Operation Manual
naar netwerken. Deze instelling is
alleen beschikbaar als u Beschkbrhd
WLAN tonen > Ja selecteert.
U kunt het apparaat zodanig instellen
dat auotomatisch de internetcapaciteit
van het geselecteerde WLAN wordt
getest, dat telkens om toestemming
wordt gevraagd of dat de
connectiviteitstest nooit wordt
uitgevoerd door
Internetverbindingstest > Automat.
uitvoeren, Altijd vragen of Nooit
uitvoeren te selecteren. Als u
Automat. uitvoeren selecteert of het
uitvoeren van de test toestaat als het
apparaat hierom vraagt, wordt het
toegangspunt opgeslagen op
internetbestemmingen als de
uitvoering van de connectiviteitstest is
geslaagd.
Als u het unieke MAC-adres (Media
Access Control) voor het apparaat wilt
controleren, typt u *#62209526# in
het startscherm. Het MAC-adres
verschijnt dan in beeld.
Geavanceerde WLAN-instellingen
Selecteer Opties > Geavanc.
instellingen. De geavanceerde
instellingen voor draadloze LAN-
netwerken worden gewoonlijk
automatisch gedefinieerd en het wordt
afgeraden deze instellingen te wijzigen.
Als u de instellingen handmatig wilt
bewerken, selecteert u Autom.
configuratie > Uitgeschakeld en
definieert u de volgende instellingen:
Lange probeerlimiet — Voer het
maximum aantal verzendpogingen in
voor als er geen ontvangstbevestiging
van het netwerk wordt ontvangen.
Korte probeerlimiet — Voer het
maximumaantal verzendpogingen in
voor als er geen gereedmelding voor
verzenden van het netwerk wordt
ontvangen.
RTS-drempel — Stel voor gegevens de
pakketgrootte in waarbij het
toegangspunt voor het draadloze LAN-
netwerk vraagt of de gegevens moeten
worden verzonden, alvorens dit ook
daadwerkelijk te doen.
Energieniv. transmissie — Stel het
energieniveau van uw apparaat bij het
verzenden van gegevens in.
Radiometingen — Schakel de
radiometingen in of uit.
Instellingen 183
© 2010 Nokia. Alle rechten voorbehouden.










