Operation Manual

Table Of Contents
Geheugen en geheugenkaart
decoderen
Decodeer altijd het apparaatgeheugen en/of de
geheugenkaart voordat u de software van het apparaat
bijwerkt.
Als u het apparaatgeheugen wilt decoderen, selecteert u
Telefoongeheugen.
Als u de geheugenkaart wilt decoderen zonder de
coderingssleutel te vernietigen, selecteert u
Geheugenkaart > Decoderen.
Als u de geheugenkaart wilt decoderen én de
coderingssleutel wilt vernietigen, selecteert u
Geheugenkaart > Decoderen en coderen
uitschakelen.
Vaste nummers
Selecteer Menu > Contacten en Opties > SIM-
nummers > Nrs. vaste contacten.
Met de dienst voor vaste nummers kunt u oproepen van
het apparaat beperken tot bepaalde telefoonnummers.
Niet alle SIM-kaarten ondersteunen vaste nummers. Neem
contact op met de serviceprovider voor meer informatie.
Wanneer beveiligingsfuncties zijn ingeschakeld waarmee
oproepen worden beperkt (zoals het blokkeren van
oproepen, gesloten gebruikersgroepen en vaste
nummers), kunt u mogelijk nog wel het
geprogrammeerde alarmnummer draaien.
U hebt de PIN2-code nodig voor het in- en uitschakelen
van vaste nummers of het bewerken van de vaste
nummers. Informeer bij uw serviceprovider naar uw PIN2-
code.
Selecteer Opties en een van de volgende opties:
Vaste nummers activrn — Hiermee activeert u de
dienst voor oproepen naar vast nummers.
Vaste nummers deactiv. — Hiermee schakelt u de
dienst voor oproepen naar vast nummers uit.
Nieuw SIM-contact — Nu kunt u de naam en het
telefoonnummer invoeren van de contactpersoon
waarvoor oproepen zijn toegestaan.
Toevoegen uit Contacten — Nu kunt u een contact
kopiëren vanuit Contacten naar de lijst met vaste
nummers.
Als u SMSberichten wilt verzenden naar SIM-contacten
terwijl de dienst voor vaste nummers actief is, moet u het
nummer van de berichtencentrale voor SMSberichten
toevoegen aan de lijst met vaste nummers.
Certificaatbeheer
Selecteer Menu > Bed. paneel > Instellingen en
Algemeen > Beveiliging > Certificaatbeheer.
Digitale certificaten worden gebruikt om de oorsprong
van software te controleren, maar ze bieden geen
waarborg voor de veiligheid. Er zijn vier typen certificaten:
autorisatiecertificaten, persoonlijke certificaten,
vertrouwde certificaten en servercertificaten. Tijdens een
beveiligde verbinding kan een server een servercertificaat
naar uw apparaat verzenden. Na ontvangst wordt het
certificaat geverifieerd door een autorisatiecertificaat in
uw apparaat. U krijgt een melding als de identiteit van de
141
Beveiligings- en gegevensbeheer