Operation Manual
Berichten
52
Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.
op Verzenden uitstellen om het bericht in de wachtrij te
plaatsen in de Outbox.
Concepten – Bevat conceptberichten die niet verzonden
zijn.
Verzonden – Bevat berichten die verzonden zijn. De
berichten of gegevens die via een Bluetooth–verbinding
zijn verzonden, worden niet in de map Verzonden
opgeslagen.
Externe mailbox – Wanneer u deze map opent, kunt
u verbinding maken met uw externe mailbox om nieuwe
e-mailberichten op te halen of uw eerder opgehaalde e–
mailberichten off line te bekijken. Zie “E–mailberichten”
op pagina 52.
Een nieuwe map toevoegen: druk op en selecteer
Extra > Mappen beheren.... Tik op Nieuw en geef een
naam op voor de nieuwe map. U kunt uw berichten in
deze mappen indelen.
De naam van mappen wijzigen of mappen
verwijderen: druk op en selecteer Extra > Mappen
beheren.... Standaardmappen kunnen niet worden
verwijderd.
E–mailberichten
Voordat u e-mailberichten kunt ontvangen en verzenden,
moet u eerst een externe mailbox instellen. Deze dienst
kan worden aangeboden door een internetprovider, een
netwerkprovider of uw bedrijf.
Een externe mailbox instellen
1 Druk op in de hoofdweergave van de toepassing
Berichten en selecteer Extra > Nieuwe mailbox.... Tik op
Volgende.
2 Definieer de volgende instellingen op de pagina's van
de wizard voor het instellen van de mailbox:
Naam mailbox: - Voer een beschrijvende naam voor de
externe mailbox in.
Type mailbox: - Selecteer het e-mailprotocol dat door
de serviceprovider van de externe mailbox wordt
aanbevolen. Deze instelling kan slechts eenmaal
worden geselecteerd en kan niet worden gewijzigd als
u de mailbox–instellingen hebt opgeslagen of
afgesloten. Tik op Volgende.
Naam: - Voer uw naam in.
Gebruikersnaam: - Voer uw gebruikersnaam in. Deze
krijgt u van uw serviceprovider.
Wachtwoord: - Voer uw wachtwoord in. Als u dit veld
niet invult, wordt om een wachtwoord gevraagd
wanneer u verbinding probeert te maken met uw
externe mailbox.
Mijn e-mailadres: - Voer het e-mailadres in dat uw
serviceprovider heeft verstrekt. Het adres moet het
teken '@' bevatten. Antwoorden op uw berichten
worden naar dit adres gezonden. Tik op Volgende.
Inkomende server (POP3): of Inkomende server (IMAP4): -
Het IP–adres of de hostnaam van de computer die uw
e-mail ontvangt.










