Operation Manual
Profielen
48
Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.
Profielen
Ga naar Bureaublad > Profielen.
Profielen definiëren de tonen en het geluidsniveau van de
smartphone in verschillende gebruiksomgevingen,
gebeurtenissen en bellergroepen.
Van profiel wisselen: selecteer het gewenste profiel in
de lijst en tik op Activeren.
Een profiel verwijderen: selecteer het profiel in de
lijst, druk op en selecteer Profiel > Verwijderen.
Standaardprofielen kunnen niet worden verwijderd.
Tip: U kunt ook van profiel wisselen door kort op de
aan/uit–toets te drukken.
Een nieuw profiel maken: druk op en selecteer
Profiel > Nieuw.... Zie “Profielen bewerken” on page 49
voor meer informatie over de instellingen.
De tijd voor het verlopen van het geselecteerde
profiel definiëren: tik op Tijd instellen. Tik op en
gebruik de pijlen om de tijd te wijzigen. Als het
ingestelde tijdstip is bereikt, wordt het vorige profiel
weer in gebruik genomen. Om veiligheidsredenen kan
het profiel Vlucht niet als tijdelijk profiel worden
ingesteld.
Een bellergroep aan een geselecteerd profiel
toevoegen: tik op Aanpassen en Waarsch. voor.
Selecteer de gewenste groep of groepen en tik op OK.
De gekozen beltoon of waarschuwingstoon klinkt
uitsluitend als een groepslid belt of een bericht stuurt
(als het telefoonnummer van de beller bij de oproep
wordt verzonden en door de smartphone wordt
herkend). Voor andere bellers wordt het profiel Stil
gebruikt.
De smartphone gebruiken om verbinding te maken
met het draadloze GSM–netwerk: selecteer het
profiel Vluchten tik op Activeren. GSM–
telefoonsignalen, FM–radiosignalen en Bluetooth–
verbindingen van of naar de smartphone worden
geblokkeerd, maar u kunt wel taken uitvoeren waarvoor
gebruik van het draadloze netwerk niet nodig is. U kunt
bijvoorbeeld nog wel naar geluidsclips luisteren of
berichten invoeren.
Waarschuwing: In het profiel Vlucht kunt u geen
oproepen doen (of ontvangen), ook geen
alarmoproepen. Ook overige functies waarvoor
netwerkdekking vereist is, kunnen niet worden
gebruikt. Als u wilt bellen, moet u de telefoonfunctie
eerst activeren door een ander profiel te kiezen. Toets
de beveiligingscode in als het apparaat is vergrendeld.
Als u een alarmnummer wilt kiezen terwijl het apparaat
is vergrendeld en in het profiel Vlucht staat, kunt u het
geprogrammeerde alarmnummer mogelijk intoetsen in
het veld voor de vergrendelingscode en op Bellen










