Operation Manual
Agenda
72
Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.
duurt, geeft u een begin– en eindtijd op. Een
herinnering instellen voor een agenda–item:
selecteer de optie Herinnering:. Geef de dag en tijd voor
de herinnering op. Een agenda–item herhalen: tik op
Herhalen. Definieer het herhalingsinterval en de
mogelijke einddatum. Tik op Voltooid als u alle
gewenste details hebt opgegeven.
Een agenda–item bewerken: dubbeltik op het item
en breng de gewenste wijzigingen aan. Tik vervolgens
op Voltooid.
Een agenda–item verzenden: druk op en
selecteer Invoer > Verzenden. Selecteer de gewenste
verzendmethode.
Een agenda–item markeren als voorlopig: druk op
en selecteer Invoer > Markeren als voorlopig. Een
voorlopig agenda–item wordt grijs weergegeven in de
lijst met agenda–items.
Een agenda–item markeren als privé zodat de details
niet aan anderen worden weergegeven wanneer uw
agenda wordt gesynchroniseerd met een agenda op
een netwerk–pc: druk op en selecteer Invoer >
Markeren als privé.
Een agenda–item verwijderen: druk op en
selecteer Bewerken > Verwijderen. Een reeks agenda–
items verwijderen: druk op en selecteer Extra >
Invoer verwijderen.... Definieer het tijdsbereik van de
items die verwijderd moeten worden.
De standaardinstellingen voor agenda–items
definiëren: druk op en selecteer Extra >
Invoersjabloon.... Definieer het type agenda–items dat u
het meest gebruikt.
Taken weergeven: druk op en selecteer Scherm >
Taken.
Zoeken naar een agenda–item: druk op en
selecteer Bewerken > Zoeken.... Voer de tekst in het
zoekveld in. U kunt op Opties tikken en een zoekbereik
opgeven. Tik op Zoeken om de zoekopdracht te starten.
Weekweergave
Figuur 21: Weekweergave
In de weekweergave worden de gereserveerde uren voor
de geselecteerde week weergegeven met balken. Het
geselecteerde tijdsvak is omkaderd.
De weekweergave openen: druk op en selecteer
Weergave > Week of druk op .










