Operation Manual

37
Copyright
© 2003 Nokia. All rights reserved.
3. Basisfuncties
Opbellen
1. Toets het netnummer en telefoonnummer in. Als u het nummer in het display
wilt wijzigen, drukt u links of rechts op om de cursor te verplaatsen en op
Wis om het teken links van de cursor te verwijderen.
Voor internationale gesprekken: druk tweemaal op voor het plusteken (+)
(dit vervangt de internationale toegangscode) en toets de landcode, het
netnummer (laat zo nodig de eerste 0 weg) en het telefoonnummer in.
2. Druk op om het nummer te bellen.
Een foto maken en in een multimediabericht verzenden (alleen in UMTS-
netwerken): druk op de cameratoets en druk op Foto (of nogmaals op de
cameratoets). Als u een foto naar een compatibel apparaat wilt zenden
(netwerkdienst), drukt u op Opties en selecteert u Verzenden.
3. Druk op om het gesprek te beëindigen of het kiezen te onderbreken.
Een telefoonnummer uit de lijst met contacten bellen
Druk onder of boven op in de standby-modus. Toets de eerste letter(s) in van
de naam die bij het telefoonnummer is opgeslagen. Ga met naar de gewenste
naam. Druk op Gegev. of houd ingedrukt om het telefoonnummer weer te
geven dat bij de naam werd opgeslagen. Druk op om te bellen.