Operation Manual
Afbeeldingen
88
Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.
Afbeeldingen bewerken
U kunt afbeeldingen in de indelingen JPEG, GIF, BMP, TIFF/
F, PNG of WBMP bewerken of nieuwe tekeningen maken.
TIFF/F–afbeeldingen met meerdere pagina's kunnen niet
worden bewerkt.
Figuur 24: Een afbeelding bewerken
Een kopie van een weergegeven afbeelding
bewerken: druk op en selecteer Afbeelding >
Openen om te bewerken. Zie “Schetshulpmiddelen” op
pagina 88 en “Transformaties” op pagina 89 voor meer
informatie over het wijzigen van afbeeldingen.
Een nieuwe schets maken: druk op en selecteer
Afbeelding > Schets maken. Deze opdracht is niet
beschikbaar terwijl een afbeelding wordt
weergegeven. Maak een tekening in een leeg gebied.
Selecteer tekenhulpmiddelen in de werkbalk. De
schets opslaan: tik op Voltooid. Opgeslagen schetsen
worden in een lijst weergegeven in de lijstweergave
van de toepassing Afbeeldingen.
Schetshulpmiddelen
De werkbalk bevat snelkoppelingen naar de belangrijkste
schetshulpmiddelen. Deze hulpmiddelen zijn ook als
menuopdracht beschikbaar: druk op en selecteer Extra
> Schetshulpmiddelen.
De werkbalk weergeven of verbergen: druk op
en selecteer Scherm > Werkbalk.
Pictogrammen op de werkbalk:
– Vrije lijnen tekenen.
– Rechte lijnen tekenen.
– Wissen.
– Een gebied selecteren. Alle transformaties zijn
uitsluitend op het geselecteerde gebied van
toepassing. Als u een geselecteerd gebied wilt
wissen, tikt u op .
– Een rechthoek tekenen.
– Een ovaal of cirkel tekenen.
– Tekst invoegen. Als u de tekst wilt opmaken, tikt u
op Lettertype.
– De lijndikte en –kleur selecteren.
Een gevulde rechthoek tekenen: druk op en
selecteer Extra > Schetshulpmiddelen > Gevulde
rechthoek.
Een gevulde ovaal of cirkel tekenen: druk op en
selecteer Extra > Schetshulpmiddelen > Gevulde ovaal.










