Operation Manual

Table Of Contents
U kunt de packet-gegevensinstellingen definiëren door
Packet-ggvnsverbinding te selecteren en u kunt
Automat. bij signaal selecteren om het apparaat te
registreren bij het packet-gegevensnetwerk als u het
apparaat inschakelt in een ondersteund netwerk, of
Wanneer nodig om alleen een packet-
gegevensverbinding tot stand te brengen als een
toepassing of actie dit vereist. Deze instelling is van
invloed op alle toegangspunten voor packet-
gegevensverbindingen. Als u het apparaat wilt gebruiken
als packet-gegevensmodem voor uw computer, selecteert
u Toegangspunt en voert u de naam van het
toegangspunt in dat door de serviceprovider aan u is
verstrekt. Als u een snelle gegevensverbinding wilt
gebruiken, selecteert u Snelle toeg. packet-geg. >
Ingeschakeld.
WLAN-instellingen
Selecteer Menu > Bed. paneel > Instellingen en
Verbinding > Wireless LAN.
Als u wilt dat er een indicator wordt weergegeven als er
een draadloos LAN-netwerk (WLAN) beschikbaar is op uw
huidige locatie, selecteert u Beschkbrhd WLAN tonen >
Ja.
Als u het tijdsinterval wilt selecteren voor het zoeken naar
beschikbare WLAN-netwerken en voor het bijwerken van
de indicator, selecteert u Zoeken naar netwerken. Deze
instelling is alleen beschikbaar als u Beschkbrhd WLAN
tonen > Ja selecteert.
U kunt het apparaat zodanig instellen dat auotomatisch
de internetcapaciteit van het geselecteerde WLAN wordt
getest, dat telkens om toestemming wordt gevraagd of
dat de connectiviteitstest nooit wordt uitgevoerd door
Internetverbindingstest > Automat. uitvoeren, Altijd
vragen of Nooit uitvoeren te selecteren. Als u Automat.
uitvoeren selecteert of het uitvoeren van de test toestaat
als het apparaat hierom vraagt, wordt het toegangspunt
opgeslagen op internetbestemmingen als de uitvoering
van de connectiviteitstest is geslaagd.
Als u het unieke MAC-adres (Media Access Control) wilt
weergeven waarmee uw apparaat wordt geïdentificeerd,
voert u *#62209526# in vanaf het startscherm. Het MAC-
adres wordt weergegeven.
Geavanceerde WLAN-
instellingen
Selecteer Opties > Geavanc. instellingen. De
geavanceerde instellingen voor draadloze LAN-netwerken
worden gewoonlijk automatisch gedefinieerd en het
wordt afgeraden deze instellingen te wijzigen.
Als u de instellingen handmatig wilt bewerken, selecteert
u Autom. configuratie > Uitgeschakeld en definieert u
de volgende instellingen:
Lange probeerlimiet — Voer het maximum aantal
verzendpogingen in voor als er geen
ontvangstbevestiging van het netwerk wordt
ontvangen.
Korte probeerlimiet — Voer het maximumaantal
verzendpogingen in voor als er geen gereedmelding
voor verzenden van het netwerk wordt ontvangen.
RTS-drempel — Stel voor gegevens de pakketgrootte
in waarbij het toegangspunt voor het draadloze LAN-
netwerk vraagt of de gegevens moeten worden
verzonden, alvorens dit ook daadwerkelijk te doen.
162
Instellingen