Operation Manual

Copyright © 2002 Nokia. All rights reserved.
Instellingen
28
Opmerking: U kunt geen sneltoetsen instellen voor toepassingen die u zelf hebt
geïnstalleerd.
Weergave
Contrast - Hiermee stelt u het weergavecontrast in (lichter of donkerder). Zie fig. 1
op
pag. 26
.
Kleurenpalet - Hiermee wijzigt u het kleurenpalet van de display. Zie fig. 2
op pag. 27.
Timeout screensaver - De screensaver wordt geactiveerd wanneer de timeout is
verstreken. Wanneer de screensaver actief is, wordt de screensaverbalk weergegeven.
Zie fig. 3
op pag. 28.
Druk op een toets of open de schuifklep om de screensaver uit te schakelen.
Screensaver - Hiermee bepaalt u wat er op de screensaverbalk wordt weergegeven:
datum en tijd of de tekst die u zelf hebt getypt. De plaats en de achtergrondkleur van
de screensaverbalk worden om de minuut gewijzigd. De screensaver geeft ook het
aantal nieuwe berichten of gemiste oproepen weer. Zie fig. 3
op pag. 28.
Lichtsensor - De lichtsensor meet het omgevingslicht. Als de lichtsensor actief is en er
genoeg licht is, wordt de verlichting van de display en het toetsenblok automatisch
uitgeschakeld. Met de instellingen Minimum en Maximum stelt u de gevoeligheid van
de lichtsensor in. Selecteer Minimum als u de telefoon binnenshuis gebruikt en niet wilt
dat de verlichting al te snel wordt uitgeschakeld. Selecteer Maximum als u de batterij
wilt sparen (de verlichting wordt sneller uitgeschakeld). Selecteer Uit als u de
lichtsensor niet wilt gebruiken. Als er 15 seconden geen toetsen zijn ingedrukt, wordt
de verlichting automatisch uitgeschakeld.
Oproepinstellingen
Opmerking: Als u de instellingen voor doorschakelen wilt wijzigen, gaat u naar
Menu Instrum. Opr. doors.. Zie Instellingen voor het doorschakelen van
oproepen op pag. 20.
Figuur 3 De screensaver