Operation Manual

Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved.
Allerlei
83
Opties in de
beginweergave van
Apparaatbeheer:
Configuratie starten, Nieuw
serverprofiel, Profiel
bewerken, Verwijderen,
Conf. inschakelen /Conf.
uitschakelen, Logboek
bekijken, Help en Afsluiten.
U moet een profiel voor apparaatbeheer configureren voordat u verbinding kunt maken
met een server. De andere partij kan u helpen de profielinstellingen te definiëren:
Servernaam — de naam die voor de server wordt weergegeven.
Server-ID — de ID van de externe server voor Apparaatbeheer.
Serverwachtwoord — het wachtwoord dat in waarschuwingen van de server wordt
gebruikt. Geef het wachtwoord op dat door de server van Apparaatbeheer moet worden
gebruikt bij synchronisatie met de telefoon.
Toegangspunt — het Internet-toegangspunt waarmee de telefoon de serververbinding
maakt. Kies een waarde uit de lijst met toegangspunten die voor de telefoon zijn
gedefinieerd.
Hostadres — de URL van de server voor Apparaatbeheer.
Poort — de serverpoort voor Apparaatbeheer.
Gebruikersnaam — uw gebruikersnaam voor dit profiel.
Serverwachtwoord — uw wachtwoord voor dit profiel.
Server zal configuratie starten. Doorgaan? — Apparaatbeheer is toegestaan op deze server.
Selecteer Ja of Nee.
Autom. Accepteren — automatisch apparaatbeheer is toegestaan op deze server. Selecteer
Ja om synchronisatie zonder uw bevestiging toe te staan of selecteer Nee als u elke
synchronisatiepoging wilt bevestigen.
Bestandsbeheer
Ga naar Menu
Instrum.
Bestandsbeheer.
In Bestandsbeheer kun u door bestanden en mappen in het telefoongeheugen of op de
eventuele geheugenkaart bladeren en deze openen en beheren.
Als u Bestandsbeheer opent, wordt er een lijst met mappen in het telefoongeheugen
weergegeven. Druk op om de mappen van de eventuele geheugenkaart weer te
geven.