Operation Manual
86Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.
Bluetooth-apparaten gebruikmaken van radiogolven, hoeven de telefoon en het
andere apparaat zich niet in elkaars gezichtsveld te bevinden, hoewel de
verbinding storing kan ondervinden van obstakels zoals muren of andere
elektronische apparatuur.
Een Bluetooth-verbinding instellen
Selecteer Menu > Instellingen > Connectiviteit > Bluetooth en daarna een van de
volgende opties:
Bluetooth > Aan of Uit — om de Bluetooth-functie in of uit te schakelen. geeft
een actieve Bluetooth-verbinding aan.
Zoeken naar audiotoeb. — om te zoeken naar met Bluetooth compatibele
audiosystemen. Selecteer het apparaat dat u met de telefoon wilt verbinden.
Gekoppelde apparaten — om te zoeken naar Bluetooth-apparaten die binnen
bereik zijn. Selecteer Nieuw om alle Bluetooth-apparaten weer te geven die
binnen bereik zijn. Ga naar een apparaat en selecteer Koppel. Voer het
overeengekomen Bluetooth-wachtwoord van het apparaat in (maximaal 16
tekens) om het apparaat af te stemmen op de telefoon. U hoeft dit wachtwoord
alleen op te geven wanneer u het apparaat voor het eerst afstemt. De telefoon
maakt verbinding met het apparaat en u kunt met de overdracht van gegevens
beginnen.
Draadloze Bluetooth-verbinding
Selecteer Menu > Instellingen > Connectiviteit > Bluetooth. Selecteer Actieve
apparaten om te controleren welke Bluetooth-verbinding actief is. Selecteer










