Operation Manual

Beveiligingsdomein — Voer het adres van het registratieserverdomein in.
Gebruikersnaam en Wachtwoord — Voer uw gebruikersnaam en wachtwoord voor de registratieserver in.
Overdrachtstype — Selecteer UDP of TCP.
Poort — Voer het poortnummer van de registratieserver in.
Instellingen voor gegevensoproepen
Selecteer Menu > Instrum. > Instell. > Verbinding > Data-oproep.
Als u de time-out wilt instellen waarna gegevensverbindingen automatisch moeten worden verbroken als er geen gegevens
meer worden verzonden, selecteert u Tijd online en drukt u op de joystick. Selecteer Door gebr. gedef. om zelf de tijd in te voeren
of Onbeperkt om de verbinding in stand te houden totdat u Opties > Verbind. verbreken selecteert.
VPN
VPN-toegangspunten
Voor het beheren van VPN-toegangspunten selecteert u VPN > VPN-toegangspunten > Opties en maakt u een keuze uit de
volgende opties:
Bewerken — Het geselecteerde toegangspunt bewerken. Als het toegangspunt in gebruik is of als de instellingen ervan
beveiligd zijn, kunt u het toegangspunt niet bewerken.
Nieuw toegangspunt — Een nieuw VPN-toegangspunt maken.
Verwijderen — Het geselecteerde toegangspunt verwijderen.
Instellingen voor VPN-toegangspunten
Neem contact op met uw serviceprovider voor de juiste instellingen voor de toegangspunten.
Als u de instellingen voor VPN-toegangspunten wilt bewerken, selecteert u het toegangspunt en Opties.
Maak een keuze uit de volgende opties:
Naam verbinding — Voer een naam in voor de VPN-verbinding. De naam kan uit maximaal 30 tekens bestaan.
VPN-beleid — Selecteer een VPN-beleid voor dit toegangspunt.
Internettoeg.punt — Selecteer het internettoegangspunt voor dit VPN-toegangspunt.
Proxy-serveradres — Voer het adres van de proxyserver voor dit VPN-toegangspunt in.
Proxy-poortnummer — Voer het nummer van de proxypoort in.
Configuraties
Als u de configuraties voor vertrouwde servers wilt weergeven en verwijderen, selecteert u Menu > Instrum. > Instell. >
Verbinding > Configuraties.
U kunt van de netwerkoperator, serviceprovider of de afdeling voor bedrijfsinformatiebeheer berichten ontvangen die de
configuratie-instellingen voor vertrouwde servers bevatten. Deze instellingen worden automatisch opgeslagen in
Configuraties. U kunt configuratie-instellingen ontvangen voor toegangspunten, multimedia- of e-maildiensten, en chat- of
synchronisatie-instellingen voor vertrouwde servers.
Als u de configuraties voor een vertrouwde server wilt verwijderen, gaat u naar de server en drukt u op de wistoets. De
configuratie-instellingen voor andere toepassingen die door deze server worden verstrekt, worden eveneens verwijderd.
Datum- en tijdinstellingen
Selecteer Menu > Instrum. > Instell. > Datum en tijd.
Maak een keuze uit de volgende opties:
Tijd — Voer de tijd in.
Tijdzone — Voer de tijdzone in.
Datum — Voer de datum in.
Datumnotatie — Wijzig de manier waarop de datum wordt weergegeven.
Datumscheidingteken — Wijzig het scheidingssymbool voor dagen, maanden en jaren.
Tijdnotatie — Selecteer het 12-urige of 24-urige kloksysteem.
Tijdscheidingteken — Wijzige het scheidingssymbool voor uren en minuten.
Type klok — Selecteer Analoog of Digitaal.
Alarmtoon klok — Selecteer het signaal dat u wilt gebruiken voor de wekker.
Tijd via netw.operator — De tijd, datum en tijdzone automatisch bijwerken (netwerkdienst). Selecteer Automatisch
aanpassen om deze functie in te schakelen. Deze dienst is mogelijk niet in alle netwerken beschikbaar.
Beveiligingsinstellingen
Zie 'Beveiligingsinstellingen definiëren', p. 25.
I n s t e l l .
Copyright © 2006 Nokia. All Rights Reserved. 76