Operation Manual

U kunt het apparaat ook op afstand
blokkeren door middel van een SMS-
bericht.
Uw apparaat op afstand blokkeren
1 Als u blokkeren op afstand wilt
inschakelen, selecteert u Menu >
Bed. paneel > Instellingen en
Algemeen > Beveiliging >
Telefoon en SIM-kaart > Ext.
telef.vergrendeling >
Ingeschakeld.
2 Voer de tekst voor het bericht in.
Deze kan 5-20 tekens lang zijn en
zowel uit hoofdletters als kleine
letters bestaan.
3 Voer dezelfde tekst nogmaals in ter
verificatie.
4 Voer de blokkeringscode in.
5 Als u uw apparaat extern wilt
vergrendelen, schrijft u de vooraf
gedefinieerde tekst en verzendt u
deze als SMS naar uw apparaat. Als
u het apparaat wilt ontgrendelen,
hebt u de blokkeringscode nodig.
Beveiliging van de geheugenkaart
Selecteer Menu > Kantoor >
Best.beheer.
U kunt een geheugenkaart met een
wachtwoord beveiligen om te
voorkomen dat anderen ongevraagd
toegang tot de kaart hebben.
Als u een wachtwoord wilt instellen,
selecteert u Opties > Wachtwoord
geh.kaart > Instellen. Het
wachtwoord bestaat uit maximaal 8
lettertekens en is hoofdlettergevoelig.
Het wachtwoord wordt opgeslagen op
het apparaat. U hoeft het niet nog een
keer in te voeren als u de
geheugenkaart in hetzelfde apparaat
gebruikt. Als u de geheugenkaart ook in
een ander apparaat gebruikt, wordt u
gevraagd het wachtwoord in te voeren.
Niet alle geheugenkaarten kunnen met
een wachtwoord beveiligd worden.
Selecteer Opties > Wachtwoord
geh.kaart > Verwijderen om het
wachtwoord van een geheugenkaart te
verwijderen. Als u het wachtwoord
verwijdert, zijn de gegevens op de
geheugenkaart niet meer beveiligd
tegen onbevoegd gebruik.
Als u een vergrendelde geheugenkaart
wilt openen, selecteert u Opties >
Geh.kaart deblokkeren. Voer het
wachtwoord in.
152 Beveiliging en gegevensbeheer
© 2010 Nokia. Alle rechten voorbehouden.