Operation Manual
EAP-plug-ins gebruiken
Als u een EAP-plug-in wilt gebruiken wanneer u via het
toegangspunt verbinding maakt met een draadloos LAN-
netwerk, selecteert u de gewenste plug-in en kiest u
Opties > Inschakelen. De EAP-plug-ins die voor dit
toegangspunt kunnen worden gebruikt, zijn gemarkeerd.
Als u geen gebruik wilt maken van een plug-in, selecteert
u Opties > Uitschakelen.
Als u de instellingen voor EAP-plug-ins wilt bewerken,
selecteert u Opties > Bewerken.
Als u de prioriteit van een EAP-plug-in wilt wijzigen,
selecteert u Opties > Prioriteit verhogen om, wanneer
u via het toegangspunt verbinding met het netwerk
maakt, de desbetreffende plug-in eerder te gebruiken dan
andere plug-ins, of Opties > Prioriteit verlagen om deze
plug-in pas voor netwerkverificatie te gebruiken nadat
andere plug-ins zijn geprobeerd.
Zie de Help bij het apparaat voor meer informatie over EAP-
plug-ins.
SIP-instellingen (Session
Initiation Protocol)
Selecteer Menu > Instrumenten > Instell. >
Verbinding > SIP-instellingen.
SIP-protocollen (Session Initiation Protocol) worden
gebruikt voor het maken, wijzigen en beëindigen van
bepaalde typen communicatiesessies met een of meer
deelnemers (netwerkdienst). Deze communicatievorm
wordt vooral gebruikt voor video delen en
internetoproepen. SIP-profielen bevatten instellingen
voor deze sessies. Het SIP-profiel dat standaard voor een
communicatiesessie wordt gebruikt, is onderstreept.
Als u een SIP-profiel wilt maken, selecteert u Opties >
Nieuw SIP-profiel > Std.profiel gebrkn of Bestaand
prof. gebr..
Als u het SIP-profiel wilt selecteren dat u standaard voor
communicatiesessies wilt gebruiken, selecteert u
Opties > Standaardprofiel.
SIP-profielen bewerken
Selecteer Opties > Bewerken en maak een keuze uit de
volgende opties:
• Profielnaam — Voer een naam in voor het SIP-profiel.
• Dienstprofiel — Selecteer IETF of Nokia 3GPP.
• Stndrdtoegangspunt — Selecteer het toegangspunt
dat u voor de internetverbinding wilt gebruiken.
• Openb. gebr.naam — Voer uw gebruikersnaam in die
u hebt ontvangen van uw serviceprovider.
• Compressie gebruiken — Stel in of
gegevenscompressie wordt gebruikt.
• Registratie — Selecteer de wijze van registratie.
• Beveiliging gebruiken — Stel in of
beveiligingsonderhandeling moet worden uitgevoerd.
• Proxyserver — Voer de proxyserverinstellingen voor
dit SIP-profiel in.
• Registrarserver — Voer de
registratieserverinstellingen voor dit SIP-profiel in.
SIP-proxyservers bewerken
Selecteer Opties > Nieuw SIP-profiel of Bewerken >
Proxyserver.
135










