Elektronische handleiding als uitgave bij "Nokia Handleidingen - Voorwaarden en bepalingen, 7 juni 1998" (“Nokia User’s Guides Terms and Conditions, 7th June, 1998”.
CONFORMITEITSVERKLARING NOKIA MOBILE PHONES Ltd verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat het product NSB-6NY conform is aan de bepalingen van de volgende Richtlijn van de Raad:1999/5/EG. Nokia is een gedeponeerd handelsmerk van Nokia Corporation, Finland. ©2000. Nokia Mobile Phones. Alle rechten voorbehouden. US Patent No 5818437 and other pending patents. T9 text input software Copyright (C) 1997-2000. Tegic Communications, Inc. All rights reserved.
Naslaggids Proficiat met de aankoop van deze telefoon! Op deze pagina’s worden enkele handige tips gegeven voor het gebruik van de telefoon. Lees de gebruikershandleiding voor uitvoerigere informatie. In deze gids worden alle toetsaanslagen weergegeven door pictogrammen, zoals en . De eerste keer bellen • Voordat u de eerste keer kunt bellen, leest u eerst het gedeelte “Aan de slag” om te leren hoe u de SIM-kaart plaatst, • de batterij installeert en laadt • en de telefoon inschakelt. 1.
Telefoonlijstfuncties Snel opslaan Toets het telefoonnummer in en druk op Opslaan. Toets de naam in en druk op OK. Snel zoeken Druk vanuit de standby-modus op , toets de eerste letter van de naam in en blader met of naar de gewenste naam. Telefoonlijst tijdens Druk tijdens een gesprek op Opties , ga naar een gesprek Namen en druk op Kies. gebruiken Menu’s openen Een menu openen Druk op Menu, ga met of naar de gewenste menufunctie en druk op Kies.
Inhoudsopgave Voor uw veiligheid .............. 9 Algemene informatie ........ 11 Labels op de telefoon .................... 11 Beveiligingscode ............................. 11 FCC-kennisgeving Industry Canada-kennisgeving ... 11 Netwerkdiensten ............................ 12 Accessoires ....................................... 12 Typografische conventies in deze handleiding ....................... 13 1.De telefoon ..................... 14 Toetsen en functies .......................
Een spraaknummer opnieuw afspelen ........................................38 Opbellen ........................................39 Bellen met de hoofdtelefoon HDC-5 .........39 Spraaknummers wijzigen .........39 Een spraaknummer wissen .......40 5.De menu’s gebruiken ..... 41 Een menufunctie activeren via de selectietoetsen ...................41 Een menufunctie activeren via het indexnummer ....................42 Overzicht van de menufuncties .43 6.Menufuncties ................. 46 Berichten (menu 1) ......
Overige instellingen voor profielen .............................. 63 Automatisch opnemen (alleen profiel Hoofdtelefoon) 63 De naam van profielen wijzigen ......................................... 63 Instellingen (menu 4) .................... 64 Alarmklok (menu 4-1) ............... 64 Klok (menu 4-2) .......................... 64 Datum en tijd automatisch (menu 4-3) ................................... 65 Oproepinstellingen (menu 4-4) ................................... 65 Automatisch herhalen (menu 4-4-1) .
Een dienst activeren .................86 7.Naslaginformatie ........... 87 Toegangscodes ................................87 Beveiligingscode (5 cijfers) ......87 PIN-code (4 tot 8 cijfers) ..........87 PIN2-code (4 tot 8 cijfers) .......88 PUK-code (8 cijfers) ...................88 PUK2-code (8 cijfers) .................88 Blokkeerwachtwoord .................89 Coderingsindicator .....................89 PC Suite .............................................89 Informatie over de batterij ..........
Voor uw veiligheid Lees deze eenvoudige richtlijnen. Het overtreden van de regels kan gevaarlijk of onwettig zijn. Meer informatie vindt u in deze handleiding. VERKEERSVEILIGHEID HEEFT VOORRANG Gebruik geen telefoon terwijl u een auto bestuurt. Parkeer eerst de auto. INTERFERENTIE Alle draadloze telefoons zijn gevoelig voor interferentie, waardoor de werking van de telefoon kan worden beïnvloed. SCHAKEL DE TELEFOON UIT IN ZIEKENHUIZEN Volg alle regels en aanwijzingen op.
DESKUNDIG ONDERHOUD Laat alleen bevoegd servicepersoneel het apparaat installeren of repareren. ACCESSOIRES EN BATTERIJEN Gebruik alleen goedgekeurde accessoires en batterijen. Sluit geen ongeschikte producten aan. AANSLUITEN OP ANDERE APPARATEN Wanneer u het apparaat op een ander apparaat aansluit, moet u de gebruikershandleiding van dat apparaat lezen voor gedetailleerde veiligheidsinstructies. Sluit geen ongeschikte producten aan.
Algemene informatie In dit hoofdstuk vindt u algemene informatie over uw nieuwe telefoon en over deze gebruikershandleiding. Labels op de telefoon De telefoon is voorzien van labels. Deze labels zijn belangrijk voor de service en aanverwante zaken. Zorg er daarom voor dat u de labels en de informatie daarop niet kwijtraakt. Beveiligingscode Bij de telefoon wordt de beveiligingscode 12345 geleverd. Wijzig deze code in het menu Instellingen (menu 4-6-6-1) om onbevoegd gebruik van de telefoon te voorkomen.
Netwerkdiensten De draadloze telefoon die in deze handleiding wordt beschreven, is goedgekeurd voor gebruik in de netwerken EGSM900 en SM1900. Sommige functies die in deze handleiding worden beschreven zijn netwerkdiensten. Dit zijn speciale diensten die worden aangeboden door exploitanten van draadloze netwerken. U kunt pas van deze diensten gebruik maken wanneer u zich via de exploitant van uw thuisnet abonneert op de gewenste dienst(en) en de gebruiksinstructies hebt ontvangen.
Typografische conventies in deze handleiding De tekst die in het telefoonscherm verschijnt, wordt in deze handleiding blauw weergegeven, bijvoorbeeld Belt. De tekst bij de selectietoetsen en wordt vetgedrukt weergegeven, bijvoorbeeld Menu. In de tekst worden alleen de selectietoetsteksten zonder de toetssymbolen weergegeven. ©2000 Nokia Mobile Phones. All rights reserved.
1. De telefoon In dit hoofdstuk worden de toetsen en de schermindicatoren in de standby-modus van de telefoon beschreven. Uitvoerigere informatie vindt u elders in deze gebruikershandleiding. 1. Aan/uit-toets. Met de toets bovenop de telefoon schakelt u de telefoon in en uit. Door kort op de toets te drukken, wordt de schermverlichting van de telefoon ongeveer 15 seconden lang ingeschakeld. Met de toets kunt u de profielen wijzigen die in de telefoon worden gebruikt. 2. Knop voor openen achterklep.
Toetsen en functies Met tot en met kunt u cijfers en letters intoetsen. Door ingedrukt te houden, belt u uw voicemail. en worden voor verschillende doeleinden gebruikt in verschillende functies. Met de selectietoetsen voert u de functie uit die boven de betreffende toets wordt weergegeven. Wanneer de tekst Menu boven wordt weergegeven, opent u met deze toets de menufuncties. Door op onder de tekst Namen te drukken, krijgt u toegang tot de telefoonlijstfuncties.
Schermindicatoren in de standby-modus De indicatoren die hieronder worden beschreven, zijn zichtbaar wanneer de telefoon klaar is voor gebruik en nog geen tekens zijn ingevoerd door de gebruiker. De naam van het huidige cellulaire netwerk wordt in het scherm weergegeven. en balk Toont de sterkte van het radiosignaal van het cellulaire netwerk dat op dit moment wordt gebruikt. Hoe hoger de balk, des te sterker het signaal. en balk Geeft aan hoeveel capaciteit de batterij nog heeft.
2. Aan de slag De SIM-kaart en de batterij plaatsen • Houd alle kleine SIM-kaarten buiten bereik van kleine kinderen. • De SIM-kaart en de contactpunten kunnen gemakkelijk door krassen of buigen worden beschadigd. Wees daarom voorzichtig wanneer u de kaart vastpakt, plaatst of verwijdert. • Voordat u de SIM-kaart plaatst, moet u de telefoon altijd uitschakelen en de batterij verwijderen. 1. Houd de telefoon vast met de achterzijde naar u toe en druk op de knop voor het openen van de achterklep.
4. Plaats de batterij terug. 5. Schuif de achterklep terug op zijn plaats. De batterij opladen 1. Sluit de stekker van de oplader voorzichtig aan op de aansluiting (1.) aan de onderzijde van de telefoon. Opmerking: Aansluiting (2.) is de aansluiting voor de hoofdtelefoon. Sluit de hoofdtelefoon niet aan op de aansluiting voor de oplader. Hierdoor kunt u de aansluiting voor de oplader beschadigen. 2. Sluit de oplader aan op een gewone wandcontactdoos. De indicatiebalk voor de batterij begint te schuiven.
3. De batterij is volledig opgeladen wanneer de indicator niet meer beweegt. Als de telefoon is ingeschakeld, wordt bovendien kort de tekst Batterij opgeladen weergegeven. 4. Haal de stekker van de oplader uit de wandcontactdoos en telefoon. Als de tekst Laadt niet op wordt weergegeven, is het laden afgebroken. Wacht enkele seconden, maak de stekkers van de oplader los, sluit deze opnieuw aan en probeer het nogmaals. Als het opladen nu nog niet lukt, neemt u contact op met uw dealer.
De antenne gebruiken De telefoon is uitgerust met een interne en een uitschuifbare antenne. Let bij het gebruik van de uitschuifbare antenne op het volgende: •schuif de antenne volledig uit. •schuif de antenne in als u de telefoon niet gebruikt. Opmerking: De positie van de antenne heeft geen invloed op de werking van de telefoon. Opmerking: Zoals voor alle radiozendapparatuur geldt, dient onnodig contact met de antenne te worden vermeden als de telefoon is ingeschakeld.
De schuifklep gebruiken De schuifklep beschermt de cijfertoetsen van de telefoon en kan worden gebruikt om een gesprek te beantwoorden of te beëindigen. Wanneer de schuifklep is gesloten, kunt u functie Menu en de telefoonlijst gebruiken en gesprekken voeren, maar kunt u geen cijfers of letters intoetsen. U opent de klep door deze omlaag te schuiven. U sluit de klep door de klep omhoog te schuiven totdat deze vastklikt.
3. Belfuncties Bellen en gebeld worden Bellen 1. Toets het netnummer en abonneenummer in. Als u een nummer in het scherm wilt wijzigen, drukt u op of om de cursor te verplaatsen. Druk op Wis om het teken links van de cursor te verwijderen. 2. Druk op om het nummer te kiezen. 3. Druk op om het gesprek te beëindigen of het kiezen te onderbreken. U kunt het gesprek ook beëindigen door de schuifklep te sluiten. Internationaal bellen 1.
Laatste nummer herhalen De laatste tien telefoonnummers die u hebt gebeld of geprobeerd te bellen, zijn in het geheugen van de telefoon opgeslagen. Ga als volgt te werk om een van de laatstgekozen nummers te herhalen: 1. Druk in de standby-modus eenmaal op laatstgekozen nummers weer te geven. 2. Ga met naam. of om de lijst met naar het gewenste nummer of de gewenste Voicemail bellen 1. Houd ingedrukt in de standby-modus. 2.
Een telefoonnummer toewijzen aan een snelkeuzetoets De eerste negen namen en telefoonnummers in de telefoonlijst worden automatisch opgeslagen als snelkeuzenummer en kunnen worden gekozen via de cijfertoetsen . Als u een ander nummer aan een snelkeuzetoets wilt toewijzen, voert u de volgende stappen uit: 1. Druk op Namen en selecteer Snelkeuze. Als geen telefoonnummer aan een toets is toegewezen, drukt u op Wijs toe.
Opmerking: Als in de telefoonlijst meer dan één naam wordt aangetroffen met dezelfde laatste zeven cijfers als het telefoonnummer van de beller, wordt uitsluitend het telefoonnummer van de beller weergegeven als dit beschikbaar is. Wachtfunctie Als u de functie Wachtfunctie-opties (menu 4-4-4) hebt ingeschakeld, kunt u met deze netwerkfunctie een inkomend gesprek beantwoorden terwijl u aan het bellen bent. 1.
Microfoon uit om de microfoon van de telefoon uit te schakelen Doorverbindn om een actief gesprek en een gesprek in de wachtstand met elkaar te verbinden en zelf de verbinding te verbreken. Conferentiegesprekken Met deze functie kunnen maximaal zes personen deelnemen aan een teleconferentie (netwerkdienst). 1. Druk tijdens een gesprek op Opties, ga naar Nieuwe opr. en druk op Kies. 2. Toets het telefoonnummer in of selecteer het nummer in de telefoonlijst en druk op Bel om het nummer te kiezen.
Toetsenbordvergrendeling De toetsenbordvergrendeling voorkomt dat u per ongeluk toetsen indrukt, bijvoorbeeld wanneer de telefoon zich in uw zak of handtas bevindt. Wanneer het toetsenbord vergrendeld is, verschijnt scherm. bovenin het Het toetsenbord vergrendelen/vrijgeven via de schuifklep: • Als u het toetsenbord wilt vergrendelen, sluit u de schuifklep en drukt u op (Blokkeer). Zie afbeelding. • Als u het toetsenbord wilt vrijgeven, opent u de schuifklep.
Opmerking: Wanneer de functie Toetsenbordvergrendeling is ingeschakeld, kunt u nog wel het alarmnummer kiezen dat is geprogrammeerd in het geheugen van uw telefoon (bijvoorbeeld 112, 911 of een ander officieel alarmnummer). Toets het alarmnummer in en druk op . Het nummer wordt alleen weergegeven als alle cijfers zijn ingetoetst. 28 ©2000 Nokia Mobile Phones. All rights reserved.
4. Telefoonlijst (Namen) U kunt telefoonnummers en de bijbehorende namen opslaan in het geheugen van de telefoon (interne telefoonlijst) of van de SIM-kaart (SIM-telefoonlijst). In de interne telefoonlijst kunnen 250 namen (elk van maximaal 20 tekens) en telefoonnummers (elk van maximaal 30 cijfers) worden opgeslagen. De telefoon ondersteunt SIM-kaarten waarop maximaal 250 namen en telefoonnummers kunnen worden opgeslagen.
Een telefoonnummer met een naam opslaan (Nieuwe invoer) U kunt namen en telefoonnummers opslaan in de interne telefoonlijst of de SIM-telefoonlijst. 1. Druk in de standby-modus op Namen. 2. Ga naar Nieuwe invoer en druk op Kies. 3. Toets de naam in en druk op OK. Gebruik de toetsen met letters ( ) om de naam in te toetsen. Druk eenmaal op de toets voor de eerste op de toets afgebeelde letter, druk tweemaal voor de tweede letter, druk driemaal voor de derde letter, enzovoort.
TIP: Als u het plusteken (+) voor het internationale prefix intoetst (druk tweemaal op ) vóór de landcode, kunt u hetzelfde telefoonnummer gebruiken wanneer u vanuit het buitenland belt. TIP: SNEL OPSLAAN: toets het telefoonnummer in vanuit de standby-modus en druk op Opslaan. Toets de naam in en druk op OK. Naam en telefoonnummer opvragen 1. Druk in de standby-modus op Namen. 2. Ga naar Zoeken en druk op Kies. 3. Toets de eerste letter(s) in van de naam waarnaar u zoekt. 4.
• Geef aan of u de oorspronkelijke naam en bijbehorend telefoonnummer wilt behouden of wissen en druk op Kies. • Ga naar de gewenste naam en/of het gewenste telefoonnummer. Druk op Kopieer om het kopiëren te starten of druk op Terug om de bewerking te annuleren. Als u Alles kopiëren kiest: • Geef aan of u de oorspronkelijke namen en telefoonnummers wilt behouden of wissen en druk op Kies. • Druk op OK om het kopiëren te starten of druk op Terug om de bewerking te annuleren.
Alles wissen 1. Druk in de standby-modus op Namen. 2. Ga naar Wissen en druk op Kies. 3. Ga naar Alles wissen en druk op Kies. 4. Selecteer het gewenste geheugen, Telefoon of SIM-kaart. Druk op Kies. 5. Druk bij de vraag Weet u het zeker? op OK. 6. Toets de beveiligingscode in en druk op OK. Zie ‘Naslaginformatie’ – ‘Toegangscodes’ voor meer informatie over de beveiligingscode. Bellergroepen U kunt de namen en telefoonnummers in de telefoonlijst indelen in bellergroepen, bijvoorbeeld Familie en Collega’s.
5. Ga naar de gewenste bellergroep, bijvoorbeeld Familie, en druk op Kies. De beltoon en een logo instellen voor een bellergroep 1. Druk in de standby-modus op Namen. 2. Ga naar Bellergroepen en druk op Kies. 3. Ga naar de gewenste bellergroep en druk op Kies. 4. Ga naar een van de volgende opties en druk op Kies. • Groepsnaam wijzigen :Toets de naam in en druk op OK. • Beltoon voor groep: Ga naar de gewenste beltoon en druk op OK. Standaard is de toon die geselecteerd is voor het actieve profiel.
Weergave instellen voor opgeslagen namen en telefoonnummers De opgeslagen telefoonnummers en namen kunnen op drie verschillende manieren worden weergegeven via Type weergave kiezen. • Namenlijst toont drie namen tegelijkertijd. • Naam & Nr. toont één naam en telefoonnummer tegelijkertijd. • Grote letters toont één naam tegelijkertijd. Het type weergave instellen 1. Druk in de standby-modus op Namen. 2. Ga naar Opties en druk op Kies. 3. Ga naar Type weergave kiezen en druk op Kies. 4.
Kopiëren en afdrukken via IR Een naam en telefoonnummer naar de telefoon kopiëren Via de infraroodpoort (IR-poort) van de telefoon kunt u namen en telefoonnummers kopiëren van een compatibele telefoon. 1. Druk op Menu, ga naar Infrarood (menu 9) en druk op Kies. De telefoon is nu gereed om gegevens te ontvangen via de IR-poort. De gebruiker van de andere telefoon kan de naam en het telefoonnummer verzenden via Infrarood. 2.
Functie voor spraaknummers Met de functie voor spraaknummers kunt u een nummer kiezen door een spraaknummer in te spreken dat aan een naam en telefoonnummer is toegevoegd. Elk gesproken woord, bijvoorbeeld een naam, kan fungeren als spraaknummer. Neem het volgende in overweging voordat u de functie voor spraaknummers gebruikt: • Spraaknummers zijn niet taalgebonden. Ze zijn afhankelijk van de stem van de spreker. • Spraaknummers zijn gevoelig voor achtergrondgeluiden.
• U kunt ook spraaknummers toevoegen aan namen en nummers op de SIM-kaart. Deze spraaknummers kunnen echter gewist worden wanneer u de SIM-kaart in een andere telefoon plaatst of wanneer u een andere SIM-kaart in de telefoon gebruikt. 1. Druk in de standby-modus op Namen om de telefoonlijst te openen en kies Zoeken. 2. Ga naar de naam en het telefoonnummer waaraan u een spraaknummer wilt toevoegen en druk op (Details en)Opties. 3. Ga naar SprkNr. toev. en druk op Kies.
Opbellen 1. Houd Namen ingedrukt in de standby-modus om de functie voor spraaknummers te activeren. Er klinkt een waarschuwingstoon en de tekst Nu spreken a.u.b. wordt weergegeven. 2. Spreek het spraaknummer duidelijk in. Als het spraaknummer niet wordt gevonden of herkend, kunt u gevraagd worden het nogmaals te proberen. Druk op Ja om de functie voor spraaknummers opnieuw te activeren of druk op Uit om terug te keren naar de standby-modus. 3.
5. Druk op Starten. Er klinkt een waarschuwingstoon en de tekst Nu spreken a.u.b. wordt weergegeven. 6. Spreek het woord of de woorden in die u als nieuw spraaknummer wilt opnemen. Het nieuwe spraaknummer wordt nogmaals afgespeeld en de telefoon bevestigt dat het spraaknummer is opgeslagen. Een spraaknummer wissen 1. Druk in de standby-modus op Namen. 2. Ga naar Spraaknummer en druk op Kies. 3. Ga naar de naam die (of het telefoonnummer dat) u wilt wissen en druk op Opties. 4. Ga naar Wissen en druk op OK.
5. De menu’s gebruiken De telefoon heeft verschillende functies waarmee u zelf kunt bepalen hoe u de telefoon gebruikt. Deze functies zijn gerangschikt in menu’s en submenu’s. Bij de meeste functies is een korte helptekst beschikbaar. Als u de helptekst wilt weergeven, gaat u naar de gewenste menufunctie en wacht u 15 seconden. U kunt de menu’s en submenu’s openen met de selectietoetsen of met behulp van indexnummers. Een menufunctie activeren via de selectietoetsen 1.
Een menufunctie activeren via het indexnummer Alle menu’s, submenu’s en instellingen zijn genummerd en kunnen via hun indexnummer worden geactiveerd. Het indexnummer verschijnt rechtsboven in het scherm. Raadpleeg het overzicht van de menufuncties voor de indexnummers van de menu’s. 1. Druk in de standby-modus op Menu. 2. Toets binnen drie seconden het eerste cijfer van het indexnummer in. Herhaal dit voor elk cijfer van het indexnummer.
Overzicht van de menufuncties 1. Berichten 1. Inbox 2. Outbox 3. Berichten intoetsen 4. Afbeeldingen 5. Berichtenopties 1. Set 11 1. Nummer van berichtencentrale 2. Berichten verzenden als 3. Geldigheid van berichten 4. Naam van deze set wijzigen 2. Algemeen2 1. Afleverrapporten 2. Antwoord via zelfde centrale 6. Infodienst 7. Netwerkopdrachteneditor 8. Fax- of data-oproep3 1. Fax en data 2. Met spraak 3. Fax-mailbox 4. Data-mailbox 9. Spraakberichten 1. Voicemailberichten opvragen 2.
2. Soort beltoon 3. Beltoonvolume 4. Trilalarm 5. Type beltoon voor berichten 6. Toetsenbordvolume 7. Alarm- en spelgeluiden 2. Stil 1. Activeren 2. Aanpassen (zelfde submenu’s als Normaal) 3. Naam wijzigen 3. Vergadering (zelfde submenu’s als Stil) 4. Buiten (zelfde submenu’s als Stil) 5. Semafoon (zelfde submenu’s als Stil) 6. Hoofdtelefoon 1 • Aanpassen (zelfde submenu’s als Normaal, plus Automatisch opnemen) 4. Instellingen 1. Alarmklok 2. Klok 3. Datum en tijd automatisch 4. Oproepinstellingen 1.
5. Doorschakelen1 1. Alle spraakoproepen stil doorschakelen. 2. Doorschakelen indien in gesprek 3. Doorschakelen indien niet opgenomen 4. Doorschakelen indien uit of buiten bereik 5. Bij uit, in gesprek of buiten bereik 6. Alle fax-oproepen doorschakelen 7. Alle data-oproepen doorschakelen 8. Alle doorschakelingen annuleren 6. Spelletjes 1. Pairs 2. Snake 3. Logic 4. Rotation 8. Kalender 9. Infrarood 10.SIMdiensten2 11.Diensten3 1. Persoonlijke bookmarks • Naam dienst*) • Nieuwe dienst toevoegen 2.
6. Menufuncties Berichten (menu 1) Een bericht lezen (Inbox, menu 1-1) Waneer u een tekstbericht ontvangt, verschijnt en het aantal nieuwe berichten gevolgd door berichten ontvangen en hoort u een korte toon. • Druk op Lees om de lijst met berichten direct weer te geven of op Uit om de lijst later te bekijken. De lijst met berichten later weergeven 1. Open het menu Berichten, ga naar Inbox en druk op Kies. 2. Ga naar het gewenste bericht en druk op Lees om het bericht te lezen.
• Details om de details van het bericht weer te geven: de naam of het telefoonnummer van de zender, het gebruikte berichtencentrum, de datum en tijd van ontvangst en de beschikbaarheid van antwoordregels. Opmerking: is gelezen. vóór de koptekst betekent dat het bericht nog niet vóór de koptekst geeft een afleverrapport aan. Wanneer knippert, is er geen ruimte meer voor nieuwe berichten. U moet een aantal bestaande berichten wissen.
TIP: voor een eenvoudiger beheer van tekstberichten kunt u de toepassing PC Suite gebruiken. Zie het hoofdstuk ‘Naslaginformatie’ - 'PC Suite' voor meer informatie. Een tekstbericht intoetsen en verzenden In het menu Berichten intoetsen kunt u tekstberichten van maximaal 160 tekens intoetsen en bewerken.
4. Selecteer Zenden en druk op OK om het bericht te verzenden. 5. Toets het telefoonnummer van de ontvanger in of haal het nummer op uit de telefoonlijst door op Zoek te drukken. Zoek het gewenste nummer op en druk op OK. 6. Druk op OK om het bericht te verzenden. Tekstinvoer met woordenlijst Via tekstinvoer met woordenlijst kunt u tekens intoetsen met één enkele druk op een toets. Deze methode is gebaseerd op een ingebouwde woordenlijst waaraan u nieuwe woorden kunt toevoegen.
Let niet te veel op de manier waarop het woord op het scherm wordt weergegeven voordat u het hebt voltooid. • Als u een teken wilt wissen, drukt u op Wis. • Als u de lettergrootte wilt wijzigen, drukt u op • Houd . ingedrukt om te schakelen tussen cijfers en letters. • Druk op Opties om een woord in te voegen. Ga naar Wrd invoegen. Toets het woord in en druk op OK. • Als u één cijfer wilt invoegen in de tekenmodus, houdt u de betreffende cijfertoets ingedrukt.
Het gewenste woord aan de lijst met suggesties toevoegen 1. Als u in de modus voor tekstinvoer met woordenlijst geen suggesties vindt, kunt u een nieuw woord aan de woordenlijst toevoegen. Druk op Spellen en toets het gewenste woord in via de methode voor tekstinvoer met woordenlijst. 2. Druk op OK om het woord op te slaan. Opmerking: Als de woordenlijst te vol is, vervangt het nieuwe woord het oudste woord dat u in de woordenlijst hebt ingevoerd. Samengestelde woorden intoetsen 1.
Het bericht later bekijken in dit menu: • Druk eerst op Uit en vervolgens op OK om het bericht op te slaan. Opmerking: Als er geen ruimte is om een nieuw bericht op te slaan, moet u een oud bericht selecteren en dit vervangen door het nieuwe bericht. Een afbeeldingsbericht verzenden 1. Selecteer in het menu Afbeeldingen een van de standaardafbeeldingen en druk op Bekijken. 2. Als de weergegeven afbeelding de gewenste afbeelding is, drukt u op Opties, gaat u naar Tekst bewerk. en drukt u op Kiezen.
Elk set heeft een eigen submenu: • Nummer van berichtencentrale In dit menu kunt u het telefoonnummer opslaan voor de berichtencentrale die vereist is voor het verzenden van tekstberichten. Toets het telefoonnummer in of wijzig het nummer en druk op OK. • Berichten verzonden als U kunt de netwerkexploitant vragen uw Tekst-berichten om te zetten in de formaten Fax , Semafoonopr. of E-mail (netwerkdienst).
U kunt het netwerk verzoeken om het antwoord op uw tekstbericht via uw eigen berichtencentrale te verzenden (netwerkdienst). Infodienst (menu 1-6) Via deze netwerkdienst kunt u van uw netwerkexploitant berichten ontvangen over een scala aan onderwerpen (bijvoorbeeld het weer of het verkeer). Vraag uw netwerkexploitant welke items beschikbaar zijn en wat de nummers daarvan zijn. Als u Aan selecteert, ontvangt u berichten over de actieve onderwerpen.
3. Toets het gewenste telefoonnummer in of selecteer het nummer en druk op OK. 4. Als u in stap 1 Met spraak hebt geselecteerd en tijdens een gesprek wilt schakelen tussen de spraak- en data-/fax-modus, drukt u op Opties en selecteert u Spraakmodus of Data-modus (of Fax-modus). Druk op OK. 5. Als de transmissie is voltooid, beëindigt u de oproep door op te drukken.
Voice mailboxnummer (menu 1-9-2) In het menu Voice mailboxnummer kunt u het telefoonnummer van uw voicemail-postbus opslaan. Toets het nummer in en druk op OK. Dit nummer blijft ongewijzigd totdat u het vervangt. U krijgt dit nummer van uw netwerkexploitant. 56 ©2000 Nokia Mobile Phones. All rights reserved.
Oproep-info (menu 2) De telefoon registreert uitsluitend gemiste en ontvangen oproepen als uw netwerk de functie Calling Line Identification ondersteunt en de telefoon is ingeschakeld en zich binnen het gebied van de netwerkdienst bevindt. Gemiste oproepen (menu 2-1) Met deze functie kunt u een lijst bekijken van de laatste tien telefoonnummers vanwaar iemand u zonder succes heeft geprobeerd te bellen (netwerkdienst).
Laatste oproepen wissen (menu 2-4) Met deze functie kunt u alle telefoonnummers in menu 2-1 tot en met 2-3 verwijderen. Deze telefoonnummers worden ook gewist in de volgende gevallen: • Wanneer u de telefoon inschakelt met daarin een SIM-kaart die niet een van de vijf meest recent in de telefoon gebruikte SIMkaarten is. • Wanneer u de instelling van het beveiligingsniveau in menu 46-2 wijzigt.
Gesprekskosteninstellingen (menu 2-7) Oproepkostenlimiet (menu 2-7-1) Met deze netwerkdienst kunt u de kosten van uw gesprekken beperken tot een geselecteerd aantal kosteneenheden of valutaeenheden. Als u Aan hebt geselecteerd, wordt het aantal resterende eenheden weergegeven in de standby-modus. U kunt bellen en oproepen op uw kosten ontvangen zolang de opgegeven kostenlimiet niet wordt overschreden. Afhankelijk van uw SIM-kaart is voor het instellen van de kostenlimiet de PIN2-code nodig.
Profielen (menu 3) Dit menu biedt een handige manier om uw telefoon aan te passen aan verschillende gebeurtenissen en omgevingen. Als u het actieve profiel wilt wijzigen, drukt u kort op de toets . Ga naar het gewenste profiel en druk op OK. U kunt nu een ander profiel kiezen maar dit niet aanpassen. TIP: Snel stil Als u snel het profiel Stil wilt activeren, drukt u op en . Als u het profiel Normaal wilt activeren, drukt u op en . Profielen aanpassen 1.
Opmerking: Wanneer de telefoon is aangesloten op de hoofdtelefoon HDC-5, is de functie Activeren niet beschikbaar. 4. Ga naar de gewenste instelling, bijvoorbeeld Soort beltoon, en druk op Kies. 5. Ga naar de gewenste optie in de lijst met beltonen en druk op OK. ©2000 Nokia Mobile Phones. All rights reserved.
Tooninstellingen voor profielen Oproepsignaal Deze instelling bepaalt hoe de telefoon u waarschuwt bij een inkomende oproep. De volgende opties zijn beschikbaar: Bellen, Oplopend, 1 x bellen, 1 x piepen, Bellergroepen en Uit. Bellergroepen De telefoon gaat alleen over wanneer u oproepen ontvangt van telefoonnummers die tot een geselecteerde bellergroep behoren. (Er wordt ook een logo weergegeven als dat aan de groep is toegekend.
Alarm- en spelgeluiden Hiermee stelt u een waarschuwingstoon in. Deze klinkt bijvoorbeeld wanneer de batterij leegraakt of wanneer u een van de spelletjes op de telefoon speelt. Deze instelling heeft geen invloed op de tonen die verbonden zijn aan netwerkdiensten. Overige instellingen voor profielen Automatisch opnemen (alleen profiel Hoofdtelefoon) Hiermee stelt u de telefoon in om een inkomende spraakoproep te beantwoorden na één keer overgaan. Ga naar Aan of Uit en druk op OK.
Instellingen (menu 4) Alarmklok (menu 4-1) In dit menu kunt u de telefoon zodanig instellen dat op een bepaald tijdstip een alarmsignaal klinkt. Als het alarmsignaal is ingesteld, selecteert u Aan om de tijd te wijzigen of Uit om de alarmklok uit te schakelen. De alarmklok werkt ook als de telefoon is uitgeschakeld. De alarmklok gebruikt de tijdsnotatie die is ingesteld voor de klok, de 12-uurs- of 24-uursnotatie. Zie menu 4-2.
Opmerking: Als de batterij uit de telefoon werd verwijderd, moet u de tijd wellicht opnieuw instellen. Datum en tijd automatisch (menu 4-3) Deze netwerkdienst zorgt ervoor dat de klok in de telefoon in overeenstemming is met de actieve tijdzone. De volgende opties zijn beschikbaar: • Aan om de datum en tijd automatisch bij te werken • Eerst bevest.
• Toegangsnummer, kaartnummer (+PIN indien nodig) en daarna telefoonnummer. • Prefix (elk nummer dat aan het telefoonnummer vooraf moet gaan), telefoonnummer en daarna kaartnummer (+PIN indien nodig). Opmerking: De volgorde van de volgende stappen is afhankelijk van de kiesvolgorde die voor uw kaart wordt gebruikt. 5. Toets het toegangsnummer of het prefix (elk nummer dat aan het telefoonnummer vooraf moet gaan) in en druk op OK. 6. Toets het kaartnummer en/of de PIN-code in en druk op OK.
Closed user group (menu 4-4-3) Deze netwerkdienst geeft de groep personen aan die u kunt bellen en door wie u gebeld kunt worden. Standaard stelt de telefoon in op een gebruikersgroep die door de SIM-kaarthouder is overeengekomen met de netwerkexploitant. Opmerking: Wanneer gesprekken zijn beperkt tot gesloten groepen gebruikers, kunnen in sommige netwerken nog wel bepaalde alarmnummers gekozen worden (bijvoorbeeld 911, 112 of een ander officieel alarmnummer).
Gebruiksopties (menu 4-5) Taalkeuze (menu 4-5-1) In dit menu kunt u de taal selecteren waarin de schermteksten worden weergegeven. Als de instelling Automatisch is geselecteerd, wordt de gebruikte taal gekozen op basis van de huidige SIM-kaart. Als de taal op de SIM-kaart niet in de telefoon wordt aangetroffen, wordt Engels gebruikt. Deze instelling heeft ook invloed op de datum- en tijdnotatie in Alarmklok (menu 4-1), Klok (menu 4-2) en Kalender (menu 8).
netwerk selecteren. De handmatige modus blijft actief totdat u de automatische modus selecteert of een andere SIM-kaart in de telefoon plaatst. Lengte DTMF-tonen (menu 4-5-5) De telefoon kan verschillende geluiden, zogenaamde DTMF-tonen, genereren wanneer de toetsen worden ingedrukt. DTMF-tonen kunnen worden gebruikt voor een groot aantal geautomatiseerde diensten, zoals voicemail, telefoonkaarten, opvragen van vertrek- en aankomsttijden van luchtverkeer en het opvragen van banksaldi.
Terug naar fabrieksinstellingen (menu 4-5-7) U kunt de oorspronkelijke waarden van een aantal menuinstellingen herstellen. Hiervoor hebt u de beveiligingscode nodig. Beveiligingsinstellingen (menu 4-6) Uw telefoon is voorzien van een veelzijdig beveiligingssysteem waarmee u onbevoegd gebruik van de telefoon of de SIM-kaart kunt voorkomen. Zie ook ‘Naslaginformatie’ – ‘Toegangscodes’.
• Uitgaande oproepen er kan niet gebeld worden. • Internationale oproepen er kan niet gebeld worden naar het buitenland. • Internationaal behalve naar eigen land er kan alleen binnen en naar uw eigen land gebeld worden. • Inkomende oproepen er kunnen geen oproepen ontvangen worden. • Inkomende oproepen in buitenland er kunnen geen oproepen buiten uw land ontvangen worden.
Toegangscodes wijzigen (menu 4-6-5) Via dit menu kunt u de toegangscodes wijzigen: de beveiligingscode, de PIN-code, de PIN2-code en het blokkeerwachtwoord. Deze codes kunnen uitsluitend de cijfers 0 tot en met 9 bevatten. U wordt gevraagd de actieve code en de nieuwe code in te toetsen. U moet de nieuwe code vervolgens bevestigen door deze opnieuw in te toetsen.
Doorschak. (menu 5) Deze netwerkdienst wordt gebruikt om inkomende oproepen door te schakelen naar uw voicemail (alleen spraak) of naar een ander nummer. 1. Open het menu Doorschak.
U kunt verschillende opties tegelijkertijd inschakelen. Als alle oproepen worden doorgeschakeld, wordt in de standby-modus. weergegeven Voor elke telefoonlijn kunnen andere doorschakelopties worden ingesteld. TIP: Als Doorschakelen indien in gesprek is ingeschakeld, wordt een inkomend gesprek ook doorgeschakeld door het gesprek te weigeren. 74 ©2000 Nokia Mobile Phones. All rights reserved.
Spelletjes (menu 6) De telefoon biedt vier spelletjes: Pairs, Snake, Logic en Rotation. Opmerking: De telefoon moet zijn ingeschakeld om deze functie te kunnen gebruiken. Schakel de telefoon niet in wanneer het gebruik van draadloze telefoons is verboden of wanneer het gebruik ervan interferentie of gevaar kan veroorzaken. Kies het gewenste spelletje en selecteer vervolgens Instructies voor richtlijnen om het spelletjes te spelen. Opties voor spelletjes • Nieuw spel hiermee start u een nieuwe spelsessie.
Calculator (menu 7) Met de calculator in de telefoon kunt u optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen en valuta omrekenen. De nauwkeurigheid van deze calculator is beperkt en er kunnen afrondingsfouten optreden, met name in lange delingen. Opmerking: De telefoon moet zijn ingeschakeld om deze functie te kunnen gebruiken. Schakel de telefoon niet in wanneer het gebruik van draadloze telefoons is verboden of wanneer het gebruik ervan interferentie of gevaar kan veroorzaken. Werken met de calculator 1.
2. Ga naar een van de weergegeven opties en druk op OK. Toets de wisselkoers in (druk op voor een decimaalteken) en druk op OK. 3. Toets het bedrag dat u wilt omrekenen in, druk op Opties en ga naar Naar eigen of Naar vreemde. Druk op OK. ©2000 Nokia Mobile Phones. All rights reserved.
Kalender (menu 8) In de kalender kunt u herinneringen, telefoontjes die u moet plegen, vergaderingen en verjaardagen noteren. De telefoon laat een waarschuwingstoon horen op de ingestelde datum voor een verjaardag, herinnering of te voeren gesprek. Opmerking: De telefoon moet zijn ingeschakeld om deze functie te kunnen gebruiken. Schakel de telefoon niet in wanneer het gebruik van draadloze telefoons is verboden of wanneer het gebruik ervan interferentie of gevaar kan veroorzaken. 1.
• Oproep, aangegeven met . Toets het gewenste telefoonnummer in of haal dit op uit de telefoonlijst, toets de gewenste datum in en druk op OK. Herhaal deze stap voor de tijd waarop het telefoongesprek moet plaatsvinden. . Toets een notitie en de • Vergadering, aangegeven met datum van de vergadering in en druk op OK. Herhaal deze stap voor de tijd waarop de vergadering moet plaatsvinden. . Toets de gewenste naam en • Verjaardag, aangegeven met de geboortedatum (inclusief het geboortejaar) in en druk op OK.
Infrarood (menu 9) In dit menu kunt u de telefoon instellen op de ontvangst van gegevens via de infraroodpoort (IR-poort). Voor het gebruik van een IR-verbinding moet het apparaat waarmee u een verbinding tot stand wilt brengen, compatibel zijn met IrDa. De telefoon is een laserproduct uit klasse 1. De apparaten instellen op infraroodverbinding • De aanbevolen afstand tussen twee apparaten in een infraroodverbinding is maximaal 60 cm. • Er mogen geen hindernissen tussen de twee apparaten aanwezig zijn.
Raadpleeg de documentatie bij de toepassing en lees het volgende gedeelte in deze gebruikershandleiding. U kunt: • Een logo zenden via IR. Zie ‘Bellergroepen’. • Namen en nummers uit de telefoonlijst kopiëren en afdrukken. Zie ‘Kopiëren en afdrukken via IR’. • Een tekstbericht afdrukken op een compatibele printer. Zie ‘Een bericht lezen (Inbox, menu 1-1)’. • Een kalendernotitie verzenden via IR. Zie ‘Kalender (menu 8)’. • Een kalendernotitie afdrukken op een compatibele printer. Zie ‘Kalender (menu 8)’.
SIM-diensten (menu 10) Naast de functies die in de telefoon beschikbaar zijn, biedt uw SIMkaart mogelijk nog een aantal diensten die u kunt activeren via menu 10, SIM-diensten. Menu 10 wordt uitsluitend weergeven als dit door uw SIM-kaart wordt ondersteund. De naam en inhoud van dit menu is geheel afhankelijk van de beschikbare diensten.
Diensten (menu 11) Nokia Smart Messaging maakt het gebruik mogelijk van een scala aan netwerkdiensten die worden aangeboden door operators of netwerkexploitanten. Bepaalde diensten kunnen via het Internet beschikbaar zijn. Hoewel uw telefoon geen volledige ondersteuning biedt voor bladeren op het World Wide Web, kunt u bepaalde Internetdiensten wel rechtstreeks via de telefoon benaderen, zoals het nieuws, weerberichten, verkeersberichten, vluchtinformatie en woordenboeken.
Operatordiensten gebruiken De volgende instructies bieden basisrichtlijnen voor het gebruik van Smart Messaging-diensten. Toegangsnummers opslaan U moet eerst de toegangsnummers van de dienst opslaan in het telefoongeheugen voordat u Smart Messaging-diensten kunt gebruiken. Wanneer u een bericht ontvangt, wordt gecontroleerd of dit afkomstig is van de bevoegde bron die in dit menu is opgegeven. U krijgt de benodigde toegangsnummers voor operatordiensten van de netwerkexploitant.
Een dienstbericht opslaan als persoonlijke bookmark 1. Nadat u de lijst met beschikbare diensten hebt ontvangen, selecteert u de gewenste dienst door deze te markeren en op OK te drukken. 2. Ga naar het einde van het bericht. Dienstbericht opslaan? wordt weergegeven. 3. Druk op OK om het bericht op te slaan. Als onvoldoende geheugen beschikbaar is om een nieuwe dienst op te slaan, verschijnt de tekst Verwijder eerst een oude en wordt de lijst met huidige bookmarks weergegeven. 4.
het menu Nieuwe dienst toevoegen. Neem contact op met de netwerkexploitant voor de beschikbare diensten en voor meer informatie. Een dienstadres opslaan Geef de volgende informatie op in het menu Nieuwe dienst toevoegen: naam: (toets de naam van de dienst in), Toegangsnr. 1: (toets het nummer van de server in) en Toegangsnr. 2: (toets het nummer van de dienst in). Deze informatie krijgt u van de netwerkexploitant. U kunt ook een dienstadres toegezonden krijgen van het netwerk.
7. Naslaginformatie Toegangscodes U kunt de hier beschreven toegangscodes gebruiken om onbevoegd gebruik van uw telefoon en SIM-kaart te voorkomen. U kunt de toegangscodes (behalve de PUK- en PUK2-code) wijzigen via menu 4-6-6. Zie het volgende gedeelte. Beveiligingscode (5 cijfers) De beveiligingscode wordt gebruikt om onbevoegd gebruik van de telefoon tegen te gaan. Bij de telefoon wordt meestal de beveiligingscode 12345 geleverd. Wijzig de beveiligingscode voordat u de telefoon gaat gebruiken.
PIN2-code (4 tot 8 cijfers) De PIN2-code die bij sommige SIM-kaarten geleverd wordt, is nodig om toegang te krijgen tot bepaalde functies, zoals kostentellers. Deze functies zijn alleen beschikbaar als ze worden ondersteund door de SIM-kaart. Als u driemaal na elkaar een onjuiste PIN2-code hebt ingetoetst, toetst u de PUK2-code in en drukt u op OK. Toets een nieuwe PIN2code in en druk op OK. Toets de nieuwe code nogmaals in en druk op OK.
Blokkeerwachtwoord U hebt het blokkeerwachtwoord nodig wanneer u de functie ‘Oproepen blokkeren’ gebruikt. U krijgt dit nummer van uw netwerkexploitant. Coderingsindicator Afhankelijk van het netwerk kan de coderingsindicator weergegeven tijdens een gesprek om aan te geven dat gesprekscodering is uitgeschakeld. worden Raadpleeg uw netwerkexploitant voor meer informatie. PC Suite Met PC Suite kunt u tekstberichten intoetsen of het geheugen van de telefoon beheren op een compatibele pc.
• De capaciteit van een nieuwe batterij wordt pas optimaal benut nadat de batterij twee of drie keer volledig is opgeladen en ontladen. • De batterij kan honderden keren worden opgeladen en ontladen maar na verloop van tijd treedt slijtage op. Wanneer de gebruiksduur (gesprekstijd en standby-tijd) aanzienlijk korter is dan normaal, is het beter een nieuwe batterij te kopen.
poolklemmen van de batterij (de metalen strips aan de achterzijde). Kortsluiting veroorzaakt schade aan de batterij of aan het voorwerp. • De capaciteit en de levensduur van batterijen nemen af wanneer u deze in extreem warme of koude temperaturen bewaart (zoals in een afgesloten auto in de zomer of in de vrieskou). Probeer ervoor te zorgen dat de omgevingstemperatuur van de batterij altijd tussen de 15 C en 25 C ligt.
Deze normen zijn gebaseerd op uitgebreide en periodieke evaluatie van de relevante wetenschappelijke literatuur. Zo hebben bijvoorbeeld 120 wetenschappers, technici en medici van universiteiten, overheidsinstellingen voor gezondheidszorg en uit het bedrijfsleven het beschikbare onderzoeksmateriaal bestudeerd om de ANSI-standaard (C95.1) te ontwikkelen. Het ontwerp van deze telefoon komt overeen met de richtlijnen van de FCC (en deze normen).
Onderhoud Uw telefoon is een geavanceerd apparaat, dat met zorg is ontworpen en geproduceerd. Ga er zorgvuldig mee om. De tips hieronder kunnen u helpen om aanspraak te blijven maken op de geldende garantie en vele jaren plezier te hebben van dit product. Voor het gebruik van de telefoon, batterij, lader of eventuele accessoires geldt: • Houd het apparaat en alle onderdelen en accessoires buiten het bereik van kinderen. • Houd het apparaat droog.
Belangrijke veiligheidsinformatie Verkeersveiligheid Gebruik geen telefoon terwijl u een auto bestuurt. Als u een telefoon wilt gebruiken, moet u de auto eerst parkeren voordat u een gesprek begint. Bewaar de telefoon altijd in de houder; leg de telefoon niet op de passagiersstoel of op een plaats waar de telefoon los kan raken bij een botsing of wanneer u plotseling moet remmen.
Pacemakers Fabrikanten van pacemakers adviseren dat er een afstand van minimaal 20 cm moet worden betracht tussen een draadloze handtelefoon en een pacemaker om mogelijke interferentie met de pacemaker te voorkomen. Deze aanbevelingen komen overeen met het onafhankelijke onderzoek en de aanbevelingen van Wireless Technology Research.
Voertuigen RF-signalen kunnen van invloed zijn op elektronische systemen in gemotoriseerde voertuigen die verkeerd geïnstalleerd of onvoldoende beschermd zijn (bijvoorbeeld elektronische systemen voor brandstofinjectie, elektronische antislip-remsystemen (of antiblokkeer-remsystemen), systemen voor elektronische snelheidsregeling, airbag-systemen). Raadpleeg de fabrikant van uw voertuig of een vertegenwoordiger van de fabrikant voor meer informatie.
Controleer regelmatig of de draadloze-telefoonapparatuur in uw auto nog op de juiste wijze is gemonteerd en naar behoren functioneert. Zorg ervoor dat de telefoon, telefoononderdelen of -accessoires zich niet in dezelfde ruimte bevinden als brandbare vloeistoffen, gasvormige materialen of explosieven. Voor auto’s met een airbag geldt dat de airbag met zeer veel kracht wordt opgeblazen.
2. Druk zo vaak als nodig is op (bijvoorbeeld om een gesprek te beëindigen, een menu af te sluiten, enzovoort) om het scherm leeg te maken. 3. Toets het alarmnummer in voor het gebied waar u zich bevindt (bijvoorbeeld 911, 112 of een ander officieel alarmnummer). Alarmnummers verschillen van land tot land. 4. Druk op de toets .
BEPERKTE GARANTIE VAN DE FABRIKANT GEDEELTE REGIO EUROPA EN AFRIKA Deze beperkte garantie zal van toepassing zijn in een gedeelte van de Regio Europa en Afrika van Nokia Mobile Phones tenzij een lokale garantie bestaat. Nokia Mobile Phones Ltd (“Nokia”) garandeert dat dit Nokia-product (“Product”) op het ogenblik van zijn originele aankoop vrij is van defecten in materialen, ontwerp en afwerking onder voorbehoud van de volgende bepalingen en voorwaarden: 1.
■ GARANTIEBEWIJS VUL IN IN BLOKLETTERS Naam Koper: __________________________________________________ Adres: __________________________________________________ __________________________________________________ Land: __________________________________________________ Telefoon: __________________________________________________ Datum aankoop (dd/mm/jj): |__|__| /|__|__| /|__|__| Type Product (op telefoon type etiket onder batterij): |__|__|__| − |__|__|__| Model Product (op telefoon type etiket onder batteri