Operation Manual
Internetverbindingen maken
28
Copyright © 2006 Nokia. All rights reserved.
3. Geef in het dialoogvenster Connection Setup de volgende
instellingen op:
Tip: Het is in GPRS-packet-gegevensnetwerken gebruikelijk
dat de naam van het toegangspunt 'Internet' is of leeg wordt
gelaten; het inbelnummer is gewoonlijk *99#; en de
gebruikersnaam en het wachtwoord kunnen achterwege
worden gelaten. Neem voor instellingen van CDMA-packet-
gegevensnetwerken contact op met uw serviceprovider.
Access point name — Geef de naam van het internettoegangspunt
op. U kunt de naam bij uw internetprovider krijgen. Deze instelling
wordt alleen weergegeven als u een gekoppeld pakket-
gegevensverbinding, zoals GPRS, hebt geselecteerd en uw telefoon
gebruikmaakt van een GSM-netwerk.
Dial-up number — Geef het telefoonnummer van de modem van het
internettoegangspunt op.
User name — Geef een gebruikersnaam op, indien vereist. De
gebruikersnaam wordt gewoonlijk door de internetprovider
verschaft.
Password — Geef een wachtwoord op, indien vereist. Het
wachtwoord wordt gewoonlijk door de internetprovider verschaft.
Prompt password at every login — Selecteer deze optie als u uw
wachtwoord telkens wilt opgeven wanneer u u aanmeldt bij een
internetserver of als u niet wilt dat uw wachtwoord in het apparaat
wordt opgeslagen.
4. Als u gereed bent, tikt u indien nodig op Advanced in het
dialoogvenster Connection setup: Complete voor het opgeven van
geavanceerde instellingen Zie de Help van de toepassing voor meer
informatie.










