Operation Manual
Instellingen > Navigatie > Nwe route vw.
verk.sit. in de hoofdweergave.
Kaarten gebruiken met het
kompas
Selecteer Menu > Toepassngn > GPS > Kaarten.
Als het kompas in het apparaat ingeschakeld is, is de
cirkel rondom het kompas groen en de kaartweergave
draait automatisch in de juiste richting, afhankelijk van
de richting waar de bovenzijde van het apparaat naar
wijst.
Selecteer Opties > Instrumenten > Kompas
inschakelen om het kompas in te schakelen. Als het
kompas niet gebruikt wordt, is de cirkel rondom het
kompas wit en de kaartweergave draait niet
automatisch mee.
Het kompas kalibreren
Uw apparaat heeft een intern kompas. Wanneer het
kompas is gekalibreerd, is de cirkel rondom het
kompas groen en draait de kaartweergave
automatisch in de richting waarnaar de bovenkant van
het apparaat wijst.
De nauwkeurigheid van het kompas is beperkt.
Elektromagnetische velden, metalen objecten of
andere externe omstandigheden kunnen de
nauwkeurigheid van het kompas nadelig beïnvloeden.
Het kompas moet altijd goed worden geijkt.
Ga als volgt te werk om het kompas te kalibreren:
1. Selecteer Menu > Toepassngn > GPS >
Kaarten.
2. Het kompas is standaard actief. Selecteer Opties >
Instrumenten > Kompas uitschakelen om het
kompas te deactiveren. Wanneer het kompas is
gedeactiveerd, is de cirkel rondom het kompas wit
en draait de kaartweergave niet automatisch. De
deactivering van het kompas is alleen geldig voor
de huidige sessie. Wanneer u Kaarten de volgende
keer opent, wordt het kompas automatisch
geactiveerd.
3.
Draai het apparaat in een continue beweging rond
alle assen totdat de kalibratie-indicator de kleur
groen krijgt
. Als de indicator geel is, is de
nauwkeurigheid van het kompas laag. Als de
indicator rood is, is het kompas niet gekalibreerd.
Instellingen Kaarten
Selecteer Menu > Toepassngn > GPS > Kaarten.
Selecteer Opties > Instrumenten > Instellingen en
maak een keuze uit de volgende opties:
93
Op reis










