Operation Manual

Instellingen voor packet-
gegevens (GPRS)
Selecteer Menu > Instrumenten > Instell. >
Verbinding > Packet-ggvns.
Uw apparaat ondersteunt packet-gegevensverbindingen,
zoals GPRS bij het GSM-netwerk. Wanneer u uw apparaat
gebruikt in het GSM- of UMTS-netwerk, kunnen meerdere
gegevensverbindingen tegelijk actief zijn.
Toegangspunten kunnen een gegevensverbinding delen
en gegevensverbindingen blijven actief, ook tijdens
spraakoproepen.
Zie 'Verbindingsbeheer', p. 112.
Als u de packet-gegevensinstellingen wilt definiëren,
selecteert u Packet-ggvnsverb.. Selecteer vervolgens
Autom. bij signaal om uw apparaat te registreren bij het
packet-gegevensnetwerk zodra u het in een ondersteund
netwerk inschakelt, of selecteer Wanneer nodig om
alleen een packet-gegevensverbinding tot stand te
brengen als dit voor een bepaalde toepassing of handeling
is vereist. Selecteer Toegangspunt en voer de naam in
van het toegangspunt dat de serviceprovider u heeft
opgegeven om het apparaat te kunnen gebruiken als
packet-gegevensmodem voor uw computer. Als u een
netwerkverbinding met hoge snelheid wilt gebruiken,
selecteert u Snelle toeg. packet-geg. > Ingeschakeld.
Deze instellingen gelden voor alle toegangspunten voor
packet-gegevensverbindingen.
WLAN-instellingen
Selecteer Menu > Instrumenten > Instell. >
Verbinding > Wireless LAN.
Als u wilt dat er een indicator wordt weergegeven als er
een draadloos LAN-netwerk (WLAN) beschikbaar is op uw
huidige locatie, selecteert u Beschkbrhd WLAN tonen >
Ja.
Als u het tijdsinterval wilt selecteren voor het zoeken naar
beschikbare draadloze LAN-netwerken en voor het
bijwerken van de indicator, selecteert u Zoeken naar
netwerken. Deze instelling is alleen beschikbaar als u
Beschkbrhd WLAN tonen > Ja selecteert.
Geavanceerde WLAN-
instellingen
Selecteer Opties > Geavanc. instellingen. De
geavanceerde instellingen voor draadloze LAN-netwerken
worden gewoonlijk automatisch gedefinieerd en het
wordt afgeraden deze instellingen te wijzigen.
Als u de instellingen handmatig wilt bewerken, selecteert
u Autom. configuratie > Uitgeschakeld en definieert u
de volgende instellingen:
Lange probeerlimiet — Voer het maximum aantal
verzendpogingen in voor als er geen
ontvangstbevestiging van het netwerk wordt
ontvangen.
Korte probeerlimiet — Voer het maximumaantal
verzendpogingen in voor als er geen gereedmelding
voor verzenden van het netwerk wordt ontvangen.
RTS-drempel — Stel voor gegevens de pakketgrootte
in waarbij het toegangspunt voor het draadloze LAN-
netwerk vraagt of de gegevens moeten worden
verzonden, alvorens dit ook daadwerkelijk te doen.
132