Operation Manual

Als u de huidige status van een blokkeeroptie wilt controleren, selecteert u Telefoon > Dataoproepen blokkeren of Faxopr.
blokkeren, selecteert u de blokkeeroptie en drukt u op Control. status.
Als u het blokkeren van alle gegevens- of faxoproepen wilt annuleren, selecteert u Telefoon > Dataoproepen blokkeren of
Faxopr. blokkeren en drukt u op Alles annuleren.
Berichten
Ga naar Bureaublad > Extra > Config.scherm > Berichten.
Zie 'Instellingen voor faxberichten bewerken', p. 39.
Zie 'Instellingen multimediaberichtenaccount', p. 38.
Zie 'Instellingen voor tekstberichten', p. 36.
Bericht van netwerkdienst
Als u ontvangst- en verificatie-instellingen voor dienstberichten wilt bewerken, selecteert u Berichten > Bericht van
netwerkdienst. Selecteer Ja in het veld Ontvangst: als u alle dienstberichten in uw Inbox wilt ontvangen. Selecteer Nee om alle
dienstberichten te negeren.
Verbindingen
Ga naar Bureaublad > Extra > Config.scherm > Verbindingen.
Instellen internet
Zie 'Instellen internet', p. 77.
BluetoothZie 'Bluetooth', p. 96.
Wireless LAN
Als u de status van de wireless LAN-verbinding wilt weergeven, selecteert u Verbindingen > Wireless LAN. Op het tabblad
Status kunt u de verbindingsstatus, netwerknaam, verbindingsbeveiliging en kwaliteit van de verbinding weergeven.
Als u informatie over netwerken, wireless LAN-toegangspunten of ad-hoc netwerken wilt weergeven, selecteert u
Verbindingen > Wireless LAN en opent u het tabblad Netwerken. Selecteer het gewenste netwerkitem in het veld
Weergeven en druk op Details.
Netwerken — Selecteer deze optie om alle toegankelijke wireless LAN-netwerken en de signaalsterkte daarvan weer te
geven.
Toegangspunten — Selecteer deze optie om de wireless LAN-toegangspunten die momenteel binnen bereik en beschikbaar
zijn, alsmede het gebruikte radiofrequentiekanaal weer te geven.
Ad-hoc netwerken — Selecteer deze optie om beschikbare ad-hoc netwerken weer te geven.
Als u gedetailleerde informatie over EAP-beveiligingsmodules (Extensible Authentication Protocol) wilt weergeven, selecteert
u Verbindingen > Wireless LAN en opent u het tabblad Beveiliging. Het tabblad bevat een lijst van de geïnstalleerde EAP-modules
die in een wireless LAN worden gebruikt om poorttoegangsverzoeken tussen draadloze apparaten, wireless LAN-
toegangspunten en verificatieservers door te geven. Selecteer een module en druk op Details. Elk van deze modules kan samen
met internettoegangspunten worden gewijzigd.
Wireless LAN-instellingen opgeven
U kunt instellingen wijzigen die gemeenschappelijk zijn voor alle wireless LAN-verbindingen.
Als u algemene wireless LAN-instellingen wilt wijzigen, selecteert u Verbindingen > Wireless LAN en opent u het tabblad
Instellingen.
Definieer de volgende instellingen:
Interval scan op achtergrond — Geef op hoe vaak u het apparaat naar beschikbare netwerken wilt laten zoeken. Selecteer
Nooit om de batterij te sparen. Het wireless LAN-pictogram wordt weergegeven in het indicatorgebied als een netwerk wordt
gevonden.
WLAN-energiebeheer — Als u problemen ondervindt bij het tot stand brengen van een wireless LAN-verbinding, probeer dan
Uitgeschakeld te selecteren. Als u Uitgeschakeld selecteert, loopt het energieverbruik op wanneer gebruik wordt gemaakt
van een verbinding met een wireless LAN en is het gelijktijdig gebruik van Bluetooth-technologie en verbinding met een
wireless LAN niet mogelijk. Selecteer Ingeschakeld als u tijdens een wireless LAN-verbinding een Bluetooth-verbinding wilt
kunnen gebruiken.
Als u geavanceerde LAN-instellingen wilt wijzigen, selecteert u Verbindingen > Wireless LAN. Open het tabblad Instellingen en
druk op Geavanceerd. Druk op OK.
Definieer de volgende instellingen:
C o n f i g . s c h e r m
Copyright © 2004-2005 Nokia. All Rights Reserved. 73