Operation Manual
33Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.
3. Algemene functies
■ Bellen
1. Houd de middelste selectietoets ingedrukt in de standby-modus en voer het
netnummer en telefoonnummer in. U voert het telefoonnummer in door het
gewenste cijfer in de tekenbalk te selecteren. Herhaal deze procedure voor elk
cijfer van het telefoonnummer. Als u een onjuist teken intoetst, kunt u Wissen
selecteren om het teken te verwijderen.
Voor internationale gesprekken voert u het +-teken in (dit vervangt de
internationale toegangscode) en toetst u de landcode, het netnummer (laat zo
nodig de eerste 0 weg) en het telefoonnummer in.
2. Druk op de gesprekstoets om het nummer te bellen.
3. Druk op de eindtoets om het gesprek te beëindigen of het kiezen te
onderbreken.
Bellen met behulp van de lijst met contacten
Zie Zoeken naar een contact op pagina 53 als u wilt zoeken naar een naam of
telefoonnummer dat u hebt opgeslagen in Contacten. Druk op de gesprekstoets
om het nummer te bellen.
Een van de laatstgekozen nummers herhalen
Druk vanuit de standby-modus eenmaal op de gesprekstoets om de lijst met 20
laatstgekozen nummers weer te geven. Ga naar het gewenste nummer of de
gewenste naam en druk op de gesprekstoets om het nummer te bellen.










