Operation Manual
Overzicht
19
Copyright © 2006 Nokia. All rights reserved.
Als u het apparaat wilt vergrendelen, drukt u kort op de aan-uittoets,
selecteert u Lock device en tikt u op OK. Als u geen vergrendelingscode
hebt ingesteld, wordt u gevraagd dat te doen.
Als u het apparaat wilt ontgrendelen, geeft u de vergrendelingscode op
en tikt u op OK.
Als u de vergrendelingsinstellingen van het apparaat wilt bewerken, tikt
u op en selecteert u Tools > Control panel > Device lock.
Als u de time-outperiode wilt instellen, tikt u op Lock device after en
selecteert u de gewenste periode.
Vergrendelingscode wijzigen
Ga als volgt te werk als u de vergrendelingscode wilt wijzigen:
1. Tik op en selecteer Tools > Control panel > Device lock >
Change lock code.
2. Voer de huidige vergrendelingscode in (de standaardcode is 12345)
en tik op OK.
3. Voer de nieuwe code in en tik op OK.
4. Voer de nieuwe code nogmaals in en tik op OK.
Tik op Cancel in een van deze dialoogvensters om de
vergrendelingscode niet op te slaan.
Houd de nieuwe code geheim en bewaar deze op een veilige plaats
uit de buurt van het media-apparaat.
Opmerking: Als u de vergrendelingscode van het apparaat verliest,
dient u het apparaat naar een door Nokia goedgekeurd servicepunt te
sturen. Daar kan het apparaat worden ontgrendeld, maar daarvoor
moet de software opnieuw worden geladen. Hierbij kunnen alle
gegevens die u op het apparaat hebt opgeslagen verloren gaan.
Lock touch screen and keys
Als u het touchscreen en de toetsen wilt vergrendelen, drukt u kort op de
aan-uittoets en selecteert u Lock touch screen and keys > OK. Als u het
touchscreen en de toetsen wilt ontgrendelen, dient u op de aan-uittoets
en op het midden van de schuiftoets te drukken.










