Operation Manual
Weergave info dienst — Stel het
apparaat zodanig in dat wordt
aangegeven wanneer het apparaat
gebruik maakt van een mobiel netwerk
op basis van de MCN-technologie (Micro
Cellular Network) en om de ontvangst
van relevante informatie te activeren.
Draadloos LAN
Uw apparaat kan draadloze LAN's
(WLAN) opsporen en er verbinding mee
maken. Met een WLAN kunt u verbinding
maken met internet en compatibele
apparaten die WLAN ondersteunen.
Over WLAN
Als u een draadloze lokale
netwerkverbinding (WLAN) wilt
gebruiken, moet dit mogelijk zijn op de
locatie waar u zich bevindt en moet uw
apparaat op het WLAN zijn aangesloten.
Bij sommige beveiligde WLAN's hebt u
een toegangssleutel van de
serviceprovider nodig om verbinding te
maken.
Opmerking: In sommige landen
kan het gebruik van WLAN beperkt zijn.
In Frankrijk mogen WLAN's bijvoorbeeld
alleen binnenshuis worden gebruikt.
Neem voor meer informatie contact op
met de plaatselijke autoriteiten.
Functies die gebruikmaken van een
WLAN of die op de achtergrond worden
uitgevoerd terwijl er andere functies
worden gebruikt, gebruiken veel
energie waardoor ze de levensduur van
de batterij verkorten.
Gebruik codering om de veiligheid van
uw WLAN-verbinding te vergroten. Het
gebruik van codering verkleint het risico
dat anderen toegang krijgen tot uw
gegevens.
WLAN-verbindingen
Als u WLAN-verbinding (draadloos LAN)
wilt gebruiken, moet u een
internettoegangspunt voor WLAN
maken. Gebruik het toegangspunt voor
toepassingen die verbinding met
internet moeten hebben.
Er wordt een WLAN-verbinding tot stand
gebracht als u een gegevensverbinding
maakt met een internettoegangspunt
voor een WLAN. De actieve WLAN-
verbinding wordt verbroken als u de
gegevensverbinding verbreekt.
Connectiviteit 73
© 2010 Nokia. Alle rechten voorbehouden.










