Operation Manual
Copyright © 2002 Nokia. All rights reserved.
Instellingen
30
gebruiken voor het bellen en voor het versturen van SMS-berichten. Oproepen op beide
lijnen kunnen altijd worden beantwoord, ongeacht de geselecteerd lijn.
Symbolen voor
spraakberichten: ,
of wordt
weergegeven, afhankelijk
van het aantal ontvangen
spraakberichten.
Opmerking: Als u Lijn 2 selecteert, maar niet op deze netwerkdienst bent
geabonneerd, kunt u niet bellen.
U kunt lijnselectie voorkomen door Lijn wijzigen → Uitschakelen te selecteren, als de SIM-
kaart dit toelaat. U hebt hiervoor de PIN2-code nodig.
Tip! U kunt
schakelen tussen de
telefoonlijnen door
ingedrukt te
houden in de standby-
modus.
Instellingen verbinding
Algemene informatie over dataverbindingen en
toegangspunten
Uitleg:
Toegangspunt - Het punt
waarlangs data- of GPRS-
oproepen vanaf uw
telefoon het Internet
bereiken. Zo’n
toegangspunt kan
bijvoorbeeld worden
verschaft door een
commerciële Internet-
aanbieder (ISP), een
WAP-aanbieder of een
netwerkexploitant.
Als instellingen wilt opgeven voor toegangspunten gaat u naar Instellingen → Instellingen
verbinding → Toegangspunten.
Een verbinding met een toegangspunt wordt tot stand gebracht via een dataverbinding. De
telefoon ondersteunt drie soorten dataverbindingen:
• GSM-data-oproepen ( ),
• GSM-data-oproepen met hoge snelheid ( ), of
• GPRS -verbindingen (pakketdata) ( ).
U kunt drie verschillende soorten toegangspunten definiëren: MMS, WAP en Internet (IAP).
Vraag uw aanbieder welk type toegangspunt u nodig hebt voor de dienst waarvan u gebruik
wilt maken. Voor de volgende bewerkingen moet u toegangspuntinstellingen opgeven:
• multimediaberichten versturen en ontvangen,
• e-mail versturen en ontvangen,
• WAP-pagina's opvragen, of
• Java™-toepassingen downloaden,










