerd om alleen geselecteerde berichten in de externe mailbox op te halen, of Alle om alle berichten op te halen die u nog niet hebt opgehaald. Als u de verbinding met een externe mailbox wilt verbreken, selecteert u Opties > Verbind. verbreken.
Berichten Als u een e-mailbericht wilt verwijderen van zowel het apparaat als de externe server, opent u het e-mailbericht en selecteert u Opties > Verwijderen > Telefoon en server. E-mailmappen Als u submappen maakt in uw IMAP4-mailboxen op een externe server, kunt u deze mappen met uw apparaat weergeven en beheren. U kunt alleen op mappen in uw IMAP4-mailboxen een abonnement nemen. Door een abonnement te nemen op mappen kunt u deze mappen op het apparaat weergeven.
Berichten Ontvangen tekstberichten beantwoorden Als u een tekstbericht wilt beantwoorden, opent u het bericht in de Inbox. Selecteer Opties > Antwoorden. Voer de tekst voor het bericht in en selecteer Opties > Verzenden. Als u de afzender van een tekstbericht wilt bellen, opent u het bericht in de Inbox en selecteert u Opties > Bellen. Tekstberichten op de SIM-kaart Tekstberichten kunnen worden opgeslagen op de SIM-kaart.
Berichten 3. Voer de tekst van het bericht in en selecteer Opties > Object invoegen om mediaobjecten in te voegen. U kunt objecten zoals Afbeelding, Geluidsclip en Videoclip invoegen. Het draadloze netwerk kan de omvang van MMS-berichten limiteren Als de omvang van de ingevoegde afbeelding de limiet overschrijdt, kan de afbeelding door het apparaat worden verkleind zodat deze via MMS kan worden verzonden. 4. Elke dia in uw bericht kan slechts één video- of audioclip bevatten.
Berichten 1. Als u een multimediabericht wilt beantwoorden, opent u dit vanuit de Inbox en selecteert u Opties > Antwoorden. 2. Selecteer Opties > Afzender om de afzender te antwoorden met een multimediabericht of Opties > Via tekstbericht om te antwoorden met een tekstbericht.
Berichten Verbinding maken met een chatserver Als u wilt communiceren met een of meer chatgebruikers en uw chatcontacten wilt weergeven of bewerken, moet u zich aanmelden bij de chatserver. Open Chatten en selecteer Opties > Aanmelden. Voer uw gebruikers-ID en wachtwoord in en druk op de bladertoets om u aan te melden. U ontvangt een gebruikersnaam, wachtwoord en andere instellingen waarmee u kunt inloggen via uw serviceprovider wanneer u zich abonneert op de dienst.
Berichten • Groep — Selecteer Opslaan om de groep op te slaan in uw chatgroepen, Deelnemers bekijken om de huidige deelnemers in de groep weer te geven of Instellingen om de groepsinstellingen te bewerken. U kunt deze optie alleen selecteren als u bewerkingsrechten voor deze groep heeft. • Aanmelden — Een verbinding tot stand brengen met een chatserver als u zich niet hebt aangemeld bij het starten van de toepassing. • Afmelden — De verbinding met de chatserver verbreken.
Berichten Als u de deelname van een uitgesloten gebruiker wilt toestaan, selecteert u Opties > Verwijderen. Chatcontacten Wanneer u zich hebt aangemeld bij een chatdienst, wordt uw contactlijst bij de betreffende serviceprovider automatisch opgehaald. Als uw contactlijst niet beschikbaar is, wacht u een paar minuten voordat u probeert uw contactlijst handmatig op te halen. Tip: De online status van uw chatcontacten wordt aangegeven met een symbool naast de naam van het contact.
Berichten • Schermnaam gebr. — Als u uw schermnaam die wordt weergegeven in chatgroepen, wilt wijzigen, selecteert u Ja. • Berichten toestaan van — Selecteer deze optie om chatberichten van alle andere chatgebruikers, alleen van uw chatcontacten, of van geen enkele gebruiker te ontvangen. • Uitnodigingn toest. van — Selecteer deze optie om uitnodigingen voor deelname aan chatgroepen van alle andere chatgebruikers, alleen van uw chatcontacten, of van geen enkele gebruiker te ontvangen. • Schuifsnelh.
Berichten Als u de ontvangst van infodienstenberichten wilt annuleren, de taal van ontvangen berichten wilt selecteren en wilt aangeven of nieuwe infodienstonderwerpen automatisch moeten worden gedetecteerd, selecteert u Opties > Instellingen. Als u infodienstonderwerpen wilt toevoegen, bewerken of verwijderen, selecteert u achtereenvolgens Opties > Item en selecteert u Zelf toevoegen, Uit index toevoegen, Bewerken, Verwijderen of Alle verwijderen.
Berichten • Rapportz. weigeren — Selecteer Ja om vanaf uw apparaat geen afleveringsrapporten te verzenden voor ontvangen multimediaberichten. • Geldigheid bericht — Selecteer hoe lang de berichtencentrale moet proberen het bericht te verzenden als de eerste poging mislukt (netwerkdienst). Als de ontvanger van het bericht niet binnen de ingestelde periode wordt bereikt, wordt het bericht uit de multimediaberichtencentrale verwijderd. Maximale duur is de maximumtijd die door het netwerk wordt toegestaan.
Berichten • Knipperen bij nw. mail — Geef aan hoe lang het lampje voor het ontvangen van e-mail moet knipperen wanneer een nieuw bericht binnenkomt, of schakel het knipperen uit. Instellingen voor ophalen Selecteer Inst. voor ophalen en maak een keuze uit de volgende instellingen: • E-mail ophalen (alleen voor POP3) — Geef aan of u alleen de koptekstgegevens van het e-mailbericht wilt ophalen, zoals de afzender, het onderwerp en de datum, of dat u de e-mailberichten inclusief bijlagen wilt ophalen.
5. Telefoon Wanneer het apparaat is vergrendeld, kunt u soms wel het geprogrammeerde alarmnummer kiezen. Voordat u oproepen kunt verzenden of ontvangen (netwerkdienst), moet het apparaat zijn ingeschakeld, voorzien zijn van een geldige SIM-kaart en zich binnen het bereik van het netwerk bevinden.
Telefoon • Nieuwe oproep — Een nieuwe oproep doen tijdens een gesprek als de functie voor Conferentiegesprek (netwerkdienst) beschikbaar is. • Aannemen — Een inkomende oproep beantwoorden tijdens een gesprek als Oproep in wachtrij actief is. • Weigeren — Een inkomende oproep weigeren tijdens een gesprek als Oproep in wachtrij actief is. • Toetsblk. blokkeren — Toetsen blokkeren tijdens een gesprek.
Telefoon Internetoproepen blokkeren Als u internetoproepen wilt blokkeren, selecteert u Menu > Instrum. > Instell. > Oproepblokk. > Internetopr. blokk.. Als u internetoproepen van anonieme bellers wilt weigeren, selecteert u Anonieme oproepen > Aan. DTMF-tonen verzenden U kunt DTMF-tonen (Dual Tone Multi-Frequency) verzenden tijdens een actieve oproep om de voicemailbox of andere telefoondiensten te besturen.
Telefoon • Inkom. P2T-oproepen — Selecteer Melden als u een melding van inkomende oproepen wilt zien. Selecteer Autom. accepteren als u P2T-oproepen automatisch wilt accepteren. Selecteer Niet toegestaan als u P2T-oproepen automatisch wilt weigeren. • Toon P2T-oproep — Selecteer Ingesteld met profiel als u wilt dat meldingen voor inkomende P2T-oproepen volgens de instellingen in uw profiel plaatsvinden.
Telefoon Een kanaal maken Een P2T-kanaal is een soort chatruimte: u maakt verbinding met het kanaal om te zien of er iemand online is. Uw oproep aan het kanaal wordt niet gemeld aan andere deelnemers; deelnemers melden zichzelf aan en beginnen met elkaar te spreken. Als u een kanaal wilt maken, selecteert u Opties > Nieuw kanaal > Nieuw maken. Selecteer Opties en definieer de volgende instellingen: • • • • Kanaalnaam — Een kanaalnaam invoeren. Kanaalprivacy — Selecteer Privé of Openbaar.
Telefoon VoIP-technologie (Voice over Internet Protocol) bestaat uit een set protocollen die telefoongesprekken mogelijk maakt via een IP-netwerk zoals internet. Gesprekken via VoIP kunnen tot stand worden gebracht tussen computers, mobiele telefoons, VoIPapparaten en traditionele telefoons. Als u een VoIP-gesprek wilt voeren, moet uw apparaat bijvoorbeeld WLAN-dekking hebben. De beschikbaarheid van de dienst voor internetoproepen kan verschillen al naar gelang uw land of verkoopregio.
Telefoon verbonden zijn. De dienst die wordt gebruikt voor uitgaande internetoproepen, wordt weergegeven in de weergave voor verbindingsnetwerken en kan worden gewijzigd door Service wijzigen te selecteren. Nadat u verbinding hebt gemaakt met een dienst, kunt u het gebruikte wireless LAN-netwerk opslaan als bekend toegangspunt. Verbinding maken via een snelkoppeling Mogelijk is een snelkoppeling voor Internettel. gedefinieerd in de actieve standby.
Telefoon 2. Wanneer u de toon hoort of de melding in het display ziet, spreekt u de naam die is opgeslagen op de contactkaart duidelijk uit. 3. Een computerstem spreekt het spraaklabel van het herkende contact uit in de geselecteerde apparaattaal en de naam en het nummer worden weergegeven op het scherm. Na een time-out wordt het nummer gekozen. Als het herkende contact niet correct is, selecteert u Volgende om een lijst met andere overeenkomsten weer te geven of Stoppen om het kiezen te annuleren.
Telefoon Als u gemiste of ontvangen oproepen en gekozen nummers wilt wissen, selecteert u Recente opr. > Opties > Wis recente oproep.. Als u een beller wilt antwoorden met een bericht, selecteert u Recente opr. > Gem. oproepen > Opties > Ber. opstellen. U kunt tekstberichten en multimediaberichten verzenden. Als u de beller of de afzender van een bericht wilt toevoegen aan uw Contacten, selecteert u de beller of afzender en selecteert u Opties > Toev. aan Contact..
6. Contacten Druk op de contactentoets. Beheer al uw contactgegevens, zoals telefoonnummers en adressen. Voeg een persoonlijke beltoon, een spraaklabel of een miniatuurafbeelding toe aan een contactpersoon. Verzend contactgegevens naar compatibele apparaten of ontvang contactgegevens als visitekaartje van compatibele apparaten en voeg ze toe aan uw eigen lijst met contacten. Als u een contact wilt toevoegen, selecteert u Opties > Nieuw contact. Voer de contactgegevens in en selecteer Gereed.
Contacten Als u contacten van het apparaatgeheugen naar een SIM-kaart wilt kopiëren, selecteert u Opties > Kopieer naar SIM. Markeer de contacten die u wilt kopiëren of selecteer Alle markeren om alle contacten te kopiëren. Selecteer Opties > Kopieer naar SIM. Selecteer Opties > SIM-contacten > SIM-telefoonb. om de namen en nummers weer te geven die op de SIM-kaart zijn opgeslagen. In het SIM-telefoonboek kunt u nummers toevoegen, bewerken of kopiëren naar Contacten en kunt u bellen.
7. Nokia Team-suite Selecteer Menu > Kantoor > Team-suite. Met Nokia Team-suite kunt u in één keer teams maken, bewerken en verwijderen, berichten verzenden, webpagina's en de communicatiegeschiedenis van teams bekijken en naar teams bellen. Als u een nieuw team wilt maken, selecteert u Opties > Team > Nieuw. Geef het team een naam en voer zo nodig de gegevens van de dienst voor conferentiegesprekken in. Selecteer vervolgens de teamleden.
8. Agenda Selecteer Menu > Agenda. In de Agenda kunt u geplande gebeurtenissen en afspraken noteren en bekijken. U kunt ook een alarm instellen voor agendaitems. Met behulp van Nokia PC Suite kunt u de agenda-items synchroniseren met een compatibele computer. Zie de handleiding bij Nokia PC Suite voor meer informatie over synchroniseren. Agenda-items maken U kunt vier typen agenda-items maken: • Vergadering-items hebben een specifieke datum en tijd.
Agenda Agenda-instellingen Selecteer Opties > Instellingen om Agenda-alarmtoon, Standaardweergave, Week begint met en Titel weekweergave aan te passen. Agendaweergaven Als u wilt schakelen tussen de verschillende agendaweergaven, selecteert u Opties in een van deze weergaven. Selecteer een weergavetype in de lijst. Tip: Wanneer u de Agenda in een van de weergaven bekijkt, kunt u op de blauwe functietoets en op * drukken om snel naar een andere weergave te gaan.
9. Klok Selecteer Menu > Kantoor > Klok. Tip: Als u de datum en tijd automatisch wilt laten bijwerken (netwerkdienst), selecteert u Opties > Instellingen > Tijd via netw.operator > Automatisch aanpassen. Als u het kloktype wilt wijzigen, selecteert u Opties > Instellingen > Type klok > Analoog or Digitaal.
10. Connectiviteit Uw apparaat biedt verschillende opties (netwerkdiensten) om verbinding te maken met internet, een intranet of een ander apparaat of pc. U kunt gebruikmaken van draadloze verbindingsmethoden zoals WLAN, Bluetooth en infrarood. Het apparaat ondersteunt een vaste verbinding via een USB-kabel (Universal Serial Bus) voor Nokia PC Suite. U kunt ook communiceren via een Voice over IP-, Push to talk-, chat- en fax/modemverbinding.
Connectiviteit Bluetooth Dit apparaat voldoet aan Bluetooth-specificatie 1.2, die de volgende profielen ondersteunt: Generic Access Profile, Serial Port Profile, Dial-up Networking Profile, Headset Profile, Handsfree Profile, Generic Object Exchange Profile, Object Push Profile, File Transfer Profile, SIM Access Profile en Basic Imaging Profile.
Connectiviteit 3. Selecteer het apparaat waarmee u verbinding wilt maken en druk op de bladertoets om de verbinding in te stellen. Als het andere apparaat eerst moet worden gekoppeld om gegevens te kunnen uitwisselen, wordt u gevraagd een toegangscode in te voeren. 4. Zodra de verbinding tot stand is gebracht, verschijnt het bericht Gegevens worden verzonden. De map Verzonden in Berichten bevat geen berichten die via Bluetooth worden verzonden.
Connectiviteit Bluetooth-verbinding beëindigen Een Bluetooth-verbinding wordt automatisch verbroken na het verzenden of ontvangen van gegevens. Alleen bij Nokia PC Suite en bepaalde toebehoren zoals hoofdtelefoons, is het mogelijk dat de verbinding intact blijft, ook als deze niet actief wordt gebruikt. SIM-toegangsprofiel Als het draadloze apparaat in de externe SIM-modus staat, kunt u alleen via een compatibele en aangesloten uitbreiding, zoals een carkit, gesprekken voeren of ontvangen.
Connectiviteit Als de gegevensoverdracht niet binnen een minuut na activering van de infraroodpoort is gestart, wordt de verbinding verbroken en moet deze opnieuw tot stand worden gebracht. Alle items die via infrarood worden ontvangen, worden in de map Inbox van Berichten geplaatst. Als de apparaten tijdens een verbinding worden verplaatst, wordt de verbinding verbroken maar blijft de infraroodstraal op uw apparaat actief totdat u deze uitschakelt. Modem Selecteer Menu > Connect. > Modem.
Connectiviteit Toegangspuntengroepen configureren voor e-mail en synchronisatie Als u een toegangspuntengroep voor e-mail wilt instellen, selecteert u Menu > Berichten > Mailbox > Opties > Emailinstellingen > Verbindingsinstellingen > Inkomende e-mail > Toegangsp. in gebr. > Groep selecteren en selecteert u de gewenste toegangspuntengroep. Als u een toegangspuntengroep voor synchronisatie wilt instellen, selecteert u Menu > Connect. > Sync > Profiel > Opties > Synchr. prof. bijw.
Connectiviteit • Terugbellen gebruik. — Selecteer Ja als u werkt met een dienst die terugbelt naar het apparaat wanneer u een internetverbinding tot stand brengt. • Terugbellen — Selecteer Gebruik servernr. of Gebruik ander nr., afhankelijk van de instructies van uw serviceprovider. • Terugbelnummer — Het telefoonnummer voor gegevensoproepen van uw apparaat invoeren. Dit nummer wordt door de terugbelserver gebruikt.
Connectiviteit Als u wilt zoeken naar beschikbare LAN's binnen het bereik, selecteert u Beschk. WLAN. Actieve verbindingen weergeven en verbreken Opmerking: De uiteindelijke rekening van de serviceprovider voor oproepen en diensten kan variëren, afhankelijk van de netwerkfuncties, afrondingen, belastingen, enzovoort. In de weergave voor actieve verbindingen kunt u de geopende gegevensverbindingen zien: gegevensoproepen, packetgegevensverbindingen en wireless LAN-verbindingen.
11. Wireless LAN (Wireless Local Area Network) In sommige gebieden, zoals Frankrijk, gelden restricties op het gebruik van draadloos LAN. Raadpleeg de lokale autoriteiten voor meer informatie. Dit apparaat kan een wireless LAN (WLAN) herkennen en een verbinding daarmee tot stand brengen. Om een wireless LAN te kunnen gebruiken, moet op de locatie een netwerk beschikbaar zijn en uw apparaat moet daarmee verbonden zijn.
Wireless LAN (Wireless Local Area Network) Afhankelijk van de status kunt u de webbrowser starten via een wireless LAN-verbinding, de verbinding met een wireless LAN verbreken, zoeken naar wireless LAN's of het zoeken naar netwerken in- of uitschakelen. Als het zoeken naar wireless LAN's is uitgeschakeld en u bent niet met een wireless LAN verbonden, wordt WLAN-scan uit weergegeven in de actieve standby-modus.
Wireless LAN (Wireless Local Area Network) Geavanceerde instellingen voor een wireless LAN-internettoegangspunt Selecteer Menu > Instrum. > Instell. > Verbinding > Toegangspunten. Nadat u de basisinstellingen voor het wireless LAN-internettoegangspunt hebt gedefinieerd, selecteert u Opties > Geavanc. instell. en definieert u de volgende geavanceerde instellingen: • IPv4-instellingen — Voer het IP-adres en naamserveradres van het apparaat in voor het IPv4-internetprotocol.
12. Web Selecteer Menu > Web (netwerkdienst). Web is een van de twee browsers in het apparaat. Met Web kunt u gewone websites weergeven. Deze pagina's maken gebruik van XHTML (Extensible Hypertext Markup Language) of HTML (Hypertext Markup Language). Als u WAP-pagina's wilt weergeven, gebruikt u Menu > Media > Diensten. Beide browsers gebruiken hun eigen bookmarks. De hyperlinks in de berichten die u ontvangt, worden geopend in de browser Diensten.
Web Items downloaden U kunt verschillende items, zoals beltonen, afbeeldingen, operatorlogo's, thema's en videoclips, downloaden. Als u een item wilt downloaden, gaat u naar het item en drukt u op de bladertoets. Deze items worden gratis aangeboden of u kunt ze aanschaffen. Gedownloade items worden verder verwerkt door de bijbehorende toepassingen in uw apparaat. Als u het downloaden start, krijgt u een lijst te zien van de lopende, onderbroken en voltooide downloads tijdens de huidige sessie.
Web de betaling verricht. Er kan echter misbruik van deze info worden gemaakt, waardoor u bijvoorbeeld ongewenste advertenties ontvangt. • Java/ECMA-script — Sommige webpagina's kunnen programma-opdrachten bevatten die van invloed zijn op het uiterlijk van de pagina of op de interactie tussen de pagina en de daarvoor gebruikte browsers. Als u het gebruik van dergelijke scripts wilt weigeren, bijvoorbeeld als u problemen ondervindt bij het downloaden, selecteert u Uitgeschakeld.
13. Kantoortoepassingen De map Kantoor bevat hulpmiddelen waarmee u de details van verschillende persoonlijke of zakelijke gebeurtenissen kunt organiseren en beheren. Sommige kantoortoepassingen in de map Kantoor zijn niet in alle talen beschikbaar. Het is mogelijk dat grote bestanden niet kunnen worden geopend of dat het openen veel tijd in beslag neemt. Bestandsbeheer Met Best.beh. kunt u de inhoud en eigenschappen van bestanden en mappen beheren.
Kantoortoepassingen Quickword ondersteunt het weergeven en bewerken van documenten in DOC-indeling uit Microsoft Word 97, 2000 en XP. Het apparaat ondersteunt niet noodzakelijkerwijs alle variaties of functies van deze bestandsindelingen. Gebruik de bladertoets om te bladeren door het document. Als u naar tekst wilt zoeken in het document, selecteert u Opties > Zoekopties.
Kantoortoepassingen Als u wilt afdrukken naar een bestand, selecteert u Opties > Afdrukopties > Afdrukken naar bestand en geeft u een locatie op voor het bestand. Selecteer Opties > Afdrukopties om de afdrukopties te wijzigen. U kunt de gewenste printer, het gewenste aantal afdrukken of het paginabereik dat u wilt afdrukken opgeven. Als u de pagina-indeling wilt wijzigen voordat u afdrukt, selecteert u Opties > Afdrukopties > Pagina-instelling.
Kantoortoepassingen Basisvaluta en wisselkoers instellen Opmerking: Wanneer u de basisvaluta wijzigt, moet u de nieuwe wisselkoersen invoeren, aangezien alle eerder ingestelde koersen op nul worden teruggezet. Voordat u valuta's kunt omrekenen, moet u een basisvaluta kiezen en wisselkoersen toevoegen. De koers van de basisvaluta is altijd 1. De basisvaluta bepaalt de wisselkoers van de andere valuta's. 1.
14. Gegevens- en softwarebeheer Toepassingsbeheer Belangrijk: Installeer en gebruik alleen toepassingen en andere software van betrouwbare bronnen, zoals toepassingen die een Symbian-ondertekening dragen of die de Java Verified™-test hebben doorstaan. Selecteer Menu > Installatie > Toep.beh.. Wanneer u toepassingsbeheer opent, wordt alle geïnstalleerde software weergegeven op naam, versie, type en grootte.
Gegevens- en softwarebeheer • • • • • • • Netwerktoegang — Een gegevensverbinding met het netwerk maken. Berichten — Berichten verzenden. Toep. autom. starten — De toepassing automatisch openen. Connectiviteit — Een lokale gegevensverbinding, zoals Bluetooth, activeren. Multimedia — Foto's maken of video's of geluid opnemen. Gebr.gegevens lezen — Agenda-items, contacten of andere persoonlijke gegevens lezen. Gebr.geg. bewerken — Persoonlijke gegevens, zoals items in uw adresboek, toevoegen.
Gegevens- en softwarebeheer Gebruik Synchr. om uw contacten, agenda of notities te synchroniseren (netwerkdienst) met de betreffende toepassingen op een compatibele computer of een externe internetserver. Uw synchronisatie-instellingen worden opgeslagen in een synchronisatieprofiel. De toepassing gebruikt SyncML-technologie voor synchronisatie op afstand. Neem voor informatie over compatibiliteit met SyncML contact op met de leverancier van de toepassingen waarmee u het apparaat wilt synchroniseren.
Gegevens- en softwarebeheer Synchronisatie-instellingen definiëren voor Agenda Als u de synchronisatie-instellingen voor de toepassing Agenda wilt definiëren, gaat u naar het gewenste profiel, selecteert u Opties > Synchr. prof. bijw. > Toepassingen > Agenda en maakt u een keuze uit de volgende opties: • Tijdens synchronisatie — Geef aan of u uw agenda wilt synchroniseren met dit synchronisatieprofiel. • Externe database — Voer het pad in naar de database waarmee u uw agenda wilt synchroniseren.
Gegevens- en softwarebeheer Als u wilt definiëren of het item of de toepassing na het downloaden automatisch moet worden geopend, selecteert u Automatisch openen. Als u wilt definiëren of de voorbeeldbevestiging moet worden weergegeven voordat u een voorbeeld van een item weergeeft, selecteert u Voorbeeldbevestiging. Als u wilt definiëren of de aankoopbevestiging moet worden weergegeven voordat u een item aanschaft, selecteert u Aankoopbevestiging. Instelwizard Selecteer Menu > Instrum. > Instelwizard.
15. Camera U kunt foto's maken of videoclips opnemen met de ingebouwde camera. De cameralens bevindt zich aan de achterzijde van het apparaat en het display fungeert als zoeker. Met de camera kunt u afbeeldingen in JPEG-indeling en videoclips in 3GPP-indeling maken. Een foto maken 1. Selecteer Menu > Media > Camera. Uw apparaat ondersteunt een beeldresolutie van maximaal 1600 x 1200 pixels. 2. Gebruik het display als zoeker, neem het te fotograferen onderwerp in beeld en druk op de bladertoets.
Camera Als u de video-instellingen wilt bewerken, selecteert u Opties > Instellingen > Video en definieert u de volgende instellingen: • Lengte — Selecteer de lengte van de videoclips die u opneemt. De maximumlengte van een videoclip hangt af van het beschikbare geheugen. • Videoresolutie — Selecteer de resolutie voor het opnemen van een videoclip. De standaardinstelling voor de resolutie is altijd de laagste instelling.
16. Mediatoepassingen Recente opr., Duur oproep of Packet-ggvns Media bevat verschillende mediatoepassingen waarmee u afbeeldingen kunt opslaan en weergeven, geluiden kunt opnemen en geluidsclips kunt afspelen. Galerij Selecteer Menu > Media > Galerij. Met de Galerij kunt u diverse typen media, zoals afbeeldingen, video, muziek en geluiden, openen en gebruiken. Alle weergegeven afbeeldingen en videoclips en alle ontvangen muziek en geluiden worden automatisch opgeslagen in de Galerij.
Mediatoepassingen Afbeeldingen ordenen Als u een nieuwe map wilt maken waarin u berichten kunt onderbrengen, selecteert u Opties > Organiseren > Nieuwe map. Typ een naam voor de map en selecteer OK. Als u bestanden wilt kopiëren of verplaatsen, selecteert u een bestand, gevolgd door Opties > Organiseren > Verplaatsen naar map, Nieuwe map, Verpl. naar geh.kaart, Kop. naar geh.kaart, Kop. naar telef.geh. of Verpl. naar telef.geh.. RealPlayer Selecteer Menu > Media > RealPlayer.
Mediatoepassingen • Afspelen — De clip vanaf het begin afspelen. • Op volledig scherm — De clip in een volledig scherm afspelen. Liggende clips worden 90 graden gedraaid. Als u wilt terugschakelen naar de normale weergave, drukt u op een willekeurige toets. • Doorgaan — Het afspelen hervatten. • Drg. op voll. scherm — De clip in een volledig scherm verder afspelen. • Dempen — Het geluid van de videoclip dempen. Als u het geluid weer wilt inschakelen, drukt u de bladertoets naar links.
Mediatoepassingen Muziekspeler Waarschuwing: Houd het apparaat niet dicht bij uw oor wanneer de luidspreker wordt gebruikt, aangezien het volume erg luid kan zijn. Selecteer Menu > Media > Muziekspeler. Met de muziekspeler kunt u muziekbestanden afspelen en afspeellijsten maken en beluisteren. De muziekspeler ondersteunt bestanden met extensies zoals MP3 en AAC. Muziek beluisteren Waarschuwing: Luister naar muziek op een gematigd geluidsvolume.
Mediatoepassingen 4. Selecteer Terug om de nieuwe frequentie-instelling op te slaan of selecteer Opties > Std.waarden herst. om de banden op een neutrale frequentie in te stellen en opnieuw te beginnen. Als u een standaard frequentie-instelling wilt bewerken, selecteert u Opties > Nwe voorinstelling of Opties > Bewerken. Als u de frequentie van een standaardinstelling wilt wijzigen, gaat u naar de frequentiebanden en drukt u de joystick omhoog of omlaag om de waarden te verhogen of verlagen.
17. GPS-toepassingen Het GPS-systeem (Global Positioning System) valt onder het beheer van de regering van de Verenigde Staten, die als enige verantwoordelijk is voor de nauwkeurigheid en het onderhoud van het systeem.
GPS-toepassingen Selecteer Opties en selecteer de volgende opties: • Positie opslaan — Uw huidige positie opslaan als locatie of plaatsbepaling. • Satellietstatus — De signaalsterkte weergeven van de satellieten die de positiegegevens voor navigatie verschaffen. • Opgeslagen locaties — De locaties weergeven die u tijdelijk in uw apparaat hebt opgeslagen om u te ondersteunen bij de navigatie.
GPS-toepassingen Als u categorieën wilt weergeven waarin al plaatsbepalingen aanwezig zijn, selecteert u Menu > Instrum. > Plaatsen en drukt u de bladertoets naar rechts. Als u de plaatsbepalingen in een categorie wilt weergeven, selecteert u de categorie en drukt u op de bladertoets. Als u een plaatsbepaling van de ene naar de andere categorie wilt verplaatsen, drukt u de bladertoets naar links. Ga naar een plaatsbepaling en selecteer Opties > Toev. aan categorie.
18. Instell. Selecteer Menu > Instrum. > Instell.. U kunt diverse instellingen voor het apparaat definiëren en wijzigen. Als u deze instellingen wijzigt, is dat van invloed op de werking van verschillende toepassingen in het apparaat. Sommige instellingen kunnen vooraf in het apparaat zijn ingesteld of u in een configuratiebericht zijn toegestuurd door uw netwerkoperator of serviceprovider. Het is mogelijk dat u deze instellingen niet kunt wijzigen.
Instell. • Netoproep-ID verzndn — Stel deze functie alleen in als u uw internet-beller-ID wilt weergeven aan de persoon met wie u belt. • Oproep in wachtrij — Selecteer Activeren om een melding van een inkomende oproep te ontvangen wanneer u in gesprek bent, of selecteer Controleer status om te controleren of de functie actief is in het netwerk. • Wachtende internetopr. — Activeer deze functie als u een melding wilt ontvangen als een nieuwe oproep binnenkomt wanneer u bezig bent met een internetoproep.
Instell. Een toegangspuntengroep wordt gebruikt voor het onderbrengen van toegangspunten en het geven van prioriteiten aan toegangspunten. Een toepassing kan in plaats van één toegangspunt een groep als verbindingsmethode gebruiken. In dat geval wordt het best beschikbare toegangspunt binnen een groep gebruikt voor het tot stand brengen van de verbinding en - in geval van e-mail - ook voor roaming.
Instell. • • • • • • • • Dienstprofiel — Selecteer IETF of Nokia 3GPP. Stndrdtoegangspunt — Selecteer het toegangspunt dat u voor de internetverbinding wilt gebruiken. Openb. gebr.naam — Voer uw gebruikersnaam in, die u hebt ontvangen van uw serviceprovider. Compressie gebruiken — Selecteer of compressie wordt gebruikt. Registratie — Selecteer de wijze van registratie. Beveiliging gebruiken — Selecteer of beveiligingsonderhandeling moet worden uitgevoerd.
Instell. Wireless LAN Selecteer Menu > Instrum. > Instell. > Verbinding > Wireless LAN. Als u een indicator wilt weergeven wanneer op uw huidige locatie een wireless LAN beschikbaar is, selecteert u Beschikbrhd tonen > Ja. Als u het tijdsinterval wilt instellen waarna uw apparaat moet scannen op beschikbare wireless LAN's en de indicator moet bijwerken, selecteert u Zoeken nr netwerken. Geavanceerde WLAN-instellingen Selecteer Menu > Instrum. > Instell. > Verbinding > Wireless LAN > Opties > Geavan.
Instell. De instellingen die gewijzigd kunnen worden, kunnen verschillen. WPA-beveiligingsinstellingen Selecteer WLAN-beveil.modus > WPA/WPA2 in de instellingen voor het toegangspunt. Selecteer WLAN-beveil.instell. en selecteer de volgende opties: • WPA-modus — Selecteer EAP (Extensible Authentication Protocol) of Vooraf ged. sleutel (een geheime sleutel die wordt gebruikt voor identificatie van het apparaat). • Instell.
Instell. • Weergave info dienst — Selecteer Aan om in te stellen dat het apparaat moet aangeven wanneer het wordt gebruikt in een MCN-netwerk (Micro Cellular Network). Toebehoreninstellingen Selecteer Menu > Instrum. > Instell. > Toebehoren. Waarschuwing: Wanneer u de hoofdtelefoon gebruikt, kan uw vermogen om geluiden van buitenaf te horen negatief worden beïnvloed. Gebruik de hoofdtelefoon niet wanneer dit uw veiligheid in gevaar kan brengen.
19. Beveiliging Apparaatbeveiliging Selecteer Menu > Instrumenten > Instell. > Beveiliging > Telefoon en SIM. U kunt de beveiligingsinstellingen voor de PIN-code, automatische blokkering en het verwisselen van de SIM-kaart wijzigen en codes en wachtwoorden aanpassen. Zorg ervoor dat u toegangscodes gebruikt die afwijken van de alarmnummers, om te voorkomen dat u per ongeluk het alarmnummer kiest. Codes worden als sterretjes weergegeven.
Beveiliging Met de dienst voor vaste nummers kunt u de oproepen vanaf uw apparaat beperken tot bepaalde telefoonnummers. Niet alle SIM-kaarten ondersteunen deze dienst. Neem contact op met uw serviceprovider voor meer informatie. Selecteer Opties en maak een keuze uit de volgende opties: • Vaste nrs. activeren — Uitgaande oproepen vanaf het apparaat beperken. Als u de dienst wilt annuleren, selecteert u Vaste nrs. deact..
Beveiliging Als u de authenticiteit van een certificaat wilt controleren, selecteert u het certificaat en drukt u op de bladertoets om de certificaatgegevens te openen. Vingerafdrukken vormen de unieke identificatie van een certificaat. Neem contact op met de helpdesk of klantenservice van de eigenaar van het certificaat en vraag naar een vergelijking van vingerafdrukken. Een zescijferige persoonlijke sleutel vormt het wachtwoord met een geheime sleutel dat bij een persoonlijke certificaat wordt geleverd.
Beveiliging VPN-beheer U kunt uw VPN-beleid, beleidsservers, VPN-logboeken en beveiligingssleutel beheren met VPN-beheer. VPN-beleid definieert hoe gegevens worden gecodeerd voor transmissie via niet-beveiligde netwerken. De wachtwoordbeveiligingssleutel ondersteunt de beveiliging van persoonlijke sleutels. Een toegangspunt is het punt waar uw apparaat verbinding maakt met het netwerk via een gegevensverbinding of packetgegevensverbinding.
20. Sneltoetsen Hieronder worden enkele van de op het apparaat beschikbare sneltoetsen vermeld. Sneltoetsen kunnen het gebruik van toepassingen efficiënter maken. Sommige sneltoetsen zijn toepassingspecifiek en kunnen derhalve niet voor alle toepassingen worden gebruikt. Algemene sneltoetsen Aan/uit-toets Tussen profielen schakelen U schakelt het apparaat in en uit door de aan/ uit-toets ingedrukt te houden. Menutoets Hiermee opent u het hoofdmenu en krijgt u toegang tot alle toepassingen.
Sneltoetsen 3 Terug naar de vorige pagina. 5 Schakelen tussen de geopende browservensters. 8 Uitzoomen om de gehele webpagina weer te geven en rood omlijnd aan te geven wat in het display zichtbaar is. 9 Naar een andere webpagina gaan. Weergave voor afbeeldingen Beltoets De afbeelding verzenden. 0 Uitzoomen. 5 Inzoomen. 7 Inzoomen. Tweemaal indrukken voor volledige schermgrootte. 4 Bladertoets naar links drukken in de ingezoomde afbeelding.
Informatie over de batterij Het apparaat werkt op een oplaadbare batterij. De batterij kan honderden keren worden opgeladen en ontladen maar na verloop van tijd treedt slijtage op. Wanneer de gesprekstijd en stand-by tijd aanmerkelijk korter zijn dan normaal, moet u de batterij vervangen. Gebruik alleen batterijen die door Nokia zijn goedgekeurd en laad de batterij alleen opnieuw op met laders die door Nokia zijn goedgekeurd en bestemd zijn voor dit apparaat.
Controleren van de echtheid van Nokia-batterijen Gebruik altijd originele Nokia-batterijen voor uw veiligheid. Verzeker u ervan dat u een originele Nokia-batterij koopt door de batterij bij een officiële Nokia-dealer te kopen, te kijken of het Nokia Original Enhancements-logo op de verpakking staat en het hologramlabel volgens de onderstaande stappen te inspecteren. Een succesvolle uitvoering van de vier stappen biedt geen totale garantie voor de echtheid van de batterij.
Behandeling en onderhoud Uw apparaat is een product van toonaangevend ontwerp en vakmanschap en moet met zorg worden behandeld. De volgende tips kunnen u helpen om de garantie te behouden. • Houd het apparaat droog. Neerslag, vochtigheid en allerlei soorten vloeistoffen of vocht kunnen mineralen bevatten die corrosie van elektronische schakelingen veroorzaken. Wordt het apparaat toch nat, verwijder dan de batterij en laat het apparaat volledig opdrogen voordat u de batterij terugplaatst.
Aanvullende veiligheidsinformatie Kleine kinderen Uw apparaat en toebehoren kunnen kleine onderdelen bevatten. Houd ze buiten het bereik van kleine kinderen. Gebruiksomgeving Dit apparaat voldoet aan de richtlijnen voor blootstelling aan RF-signalen wanneer het op normale wijze tegen het oor wordt gehouden of wanneer het zich op een afstand van minimaal 2,2 cm (7/8 inch) van het lichaam bevindt.
Aanvullende veiligheidsinformatie Het gebruik van het apparaat in een vliegtuig is verboden. Schakel het apparaat uit voordat u een vliegtuig binnengaat. Het gebruik van draadloze telecomapparatuur kan gevaarlijk zijn voor de werking van het vliegtuig, kan het draadloze telefoonnetwerk verstoren en kan illegaal zijn. Explosiegevaarlijke omgevingen Schakel het apparaat uit als u op een plaats met explosiegevaar bent en volg alle aanwijzingen en instructies op.
Index Symbolen/Numeriek Recente opr., Duur oproep of Packet-ggvns Recente opr.
Index in- en uitschakelen 9 infodienst 33 infrarood 55 installeren batterij 8 SIM-kaart 8 toepassingen 70 instant messaging 29 instellingen agenda 50 algemeen 85 beveiliging 92 beveiliging van Java-toepassingen 70 Bluetooth 53 display 85 externe configuratie 71 internet 57 multimediaberichten 34 netwerk 90 oproepen 85 profielen 20 roaming e-mailgegevens 56 standby 85 tekstberichten 34 teksttelefoon 91 TTY 91 verbinding 86 vertrouwen 94 Web 64 WLAN 89 Instelwizard 74 internet 63 instellingen 57 instellingen
Index sneltoetsen 14, 96 software installeren 70 verwijderen 70 speciale berichten 33 Spraak 19 spraakgestuurd bellen 43 spraakopdrachten 43 spreadsheets 67 standby instellingen 85 modus 13 Symbian-toepassingen 70 symbolen 14 synchronisatie op afstand 71 synchroniseren 71 verbindingsbeheer 58 verbindingsmethoden Bluetooth 53 infrarood 55 kabel 52 modem 56 vergrendelen apparaat 12 toetsen 12 videoclips 75, 78 video-oproepen 39 virtual private network 94 visitekaartjes 47 voicemail 37 voice over IP 42, 43 V