Operation Manual
123
Copyright
© 2003 Nokia. All rights reserved.
Alarmklok
U kunt instellen dat op het gewenste tijdstip een waarschuwingstoon klinkt. De
alarmklok werkt ook als de telefoon is uitgeschakeld, mits de batterij voldoende is
opgeladen.
Dit menu openen: druk vanuit de standby-modus op Menu en selecteer
achtereenvolgens Organiser en Alarmklok.
Als u de alarmklok wilt zetten, selecteert u Tijd alarm instellen, toetst u de tijd
voor de waarschuwingstoon in en drukt u op OK. Selecteer Aan om de alarmtijd te
wijzigen.
U kunt een geluid voor de waarschuwingstoon instellen door Alarmgeluid en het
gewenste geluid te selecteren. Standaard is de beltoon die voor het actieve profiel
is geselecteerd in het menu Profielen is (zie pagina 96).
Als het alarmtijdstip is aangebroken
Er klinkt een waarschuwingstoon, de tekst Alarm! knippert en het alarmtijdstip
wordt in het display weergegeven.
Druk op Stop om het alarm te stoppen. Als u het signaal een minuut lang laat
klinken of als u op Snooze drukt, wordt het signaal ongeveer tien minuten
onderbroken en begint het daarna opnieuw.
Als het tijdstip voor het alarmsignaal is aangebroken terwijl de telefoon is uitgeschakeld,
wordt de telefoon ingeschakeld en wordt er een waarschuwingssignaal afgespeeld. Als u op
Stop drukt, wordt met het bericht Telefoon inschakelen? gevraagd of de telefoon moet
worden geactiveerd voor oproepen. Druk op Nee als u de telefoon wilt uitschakelen of op Ja
als u de telefoon wilt gebruiken om te bellen en gebeld te worden.










