Operation Manual
53Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.
7. Contacten
U kunt namen en nummers (contactgegevens) opslaan in het
geheugen van de telefoon en het geheugen van de SIM-kaart. U kunt namen en
nummers opslaan in het geheugen van de telefoon. Bij elke naam kunt u
verschillende details, zoals tekstaantekeningen en spraaklabels, opnemen. U kunt
ook een afbeelding aan de contactpersoon koppelen. Contacten maakt gebruikt
van het gedeelde geheugen. Zie Gedeeld geheugen op pagina 17.
Namen en nummers die in het geheugen van de SIM-kaart zijn opgeslagen,
worden aangeduid met .
■ Contactinstellingen
Selecteer Menu > Contacten > Instellingen > Actief geheugen, Weergave
Contacten of Geheugenstatus.
■ Zoeken naar een contact
Selecteer Menu > Contacten > Namen > Opties > Zoeken.
■ Namen telefoonnummers opslaan (Contact toevoegen)
Selecteer Menu > Contacten > Namen > Opties > Nieuw contact. Voer de naam
in en selecteer Opties > Akkoord. Voer vervolgens het telefoonnummer in en
selecteer opnieuw Opties > Akkoord.










