Operation Manual
Copyright © 2004 Nokia. All rights reserved.
Berichten
52
Tekst intoetsen
Werken met gewone tekstinvoer
Het symbool verschijnt rechtsboven op de display als u de gewone tekstinvoer
gebruikt.
• Druk op een cijfertoets ( - ) totdat het gewenste teken verschijnt. Op de
cijfertoetsen staan niet alle tekens afgebeeld die onder een toets beschikbaar zijn.
Symbolen: en geven de modus aan. betekent dat de
eerste letter van het volgende woord een hoofdletter is en dat alle andere
letters automatisch kleine letters zijn. geeft de cijfermodus aan.
• Houd de cijfertoets ingedrukt om een cijfer in te voegen.
Houd ingedrukt om te schakelen tussen letters en cijfers.
• Als de volgende letter onder dezelfde toets zit als de huidige, wacht u tot de cursor
weer verschijnt (of drukt u op ) en toetst u de letter in.
• Als u een verkeerd teken hebt getypt, wist u dat met . Houd ingedrukt om
meerdere tekens te wissen.
• De meestgebruikte leestekens zijn beschikbaar onder . Druk op totdat
het gewenste leesteken verschijnt.
Als u op drukt, verschijnt er een lijst met speciale tekens. Ga met de
navigatietoets naar het gewenste teken en kies Selecteer om dit teken te selecteren.
• Druk op om een spatie in te voegen. Druk drie keer op om de
cursor naar de volgende regel te verplaatsen.
• Als u wilt schakelen tussen hoofdletters en kleine letters, drukt u op .
Werken met tekstinvoer met woordenlijst
Als u werkt met tekstinvoer met woordenlijst, kunt u elke letter intoetsen door één toets
in te drukken. U schakelt tekstinvoer met woordenlijst in door op te drukken en
Woordenboek open te kiezen. Deze wijze van tekstinvoer wordt dan ingeschakeld voor alle










