Operation Manual

93Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.
Als u een nieuwe configuratie wilt toevoegen, drukt u op Nw toev. of drukt u op
Opties en selecteert u Voeg nieuwe toe. Selecteer een van de typen toepassingen
in de lijst en toets alle benodigde instellingen in. Druk op Terug en Opties en
selecteer Activeren om de instellingen te activeren.
Als u de gebruikersinstellingen wilt weergeven of bewerken, gaat u naar de
gewenste toepassing en selecteert u de instelling die u wilt wijzigen.
Beveiligingsinstellingen
Wanneer beveiligingsfuncties zijn ingeschakeld waarmee de mogelijke oproepen worden
beperkt (zoals het blokkeren van oproepen, gesloten gebruikersgroepen en vaste nummers),
kunt u soms nog wel het geprogrammeerde alarmnummer kiezen.
Druk op Menu en selecteer achtereenvolgens Instellingen en
Beveiligingsinstellingen. Selecteer
PIN–code vragen als u de telefoon wilt instellen om naar de PIN–code te
vragen wanneer de telefoon wordt ingeschakeld. Sommige SIM–kaarten
ondersteunen het uitschakelen van de PIN–code niet.
Oproepen blokkeren (netwerkdienst) als u inkomende en uitgaande oproepen
wilt beperken. Hiervoor hebt u het blokkeerwachtwoord nodig.
Oproepen blokkeren en doorschakelen kunnen niet gelijktijdig worden
geactiveerd.
Vaste nummers als u uitgaande oproepen en tekstberichten wilt beperken tot
geselecteerde telefoonnummers als dit door uw SIM–kaart wordt ondersteund.
Hiervoor hebt u de PIN2–code nodig.