Operation Manual
Als u een back-up wilt maken op een geheugenkaart, drukt u op Nieuwe back-up. Typ een naam voor de back-up en geef aan
of u een volledige of gedeeltelijke back-up wilt uitvoeren. Met Volledige back-up worden alle gegevens gekopieerd. Als u
Gedeeltelijke back-up selecteert, moet u opgeven welke items u in de back-up wilt opnemen. Druk op Back-up starten.
Tip: U kunt van gegevens ook een back-up maken in de toepassingen Bestandsbh. en Config.scherm.
Als u een back-up wilt terugzetten vanaf de geheugenkaart, selecteert u de back-up en drukt u op Terugzetten. Geef op welke
items u wilt terugzetten. Als u gegevens terugzet vanuit een volledige back-up, kunt u Gedeeltelijke back-up selecteren en
opgeven welke items u wilt terugzetten. Druk op Terugzetten starten. Als het terugzetten is voltooid, drukt u op OK om het
apparaat opnieuw op te starten.
Overdr.
Als u een Nokia 9500 Communicator hebt en een ander apparaat dat gegevensoverdracht ondersteunt, kunt u Overdr. gebruiken
om uw agenda-items en contactgegevens tussen de twee apparaten te synchroniseren.
Neem contact op met uw leverancier, netwerkoperator of serviceprovider voor informatie over compatibele apparaten.
Ga naar Bureaublad > Extra > Overdr..
1. Druk op Nieuw om een nieuw synchronisatieprofiel te maken.
2. Selecteer de gegevens die u wilt synchroniseren en druk op Volgende.
3. Selecteer het verbindingstype en druk op Selecteren. Als u infrarood selecteert als verbindingstype, wordt de synchronisatie
onmiddellijk gestart.
4. Als u Bluetooth hebt geselecteerd als verbindingstype, drukt u op Zoeken om te zoeken naar het apparaat waarmee u wilt
synchroniseren. Druk op Stop om het zoeken te beëindigen.
5. Ga naar het apparaat waarmee u een synchronisatie wilt uitvoeren en druk op Selecteren. De synchronisatie wordt gestart.
Als u het synchronisatielogboek wilt weergeven, drukt u op Menu en selecteert u Bestand > Logboek synchronisatie.
Synchronisatie
Met de toepassing Synchronisatie kunt u uw agenda of contacten synchroniseren met verschillende agenda- en
adresboektoepassingen op een compatibele computer of externe internetserver. Uw instellingen (welke gegevens moeten
worden gesynchroniseerd, welke verbindingsmethode moet worden gebruikt) worden opgeslagen in een synchronisatieprofiel,
dat tijdens het synchroniseren wordt gebruikt.
Tip: U kunt de synchronisatie-instellingen ontvangen als een bericht van uw serviceprovider.
De toepassing maakt gebruik van SyncML-technologie voor synchronisatie op afstand. Als u meer informatie wilt over SyncML-
compatibiliteit, neemt u contact op met de leverancier van de toepassingen waarmee u de communicator wilt synchroniseren.
Ga naar Bureaublad > Extra > Synchronisatie.
Uw apparaat is uitgerust met een profiel voor Nokia PC Suite. Wijzig het profiel voor PC Suite uitsluitend met Nokia PC Suite.
Agenda-items, contactgegevens en e-mail synchroniseren
1. Verbind de communicator met een compatibele pc. U kunt daarvoor gebruikmaken van infrarood, Bluetooth of een
kabelverbinding. U kunt ook de bureaulader met een gegevenskabel op de pc aansluiten en het apparaat op de bureaulader
plaatsen. Zie 'Connectiviteit', p. 95.
Als u Bluetooth wilt gebruiken, moet u de Bluetooth-verbinding tussen uw communicator en Nokia PC Suite eerst
configureren door Verbindingen beheren te selecteren en Nokia Connection Manager te openen. Raadpleeg de
gebruikershandleiding bij Nokia PC Suite voor meer informatie.
2. Open Nokia PC Suite op de pc en selecteer Synchroniseren. Nokia PC Sync wordt geopend.
3. Als u de communicator op de pc hebt aangesloten met behulp van de gegevenskabel en de bureaulader, drukt u op de
synchronisatieknop op de bureaulader. Als u de communicator op de pc hebt aangesloten via Bluetooth, gebruikt u Nokia
PC Sync om de synchronisatie te starten.
Een nieuw profiel maken
1. De communicator heeft een vooraf gedefinieerd profiel voor PC Suite. Als u andere profielen wilt maken, drukt u op Menu
en selecteert u Bestand > Nieuw. Er wordt een wizard voor het maken van profielen geopend, met behulp waarvan u de
juiste instellingen kunt definiëren.
2. Definieer de volgende opties:
• Profielnaam — Voer een beschrijvende naam voor het profiel in.
• Verbindingstype — Selecteer Bluetooth of Gegevenskabel voor synchronisatie met een computer of Internet voor
synchronisatie met een server op internet.
• Toegangspunt — Als u Internet als verbindingstype hebt geselecteerd, selecteert u een internettoegangspunt.
G e g e v e n s - e n s o f t w a r e b e h e e r
Copyright © 2004-2005 Nokia. All Rights Reserved. 91










