Operation Manual

Internetverbindingen maken
24
Copyright © 2006 Nokia. All rights reserved.
— Matige beveiliging d.m.v. WEP-verificatie (wired
equivalent privacy)
— Hoge beveiliging (Wi-Fi-toegang met WPA-verificatie,
inclusief WPA1 en WPA2).
Het beveiligingsniveau van het netwerk heeft invloed op de
instellingen die worden weergegeven wanneer u op Next tikt.
Naam van het WLAN-netwerk
WLAN-signaalsterkte
als het WLAN-netwerk reeds is geconfigureerd als
internetverbinding en dit op het apparaat is opgeslagen
3. Tik op Finish om de instellingen op te slaan. Als u geavanceerde
instellingen wilt opgeven, tikt u op Advanced.
Tip: Het kan nodig zijn geavanceerde instellingen op te geven
wanneer, bijvoorbeeld, uw internettoegangspunt het gebruik
van proxyservers vereist.
Wanneer u een bestaande WLAN-verbinding bewerkt of u het zoeken
naar WLAN-netwerken in stap 2 overslaat, worden de volgende
instellingen weergegeven:
Network name (SSID) — Geef de naam van het WLAN-netwerk op. Zorg
ervoor dat de naam van het netwerk uniek is als u de beheerder van het
netwerk bent. Als u een internetverbinding via WLAN tot stand brengt,
wordt de verbinding op deze informatie gebaseerd. Als het veld lichter
van kleur is en niet kan worden bewerkt, bevat de gescande SSID tekens
uit een onbekende tekenset en niet uit UTF-8 zoals het apparaat
verwacht.
Network is hidden — U dient deze optie te selecteren als de naam van uw
WLAN-netwerk verborgen is. Als deze optie is geselecteerd, zoekt uw
apparaat actief naar het verborgen WLAN-netwerk als u een
internetverbinding tot stand brengt.
Network mode — Selecteer de modus Infrastructure of Ad hoc. De modus
Infrastructure wordt bij de internetverbindingen gebruikt.