Operation Manual

86Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.
toepassing beëindigt, wordt ook de (E)GPRS–verbinding beëindigd, maar blijft
de telefoon geregistreerd bij het (E)GPRS–netwerk.
Als een oproep of tekstbericht binnenkomt of als u belt terwijl een (E)GPRS–
verbinding actief is, wordt het pictogram rechtsboven in het display
weergegeven. Hiermee wordt aangegeven dat de (E)GPRS–verbinding is
onderbroken.
GPRS en EGPRS worden niet afzonderlijk aangegeven. De indicatoren voor
GPRS en EGPRS zijn hetzelfde.
De telefoon ondersteunt drie gelijktijdige (E)GPRS–verbindingen. U kunt
bijvoorbeeld gelijktijdig browsen door xHTML–pagina's, multimediaberichten
ontvangen en werken met een actieve pc–inbelverbinding.
(E)GPRS–modeminstellingen
U kunt de telefoon via draadloze Bluetooth–technologie of infrarood aansluiten
op een compatibele pc en de telefoon gebruiken als modem om de (E)GPRS–
verbinding via de pc in te schakelen.
Als u de instellingen voor (E)GPRS–verbindingen vanaf de pc wilt instellen, drukt u
op Menu en selecteert u achtereenvolgens Instellingen, Connectiviteit, GPRS en
GPRS–modeminstellingen.
Selecteer Actief toegangspunt en activeer het toegangspunt dat u wilt
gebruiken.
Selecteer Actieve toegangspunt bewerken om de instellingen voor het
toegangspunt te wijzigen.